Kunstenaars scheppen tijd

Luc Tuymans is de schilder van de twijfel, Peter Paul Rubens van het stellige statement. Tuymans geeft een lezing over Rubens. `Iedereen kan gekocht worden, beïnvloed.'

Luc Tuymans staat met één been in de geschiedenis, en dat valt hem niet altijd gemakkelijk. Het is begin september 2004 en de Belgische schilder ontvangt in zijn huis in het centrum van Antwerpen. Hij oogt vermoeid. De grote overzichtstentoonstelling van zijn werk, die tot eind september is te zien in de Tate Modern in Londen en daarna doorreist naar Düsseldorf, heeft veel van hem gevraagd. De afgelopen twee maanden heeft hij ,,zo'n vijftig à zestig'' interviews gegeven, heeft hij aangezeten bij diners en gepraat met verzamelaars – maar dat past bij zijn status.

Tuymans (1958) behoort met collega's als Gerhard Richter, Sigmar Polke en Marlene Dumas tot de meest toonaangevende schilders ter wereld. Dat betekent dat die wereld hem tracht op te zuigen – iedereen wil met hem praten, met hem aan een tafel zitten of, het allerliefst, een werk van hem bezitten. Dat heeft weer tot gevolg heeft dat Tuymans' `auction record' voor één schilderij het afgelopen jaar steeg naar ruim 400.000 dollar.

,,Ja, kunst is nu big business'', zegt hij. ,,Dat begon in 1992 met de Documenta van Jan Hoet. Toen kwam er belangstelling uit Amerika, gingen er allerlei commerciële dingen spelen... Je moet dan heel goed nadenken om je integriteit te bewaren. Er is de wereld van de media, van de etentjes en de openingen. En de wereld van het werk, in het atelier. Die twee probeer ik zo veel mogelijk te scheiden.''

En, lukt dat?

,,Het is moeilijk. Niemand, zeker een kunstenaar niet, kan zich onttrekken aan de macht van de media. Iedereen kan gekocht worden, beïnvloed.''

Ik vraag het omdat u zich in uw werk altijd heeft gekeerd tegen het aloude idee van het schilderij als meesterwerk, als icoon. Hoe is het dan om zelf ineens `iconen' te maken?

Tuymans grijnst. ,,De macht van de media is zo groot dat je als schilder het bereik van je eigen werk niet meer in de hand hebt. Alles is ook zo extreem gedemocratiseerd, dat men niet zo snel meer in het moderne meesterwerk gelooft. Ik zou pas een probleem hebben als mensen door die roem, niet meer werkelijk naar mijn schilderijen kijken – daar heeft iemand als Rubens veel meer last van. Maar in Londen zag ik dat mensen nog steeds door mijn doeken geraakt kunnen worden, dat ze emotionele en intellectuele impact hebben. Dan valt het met die icoonstatus nog wel mee.''

Dat neemt niet weg, zo geeft Tuymans aan, dat hij wel degelijk is doordrongen van de ironie van zijn huidige situatie. Tuymans heeft zijn schilderkunstige roem namelijk vooral te danken aan schilderijen die zich afvragen wat een schilderij heden ten dage nog voorstelt. Hij is de schilder van de twijfel: zijn doeken zijn bijna anti-schilderijen die met karige kleuren en dunne lijnen de belangrijkste verworvenheden van de schilderkunst (kleur, compositie, confrontatie) lijken te ontkennen.

Tegelijk ontstaat er door die karigheid wel iets anders: tijd. De toeschouwer van Tuymans' doeken kijkt als het ware door de mist van de herinnering. In het verleden is iets gebeurd, zegt Tuymans, maar de tijd, de herinnering hebben de feiten van die gebeurtenis vervaagd – of het nu de gaskamers in Auschwitz zijn of de herinnering aan het gezicht van een familielid. Maar, opmerkelijk genoeg, wordt door die vervaging de emotionele impact niet minder. Dat is het bijzondere aan Tuymans' doeken: dat ze ondanks hun schijnbare afstand toch hevige gevoelens van beklemming en twijfel weten op te roepen.

