Oe 't ôit vrooger 'eweest 'êt

Vandaag is een dik woordenboek over het Schevenings dialect verschenen, gemaakt door de Haagse Scheveninger Piet Spaans. Wat er niet in staat is de rare vraag `Hé, Scheveningen?'.

Hij heeft een oer-Scheveningse naam, hij heeft er altijd gewoond en hij weet meer van de vissersplaats dan wie ook. Als het moet, spreekt hij het ook: Schevenings. Maar nu we hem moeten hebben, blijkt hij ineens in Den Haag te wonen. Vlakbij de kust, in Kijkduin, maar toch. Vaandelvlucht? Piet Spaans is door deze vraag in het geheel niet uit het veld geslagen. ,,Ons huis daar werd te groot, het is hier prachtig wonen, ik heb er geen seconde spijt van. Ik kom natuurlijk nog altijd op Scheveningen maar vooral: het is mijn Scheveningen niet meer, met die afbladdering van de visserij en alle aandacht gericht op de badplaats.''

Er was dan ook geen enkel bezwaar om op uitnodiging van een andere Scheveninger, de uitgever Dick van der Toorn, een groot werk tot stand te brengen: een Schevenings woordenboek. Dezer dagen, na drie jaar dagelijkse arbeid, is het boek verschenen. Het eerste exemplaar is vandaag aangeboden aan Jan Franssen, de commissaris van de koningin in Zuid-Holland, ooit een functie bekleed door de Scheveninger Maarten Vrolijk. Samen met oud-minister Jan Pronk en de in voetballand optredende Dick Jol en Martin Jol behoort Vrolijk tot de weinige Scheveningers die landelijk bekendheid wisten te krijgen.

In dat woordenboek, De spreektaal van de Scheveningse kustbewoners, staan 4.500 trefwoorden, beginnend bij `A' (= had. Je 'a' dat 'iet doen motte – Je had dat niet moeten doen) tot Zwurrever (zwerver). Als chroniqueur van Scheveningen, met al zes boeken over het dorp en zijn bewoners op zijn naam, was Spaans de aangewezen figuur voor het woordenboek. Ook al omdat hij een methodiek heeft ontwikkeld om het Schevenings, dat vooral gespróken wordt (werd) maar waar weinig in is geschreven, vast te leggen.

Om het dialect anno 2004 nog te horen moet je zijn in een Schevenings bejaardentehuis, weet Spaans, en dan bij de mannen, vooral wanneer zij over de visserij beginnen, bij het Schevenings Toneel en bij het Palmboompje, de hangplek bij de buitenhaven voor ouwe vissers, waar binnenkomende en uitgaande schepen worden becommentarieerd. Het Schevenings, zegt Spaans, is interessant voor taalkundigen, omdat er heel veel in bewaard is gebleven van het Nederlands zoals dat eeuwen geleden in Holland werd gesproken. Het was dan ook niet moeilijk om naast enkele doorgewinterde Scheveningers ook een dialectoloog, dr. J.B. Berns, aan zijn project te laten meewerken.

Dat die taal moest worden vastgelegd nu het nog net kan was voor Spaans geen vraag. Maar of hij het moest doen, daar heeft hij wel een paar jaar over moeten nadenken. De taal is niet het enige waarvoor Spaans zich interesseert. Drie keer al, met tussenpozen van enkele jaren, heeft hij in het dorp, dat vanouds onder Den Haag ressorteert, een inventarisatie gehouden naar het aantal vrouwen dat nog in klederdracht loopt. Hij heeft ze voornamelijk gevonden in de Scheveningse bejaardentehuizen maar ook nog in de oude vissershuisjes. Zelf heeft Spaans' moeder tot haar dood in `mooi tooi' gelopen. In 2000 vond Spaans nog 85 vrouwen die `ezers' (ijzers) droegen, en dat dagelijks en niet voor de gelegenheid, bij voorbeeld als lid van het Schevenings Vrouwenkoor.

Vraag aan Spaans: hoe denkt hij dat Scheveningen er over vijftig jaar uitziet? Op zijn Schevenings antwoordt hij: ,,Lûstert 'ier zeun, ik ben non ien-en-zeuventeg jr dus ik ken geniens mêr zegge: `Azze me 't beleeve magge!' Want dan ben ik allang dôd!

,,Mar volleges mên zel 't 'ier dan 'n reet weeze, 'n sarres 't 'êle jr deur! Met in onze 've allieneg diere zêlbôte met 'n rik, vreemd vollek an boord dat-'r gien bezwui van 'ebbe zel 'oe of Scheveninge ôit vrooger 'eweest 'êt! 'n Kurremes met 'n 'ôpe kebl in al die tente en 'urreburrege an de 've en op 't strang. Niks as blik langs de strte en gelôf me, je zel je gat-iet mêr kêre kenne van al die vreemde gaste die 'ier komme kikke nr de zê en j, wat vorders nog mêr? Gelôf me zeuntje: aars niks mêr! Wand-ons êge Scheveninge dad-is-tan 'êlegr in'epikt deur die 'gse lui ût-te stad. En dad-is was-se non zô grg altêd al wouwe, onze nm Scheveninge verkwansele voor zûlie nm: de 'g an Zê..!''

Bij het weggaan vragen we Piet Spaans nog even of hij weet wat de simpele vraag ,,Hé, Scheveningen?'' kan betekenen. Hij kijkt me niet begrijpend aan. Ik raad hem aan het dan maar in de Van Dale, op te zoeken. Hij slaat het direct op en kijkt me aan. Nee, dat wist hij niet: `Hé, Scheveningen?: gebruikt om te vragen of iemand bereid is tot seksueel contact.'

In verbijstering laat ik hem achter.

Piet Spaans: De spreektaal van de Scheveningse kustbewoners. Uitgeverij De Nieuwe Haagsche, 572 blz + cd, €47

    • P. van der Eijk