Kabinet niet tegen toets aan Grondwet

Het kabinet heeft geen principiële bezwaren tegen invoering van constitutionele toetsing van wetgeving aan de Grondwet mogelijk maakt. Dat heeft minister De Graaf (Bestuurlijke Vernieuwing, D66) gisteren laten weten in het debat in de Tweede Kamer over een initiatiefwetsvoorstel van het Tweede Kamerlid Halsema (GroenLinks). Dat wetsvoorstel maakt het mogelijk om wetgeving door de rechter te laten toetsen aan de zogeheten klassieke grondrechten in de Grondwet.

Volgens De Graaf leven in het kabinet bezwaren tegen die constitutionele toetsing. Dat zou het politieke primaat over totstandkoming van wetgeving kunnen aantasten en rechtsonzekerheid in de hand kunnen werken. Want de rechter kan wetgeving in concrete gevallen buiten toepassing verklaren. Tegelijkertijd zijn er ook voordelen, aldus De Graaf. Zo kan met dergelijke toetsing door een onafhankelijke derde grenzen gesteld worden aan de verregaande bevoegdheid van wetgevende organen bij wetgeving.

De Graaf verwacht niet dat straks storm zal lopen bij de rechtelijke macht. ,,Er mag van worden uitgegaan dat de rechter zich terughoudend zal opstellen.'' Bovendien, aldus De Graaf, ,,zijn er geen aanwijzingen dat in Nederland op grote schaal wetten worden aanvaard die rechten uit de Grondwet schenden.''

Halsema verdedigde haar initiatiefwetsvoorstel gisteren in de wetenschap dat een meerderheid in de Tweede Kamer dat op hoofdlijnen zal steunen. Zij verwacht dat toetsing van wetgeving aan de Grondwet zal leiden tot verbetering van de kwaliteit ervan. Daarnaast verbetert constitutionele toetsing de rechtsbescherming van de burger. Als beide Kamers akkoord gaat met het wetsvoorstel, is er vervolgens een tweederde meerderheid vereist voor definitieve goedkeuring.