Juist door de dubbelzinnige status van Tuymans' werk en zijn ambivalente houding tot het verleden is het des te interessanter dat hij zich heeft laten verleiden om volgende week in het Mauritshuis in Den Haag een lezing te houden over een illustere voorganger: Peter Paul Rubens. De aanleiding is vrij prozaïsch: vorig jaar is het Mauritshuis er, met behulp van onder andere de Vereniging Rembrandt en het Nationaal Fonds Kunstbezit in geslaagd twee Rubens-doeken aan te kopen: portretten van (vermoedelijk) Peter van Hecke en Clara Fourment.

Mooie, klassiek-statige doeken zijn het, van een gegoede tapijthandelaar en zijn vrouw, die echter een nadeel hebben: als moderne toeschouwer ben je niet geneigd werkelijk naar ze te kijken. Daarvoor is de iconografie van de portretten (de geposeerde statigheid, het rode gordijn, het landschapje op de achtergrond) té bekend, is de formule te zeer uitgewoond. Dus leek het de Vereniging Rembrandt en het Mauritshuis, trots op hun grote dubbelaankoop, een goed idee om iemand te vragen een nieuw en fris licht op deze werken te werpen – enter Tuymans.

Niet dat Tuymans erg voor de hand lag. Als Antwerpenaar is hij weliswaar een directe `afstammeling' van Rubens, maar verder lijkt een groter verschil tussen twee schilders nauwelijks mogelijk. Waar Tuymans' oeuvre één groot spiegelpaleis vormt van epistemologische aarzelingen, is Rubens juist de man van het stellige statement, van de afgebakende vormen en de pompeuze viering van roem en rijkdom.

Toch zit er ook een curieuze parallel tussen de twee: de twee totaal verschillende houdingen sluiten blijkbaar zo goed aan bij de tijd waarin ze leven dat ze van zowel Tuymans als Rubens beroemde, graag geziene culturele `ambassadeurs' hebben gemaakt. Zoals Tuymans over de wereld reist om les te geven, te praten met museumdirecteuren, verzamelaars en tentoonstellingen in te richten reisde Rubens (1577-1640), die een enorme studio voor zich had werken, jarenlang als `ambassadeur' van Philips IV door Europa. Ondertussen trachten ze beiden in hun werk hun verhouding tot hun omgeving te blijven bepalen – hoe moeilijk dat soms ook is.

Wat dacht u toen u werd gevraagd om over Rubens te praten?

,,Ik heb al vrij snel toegestemd, maar vooral omdat Jan Maarten Boll, voorzitter van de Vereniging Rembrandt, een vriend van me is. Ik kan niet zeggen dat Rubens een grote invloed op mijn werk is geweest, dat hij ooit een klap heeft uitgedeeld, zoals Vélazquez of El Greco dat wel hebben gedaan. Tegelijk moet ik wel zeggen dat Rubens grote schilderkunstige kwaliteiten heeft. Hij was zeer zelfbewust; hij wist wat hij kon, wat hij maakte en wat hij daarmee wilde bereiken. Daarin ging hij heel ver: hij was de eerste die een hele studio voor zich aan het werk had, waar volgens precieze schema's een enorme productie werd `gedraaid'. Rubens werkte in opdracht en had deadlines, maar het bijzondere is dat je die druk in zijn doeken nooit terugziet. Alles is tot in de perfectie afgewerkt. Ik noem hem daarom wel eens de eerste filmregisseur.''

Wat is er technisch zo bijzonder aan zijn werk?

,,Hij weet als geen ander een verheven, bijna exotische wereld te scheppen, zonder dat je dat als toeschouwer direct door hebt. Zijn werk zit vol met subtiele boodschappen die allemaal aansturen op het effect dat hij wil bereiken. Zo werkt hij vaak met kikvorsperspectief, zodat de toeschouwer tegen de geportretteerde opkijkt. Ook weet hij als geen ander beweging te suggereren – hij was natuurlijk niet voor niets een van de belangrijkste barokkunstenaars. Rubens bouwt zijn doeken vaak op rond een cirkelvormig centrum, waarbij alles naar de periferie steeds verder vervaagt. Daarbij gebruikt hij alles wat hij kan: de kragen, de lichtvlekken op de kleding... Zeker in zijn vroegere werk gebruikt hij ook vaak heldere contourlijnen, waaraan je kunt zien dat hij veel heeft getekend naar de antieken. Daardoor krijgen zijn geportretteerden vaak iets extra statigs. Iets verhevens.''

