Hoppen naar het paradijs

De Nederlandse waddeneilanden oefenen een ongemeen sterke aantrekkingskracht uit op de zogeheten `vastelanders', de mensen van de wal. Twee schrijvende vastelanders hebben nu een boek gepubliceerd over deze `kroonjuwelen' van Nederland. Van Gerrit Jan Zwier verscheen onder de titel Mijn wadden een gloedvolle lofzang op de noordelijke eilanden, die voor hem gelijk staan met het paradijs. De erenaam `kroonjuwelen' of `kroon' is van Zwier afkomstig. Journaliste Ineke Noordhoff probeert in het documentaire boek Zee rondom met behulp van interviews het leven op de wadden in kaart te bregen.

Noordhoff heeft op elk van de eilanden mensen gesproken met cruciale werkzaamheden, zoals een vuurtorenwachter, de waddengids of een onderwijzer. In vaak al te lyrische, maar uiteindelijk wat monotoon gestileerde reportages roemen de ondervraagden de vrijheid van de eilanden. De lezer komt veel te weten over het dagelijkse leven, maar het is alsof Noordhoff de lezer laat geloven dat zij als enige de schoonheid van de eilanden heeft ontdekt. Zij refeert op geen enkele manier aan een oude, literaire en culturele traditie die de al zolang verbonden is met de eilanden.

Voor de schrijver Gerrit Jan Zwier begint het hoge noorden bij de waddeneilanden. Hij heeft een grote fascinatie voor het licht, de ruigte, de leegte en de weidsheid van het noorden. Mijn wadden is een fascinerende bundeling korte beschouwingen over de Nederlandse en de Duitse Noordzee-eilanden. Het boek is alfabetisch opgebouwd en telt lemmata als `Brandaris', `Griend', `Hoppen' en `Slauerhoff'. In elke beschouwing weet Zwier op subtiele en fraai verwoorde wijze de schoonheid maar ook de schaduwzijde van de eilanden te beschrijven. Er staan mooie observaties in, over de plantengroei, het harde leven van de eilanders in vroeger tijden en over de huidige bedreiging van het onmisbare natuurgebied. Hij schrijft: `Helaas, het paradijs is geen eiland buiten de tijd.' In tegenstelling tot Noordhoff schenkt Zwier volop aandacht aan wat eerder is geschreven in de vorm van reisverhalen en beschouwingen. Zo geeft hij royaal de ruimte aan auteurs en natuurliefhebbers als Jac. P. Thijsse, J.P. Strijbos en Dick Hillenius.

Een juweel van vertelkunst over de invloed van weersomstandigheden op de plantengroei van de waddeneilanden is het hoofdstuk `Rendiermos'. Hierin transformeert hij de van oorsprong kale, nauwelijks begroeide eilanden tot arctische streken waar duizendblad, wintergroen en berendruif bijna exotische schoonheden zijn. Zwier kiest telkens andere invalshoeken, en dat maakt zijn boek zo rijk. Of hij nu de vuurtoren van Terschelling beklimt, aan boord gaat van de veerboot Stortemelk of het dagboek van een walvisjager uit 1748 leest, elke keer belicht hij een ander aspect van de eilanden. Zowel voor degenen die Texel, Ameland of Terschelling voor het eerst bezoeken als voor de doorgewinterde eiland-liefhebbers is Mijn wadden het ideale boek. De historische dimensie die Zwier aan de eilanden geeft is even onmisbaar als boeiend om inzicht te krijgen in de eeuwenoude fascinatie voor dit eilandenrijk.

Gerrit Jan Zwier: Mijn wadden. Atlas, 288 blz. €19,90 Ineke Noordhoff: Zee rondom. Leven op de waddeneilanden. Atlas, 190 blz. €16,50.

    • Kester Freriks