Meesterwerk met krassen

Het Risorgimento, de `wederopstanding' van Italië – de opbloei van het liberalisme en nationalisme en de uiteindelijke eenwording van het land in 1871 met Rome als hoofdstad – heeft vele gedaanten gekend. De filosoof Benedote Croce omschreef de eenwording als `meesterwerk van liberaal-nationale bewegingen', terwijl de marxist Antonio Gramsci het hield op een mislukte bourgeois-revolutie. Weer anderen spreken van een cynische oefening in machtspolitiek.

Al deze aspecten van de Italiaanse wederopstanding komen aan bod in De vuist van Piemonte. De geschiedenis van de eenwording van Italië van de journalist Willebrord Nieuwenhuis, voormalig redacteur van deze krant. Maar de meeste nadruk krijgt toch – in ieder geval in de titel – de machtspolitiek van Cavour, de eerste minister van het noordelijke koninkrijk Piemonte (ook wel het koninkrijk Sardinië genoemd). Hij wist met briljante politieke manoeuvres, snelle economische modernisering en oorlogsvoering, de `vuist' te ballen waarmee de Italiaanse staat is gemaakt. Maar wat voor staat? De eenmaking was rijkelijk laat en onvolkomen. Veel van de huidige Italiaanse problemen zijn hierop terug te voeren. De kloof tussen `paese reale' (de werkelijkheid zoals die door de Italianen wordt beleefd) en `paese legale' (de staat) duurt voort tot op de dag van vandaag. In Nieuwenhuis' slothoofdstuk zegt de in Verona wonende schrijver Tim Parks: `Geen wonder dat die staat, die zonder schaamte verstrikt zit in smeergeld en corruptie, de Italianen nog steeds zo weinig zegt.'

Nieuwenhuis vertelt dus niet echt een vrolijk verhaal. Niet aan het einde en ook niet aan het begin, als hij de vele mislukte opstanden en revoluties in de eerste helft van de negentiende eeuw beschrijft. Het idealisme van de Italiaanse beweging wordt voor hem vooral belichaamd door Garibaldi, die wellicht de doorslag gaf door met zijn duizend strijders te landen op Sicilië in 1860 en daarna op te rukken naar Napels. Nieuwenhuis beschrijft hem als een grandioze figuur die nog weinig van zijn glans heeft verloren. Zijn bezoek aan het Witte Huis van Garibaldi op het eiland Caprera, is een hoogtepunt in het boek. Op het graf van Garibaldi ligt een roze granieten deksel die vier ton weegt. Politici vreesden dat zijn stoffelijk overschot anders zou worden gestolen en voor politieke doeleinden zou worden gebruikt. De beenderen van Garibaldi belichamen de niet-ingeloste beloften van het Risorgimento. Als er al sprake is van een meesterwerk Italië, dan één met diepe krassen.

Voor een lichte noot zorgt de buitgewone aandacht van deze auteur voor het belang van het culinaire in de geschiedenis. Beeldend beschrijft hij de liefde van Cavour voor goed voedsel: `Vaak overviel hem zwaarmoedigheid die hij compenseerde met veel gebraad, wild en ander vlees en grove worst, met een muurtje van polenta en een kuiltje voor de jus, verlicht met hoge roemers rode wijn.' Ook is een bijlage opgenomen met de smakelijkste gerechten van Piemonte. De vuist van Piemonte is een heldere, journalistieke kroniek van de Italiaanse eenwording. Nieuwenhuis sprak met historici van het tijdperk en ging kijken in Turijn, de hoofdstad van Piemonte, en op andere plaatsen waar geschiedenis werd gemaakt. Dat maakt zijn boek ook tot een prima kennismaking met een deel van Italië dat veel toeristen ten onrechte links laten liggen.

Willebrord Nieuwenhuis: De vuist van Piemonte. De geschiedenis van de eenwording van Italië. Bert Bakker, 238 blz. €19,95