Was dat waar Rubens naar zocht? Bevestiging, het scheppen van status?

,,Oh ja, zeker. Rubens wil niet ontregelen, hij wil beamen. Door zijn werkwijze verschaft hij zijn geportretteerde status en daarmee ook zichzelf. Je ziet aan Rubens' schilderijen dat hij een heel duidelijk concept in zijn hoofd had, een wereldbeschouwing – in dat opzicht is hij een schilder die je zelfs aan blinden zou kunnen uitleggen. Anders dan bij bijvoorbeeld Jordaens of Van Dijck, die later een soort populistische volkskunst maken, zie je bij Rubens de viering van status, van luxe. Dat zie je niet alleen op de afbeeldingen in het schilderij, het schilderij is zélf ook een teken van die luxe. Die twee lagen vallen bij Rubens heel mooi over elkaar, waardoor zijn boodschap des te krachtiger wordt.''

Hoe zie je dat op de twee portretten van het Mauritshuis?

,,Oh, op allerlei manieren. Neem bijvoorbeeld het gordijn – ik ga er maar even van uit dat deze doeken bedoeld zijn geweest om naast elkaar te hangen. De man staat duidelijk voor het gordijn, de vrouw zou, daarentegen zowel voor als achter het gordijn kunnen zitten. Daardoor komt de man naar voren. De man staat, zijn vrouw zit. Zij gaat ook meer op in haar omgeving; het feit bijvoorbeeld dat de man zijn vingers gespreid heeft, geeft hem meer volume, terwijl de vrouw juist naar achteren wordt gedrukt doordat dat rood van haar stoel een verband aangaat met het rood van het gordijn. Dat zijn allemaal kleine, onopvallende trucjes, waar Rubens virtuoos in was. Heel modern ook.''

In hoeverre speelt bij Rubens formaat ook een rol in zulke overwegingen? Hij is berucht om zijn grote doeken.

,,Natuurlijk speelt dat mee. Zijn formaten zijn soms extreem overdreven, maar dat heeft ongetwijfeld ook met de ambities van zijn opdrachtgevers te maken. Daar zie je overigens ook wel problemen opdoemen bij hem. Hij maakte zich zozeer afhankelijk van zijn opdrachtgevers dat hij zijn beelden moest aanpassen aan de formaten die zij dicteerden, en dat werkt niet altijd. Formaat is iets heel exacts in de schilderkunst, een afbeelding vraagt altijd om zijn eigen formaat zeg ik altijd maar. Dat gaat bij Rubens soms mis.''

In hoeverre bent u in dat opzicht een soort contra-Rubens? U werkt bijna altijd op kleine formaten.

,,Dat heeft te maken met wat ik net zei, dat het formaat van een schilderij heel exact is. Ik schilder ook nooit op een ingelijst doek; ik spijker het linnen los op de muur en zet het pas op het frame als het af is. Daardoor hebben al mijn doeken ook verschillende formaten.''

Toch toonde u op de Documenta van 2002 ineens één heel groot doek, van bijna drieëneenhalf bij vijf meter, een stilleven naar Cézanne, waarbij dat stilleven bijna wegdreef in een wolk van blauwige leegte. Waar kwam dat uit voort?

,,Dat doek was bedoeld als een soort statement. Mijn vrouw en ik waren tijdens de aanslagen van 11 september net in New York. Ik weet nog dat ik zeer onder de indruk was van die extreem georganiseerde, perverse perfectie van die aanslagen. De beelden op televisie waren zo ontregelend, dat ik besefte hoe beperkt de impact van een schilderij soms is. Daarom besloot ik juist een stilleven te gaan maken, een werk in een genre dat vanuit historisch oogpunt het allerlaagste in de hiërarchie van de schilderkunst is.''

