Pinocchio van de Lage Landen

Hoe word je een goede, eerlijke, verantwoordelijke burger, een steun voor een natiestaat die nog maar net, sinds 1861, een eenheid is geworden? Het antwoord op die vraag wordt gegeven in Pinocchio, het wereldberoemde kinderboek van de Italiaanse schrijver Carlo Collodi uit 1893. In het verhaal verandert Pinocchio van een ondeugende, liegende, luie, hebberige, domme. goedgelovige nietsnut in een goede, betrouwbare burger en transformeert hij tegelijkertijd op miraculeuze wijze van een houten pop in een echte jongen van vlees en bloed. Pinocchio, stelde Collodi, is een inhoudelijke bezinning op de waarden die ons als Italianen verbindt en die van cruciaal belang is voor de levenskracht en daadkracht van de Italiaanse eenheid.

Of nee, ik vergis me, dat was Collodi niet. De woorden zijn van minister-president Balkenende. Hij sprak ze drie dagen geleden uit op het congres The politics of European Values in de Ridderzaal. Balkenende sprak natuurlijk niet over Pinocchio maar over de inhoudelijke bezinning op waarden die alle Europeanen bindt.

Wat zijn die waarden dan wel? Balkenende onderscheidt er drie: vrijheid, solidariteit en respect voor elkaar. Omdat er een gebrek aan aandacht voor die waarden is, wordt Europa volgens Balkenende bedreigd door onverschilligheid en scepsis, door de nadruk op puur eigenbelang en onvoldoende overtuigingskracht en herkenbaarheid voor de burgers. Vandaar, zo lichtte hij toe, het initiatief van Nederland als voorzitter van de Europese Unie tot een debat over Europese waarden.

Balkenende presenteert zich in zijn speech als iemand die groot denkt, wat, zoals hier wellicht ten overvloede moet worden opgemerkt, weer iets heel anders is dan een groot denker. Europese waarden, die term geeft nog eens een warm, bindend positief gevoel, vooral als er zulke welluidende waarden mee worden bedoeld. Vrijheid, solidariteit en respect. Wie kan er tegen zijn?

Nu zijn waarden altijd positief. Ze formuleren, zoals filosoof Paul van Tongeren het helder samenvat, een ideaal, ze geven richting. Met waarden kun je schitteren zoals Balkenende doet, terwijl je tegelijkertijd niets zegt over hoe die waarden op wat voor niveau dan ook concreet gestalte zullen of moeten krijgen in het samenleven van, in dit geval, de Europese burgers.

Op nationaal niveau durft Balkenende het niet aan zich louter op de hem zo dierbare Europese waarden te beroepen. In eigen land spreekt hij tegen de burgers uitsluitend over waarden in combinatie met normen en in grammaticaal belabberde zinnen als ,,Fatsoen, moet je doen''. Dat zijn woorden die je van een korte broek dragende houten klaas als Pinocchio nog niet zou pikken zonder hem te trakteren op een flinke portie zinloos geweld. Ze getuigen in ieder geval niet van respect voor de burger. Sterker nog, ze drukken een duidelijke minachting voor hem uit. Hetzelfde geldt voor zijn onlangs gelanceerde idee om, heel hip, de discussie over waarden en normen via televisieamusement aan de Nederlander te presenteren.

Ik vraag me af welke discussie Balkenende nu eigenlijk bedoelt. Hij voert namelijk nergens een debat over deze zaken. Op Europees niveau koppelt hij de waarden aan grote namen als Monnet, Schuman, Adenauer, Delors, Kohl, De Gasperi, Mitterrand, Havel en Giscard d'Estaing. Op nationaal niveau stelt hij normen en waarden gelijk aan opstaan in de bus voor ouderen en geen ,,je'' en ,,Piet'' zeggen tegen de leraar. Kleine gedachten van een kleine Pinocchio die in de verste verte nog niet lijkt op een jongen van vlees en bloed.

Waarom gaat Balkenende zo minachtend vragen van het publiek uit de weg waarin terecht aan de orde wordt gesteld dat de regering met allerlei maatregelen totaal geen solidariteit en respect toont voor minima en vluchtelingen? Hij verwijst bij dit soort kritiek naar landen om ons heen waar het allemaal nog veel erger schijnt te zijn. Dat is bepaald niet sterk. Het verweer van de minister-president getuigt van precies dat gebrek aan overtuigingskracht voor de burger en die onverschilligheid, waar Europa volgens hem aan ten onder dreigt te gaan. Dat maakt hem tot een Pinocchio van waaibomenhout. Dat maakt het zo gemakkelijk en noodzakelijk om zijn kleine gedachten over grote waarden af te branden.

Ik ken mensen die via een regeling met een plaatselijk asielzoekerscentrum legaal een vrouw uit Kosovo als schoonmaakster in dienst hadden. Na twee jaar voor hen gewerkt te hebben, verscheen ze op een dag niet op haar werk. Bij navraag wist het asielzoekerscentrum van niets. Waarom wilde men dat eigenlijk weten, vroeg het AZC zich af? Uiteindelijk kwam men er via kanalen die niet voor iedereen openstaan achter, dat de vrouw met familie, na bijna vijf jaar in Nederland verbleven te hebben, die nacht door de politie van haar bed was gelicht en op het vliegtuig naar Kosovo was gezet. Waarom gaat het AZC ervan uit dat het de mensen voor wie de vrouw werkt niets kan schelen wat er met haar gebeurt? Waarom gaat men ervan uit dat deze vrouw inwisselbaar is? Wat heeft dit met respect te maken, met solidariteit of met vrijheid? Of als dat veel te grote woorden dan wel waarden zijn, wat heeft dat te maken met fatsoen?

Ik ben benieuwd naar het antwoord van de normen-en-waarden-show. Maar deze vragen zullen daarin niet aan de orde komen, zomin als die in het kleine normen-en-waarden-universum van Balkenende een plaats hebben. De show zal inderdaad niet verder gaan dan jolig gedoe over opstaan in de bus en over ,,u'' zeggen tegen de leraar. En ook daarin wordt klein gedacht. Want Balkenende kan maar niet duidelijk maken waarom je een leraar geen Piet zou mogen noemen als de man toevallig zo heet. Toegegeven, als hij Jan heet en je noemt hem Piet, ga je inderdaad behoorlijk over de schreef. Maar ,,u'' en ,,meneer Pietersen'' zeggen, zal geen doorgedraaide leerling ervan weerhouden zijn leraar door het hoofd te schieten of daarmee te dreigen. Hooguit zegt de leerling: ,,Ik schiet u door uw kankerkop'' in plaats van ,,je door jouw kankerkop''.

Het resultaat blijft hetzelfde. Onze minister-president, de Pinocchio van de Lage Landen, toont zich te klein voor zijn burgers, en te klein voor de grote Europese waarden.

    • Amanda Kluveld