Kinderboek der kinderboeken

Annie M.G. Schmidt is de koningin van de Nederlandse kinder- en jeugdliteratuur. Haar boeken Minoes, Pluk van de Petteflet en Otje zijn klassiekers. Menige peuter en kleuter slaapt in op haar Jip en Janneke-verhalen. Schmidt was ook de eerste Nederlandse winnaar van de Hans Christiaan Andersenprijs, de `Nobelprijs' voor jeugdliteratuur.

Dus als de boekensector bezig is met de uitverkiezing van een monument van de Nederlandse kinder- en jeugdliteratuur in de afgelopen halve eeuw, dan behoort Annie M.G. Schmidt in elk geval tot de kanshebbers. Toch?

De stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) maakte maandag de zes boeken bekend die kans maken op de `Griffel der Griffels'. Dat is de bekroning van het boek dat naar het oordeel van ex-leden van Griffeljury's het beste is van alle Gouden Griffel-winnaars sinds 1954. Op deze shortlist staan voortreffelijke boeken van schrijvers die hun sporen ruimschoots hebben verdiend. Maar Annie M.G. Schmidt is daar niet bij.

En er is nog iets geks met de lijst. Paul Biegel staat er op met maar liefst twee boeken. `Dan gaat u hem zeker wel winnen?' werd Biegel gevraagd na de bekendmaking. `Nee, nee, er staat een boek op de lijst dat beter is dan mijn boeken', zei Biegel. Hij leek te wijzen op Krassen in het tafelblad van Guus Kuijer (bekroond in 1979). Valse bescheidenheid? Waarschijnlijker is dat Biegel van mening is dat niet zijn beste boeken zijn genomineerd. Het sleutelkruid (1965) en De Kleine kapitein (1972) zijn goed, maar de De Tuinen van Dorr is magistraal.

De Tuinen van Dorr maakte echter bij voorbaat geen kans, omdat dit boek nooit een Gouden Griffel heeft gewonnen. In 1969 dong dit meesterwerk wel mee, samen met Minoes, veelal beschouwd als het beste boek van Annie M.G. Schmidt. Winnaars dat jaar waren de inmiddels niet meer verkrijgbare boeken Komplot op volle zee van Henk van Kerkwijk en Meester Pompelmoes en de Mompelmoes van Hans Andreus.

Het jaar 1969 voedt de twijfels over de longlist. Daarop stonden alleen de 61 boeken die ooit een Gouden Griffel wonnen. Dus ook inmiddels terecht vergeten boeken die in de magere jaren boven kwamen drijven. Enkele inmiddelsklassieke boeken ontbreken juist doordat ze het in de vette griffel-jaren niet hebben gered. Zo legde Schmidts Pluk het in 1972 af tegen onder meer De koning van Katoren van Jan Terlouw. Schmidt won wel twee keer de griffel, met Wiplala en Otje, boeken die niet tot haar allerbeste werk worden gerekend.

Zijn de keuzes van jury's per definitie arbitrair, over een periode van een halve eeuw is bovendien de wisseling van de tijdgeest voelbaar. Loeloedji, kleine rode bloem (1966) van Toos Blom geldt heden ten dage als een racistisch boek. Voor het `multiculturele' Kon Hesi Baka van Henk Barnard (1977) bestaat ook weinig waardering meer.

De CPNB heeft zich bij voorbaat ingedekt tegen deze twijfels door te spreken over de Griffel der griffels, in plaats van het beste kinderboek ooit. De canon van de longlist is bovendien verdedigbaar. Zo hebben de drie schrijvers die drie keer de Gouden Griffel wonnen, nog altijd een grote reputatie: Paul Biegel, Guus Kuijer en Els Pelgrom. De CPNB heeft echter ook tegen de oud-juryleden gezegd: kies een monumentaal boek, dat staat voor de Nederlandse kinder- en jeugdliteratuur van de laatste vijftig jaar. Door deze boodschap wringt het toch dat bepaalde boeken ontbreken.

Het kan ook anders. Kies uit elk jaar drie tot zeven boeken (gemiddeld vijf dus), met inbegrip van de Griffel-winnaars sinds 1954. Een longlist van pakweg 250 boeken is geen probleem – de jury van de AKO Literatuurprijs moet zich jaarlijks door ruim 300 boeken heenwerken. Een zorgvuldige peiling onder de oud-juryleden, aangevuld met andere deskundigen, levert vervolgens een geloofwaardige shortlist op – en uiteindelijk een alom erkende winnaar. Het winnende boek krijgt dan niet de Griffel der griffels maar het predikaat Kinderboek der kinderboeken. En wie weet wordt de koningin dan ook echt gekroond.