Het is dus eigenlijk een statement over onmacht.

,,Maar dat niet alleen. Het zoekt ook de grenzen van de verbeelding op, in het volle besef dat die grenzen bestaan. Dat is een ander verschil met Rubens trouwens.''

Bedoelt u dat Rubens nog wel geloofde dat hij zijn beelden kon beheersen, dat hij bijna goddelijke afbeeldingen kon maken?

,,Ja, al liep hij af en toe ook tegen zijn grenzen op. Toen ik nog aan de Academie studeerde, heb ik meegewerkt aan de restauratie van zijn Kruisafname in de kathedraal van Antwerpen. Dat veranderde veel aan mijn perceptie van zijn werk. Rubens dwingt je normaal op grote afstand te blijven, maar als je er ineens heel dicht op staat zie je hoe modern, hoe virtuoos hij in veel opzichten was. Tegelijk zie je ook dat hij zichzelf met zijn ambitie in de problemen bracht. Bij die afneming bijvoorbeeld, wil hij tegelijk beweging suggereren en het sculpturale handhaven. Dan zie je toch dat hij daar niet helemaal in slaagt, dat het hem moeite kost.''

Is Rubens typisch een schilder die zijn toeschouwers zoveel mogelijk wil laten opgaan in de illusie?

,,Ja en daarbij zie je hoezeer het schilderkunstige en het maatschappelijke bij hem zijn geïntegreerd. Ik denk dat er veel over hem wordt verklaard als je hem ziet als een typisch product van de contrareformatie. Hij stond aan de kant van de oude machthebbers, van de kerk, en met zijn werk wilde hij het oude geloof in de hogere orde herstellen. In die zin is hij een perfecte opportunist; hij keerde niet voor niks terug naar Antwerpen op het moment dat de kerken hun macht moesten herstellen. Daar was hij bij uitstek geschikt voor. Dat soort dingen voelde hij heel goed aan.''

U had het net al even over schilders als Vélazquez en El Greco, met wie u zei meer verwantschap te voelen. Zit dat hem juist in de mate waarin zij, in tegenstelling tot Rubens, het beeld `open' laten?

,,Rubens is typisch een schilder die zijn eigen werk niet ondervraagt. Dat doen Vélazquez en El Greco wel, die maken hun werk minder af, laten meer open, waardoor er een soort afstand ontstaat tussen de toeschouwer en de personen op het doek. Daarmee scheppen ze de eerste voorwaarden tot het totaal desintegreren van het beeld. Bij Vélazquez kun je je het formaat van de doeken ook nooit meer goed herinneren, en er treedt ook een soort verstomming op. Zijn werk doet me nooit aan muziek denken, als ik er naar kijk hoor ik niks. Bij Rubens wel. Daar hoor ik allerlei muziek, sterker nog: Rubens maakt extreem veel lawaai.''

Streeft u zelf ook een dergelijke stilte na?

,,Nou, stilte... Ik streef vooral naar... Mijn werk heeft alles te maken met de manier waarop de schilderkunst in deze tijd functioneert. Ik denk dat kunstenaars, kunst in het algemeen, een belangrijke functie heeft: het creëren van tijd. Van een maatschappelijk geheugen. Alles heeft tegenwoordig zo'n snelheid gekregen dat mensen daar steeds meer behoefte aan krijgen. Niet voor niets bestaat er in religies als de islam, een enorm ontzag voor het niet uitbeelden van dingen. Maar dat is zo'n extreme stellingname ten opzichte van de bestaande wereld, dat ik me goed kan voorstellen dat mensen steeds meer verlangen naar beelden die zelf stelling durven nemen. Die iets betekenen.''

Luc Tuymans: T/m 26 september in Tate Modern, Bankside, Londen. Zo. t/m do. 10-18u, vr. en za. 10-22u.

Inf. www.tate.org.uk

De lezing van Luc Tuymans vindt plaats op maandag 13 september in het Mauritshuis in Den Haag vanaf 17.30u. Er is nog een zeer beperkt aantal kaarten beschikbaar.

Inl. 070-4271720

    • Hans den Hartog Jager