Even niet scheuren

Trajectcontrole is niet waterdicht, zoals justitie zegt. Te hard rijdende automobilisten worden nog steeds gematst.

,,En als ze trajectcontrole gaan invoeren'', vroeg ik. ,,Dan is het afgelopen'', gaf de taxichauffeur toe. Ze had gepocht op haar kennis van de locatie van de flitspalen in Nederland, de lof gezongen van radardetectors en van de meldingen van snelheidscontroles op BNR Nieuwsradio. Maar trajectcontrole, wist ze, was het laatste woord. Dan moest je je niet op één punt aan de maximumsnelheid houden, maar ki-lo-me-ters lang.

Dezer dagen wordt in Nederland een tiental systemen voor trajectcontrole in gebruik genomen. Een traject begint en eindigt met een batterij camera's, en ieder passerend voertuig wordt gezien en herkend. De gemiddelde snelheid wordt berekend en wie gemiddeld harder heeft gereden dan het maximum, wordt bekeurd. De pakkans is volgens het openbaar ministerie 100 procent.

Nederlanders hebben, daartoe opgevoed door politie en justitie, heel aparte ideeën over de rol van de maximumsnelheid. Weggebruikers vinden volgens het OM trajectcontroles eerlijker, omdat ze niet meteen hangen als ze even te hard rijden tijdens een inhaalmanoeuvre. Het OM, klantvriendelijk als altijd, levert graag die eerlijkheid.

Te hard rijden om in te halen? Stel dat ik iemand wil inhalen die 110 km/u rijdt. Als ik voor en achter zijn voertuig 50 meter marge in acht neem, moet ik 100 meter overbruggen. Wil ik de limiet niet overschrijden, dan moet ik dat doen met een snelheidsverschil van 10 km/u. Dat kost dus ruim een halve minuut. Waarom zou ik harder moeten dan 120? Wie zou ik in de weg kunnen zitten?

En als mijn voorganger 115 rijdt? Dan vraag ik me af of hij moet worden ingehaald. 115 is bijna 120, en 120 is het maximum. Dat betekent: de hoogst toegestane snelheid. Als een manoeuvre een hogere snelheid vereist, dan is die manoeuvre niet toegestaan. Het is lastige logica, maar het moet even.

Er zijn ook mensen die per ongeluk of eventjes te hard rijden. Zomaar. Het is inderdaad een hard gelag om dan te worden bekeurd. Maar denken die mensen in zo'n geval wel dankbaar aan de tweehonderd keer dat ze per ongeluk, eventjes, te hard reden en níet werden gesnapt? De kwestie is: het maximum is het maximum. Als je rijstijl je vaak, zij het kort, over dat maximum heenbrengt loop je onvermijdelijk, en terecht, een keer tegen een boete aan.

Veel Nederlanders denken dat die 120 het minimum is. Collega-automobilisten die nóg langzamer rijden mag je uitschelden. Trajectcontrole gaat dat veranderen. Wie het getal op de borden met de rode rand als minimum beschouwt, loopt tegen de lamp. Je moet marge nemen en mikken op 115 km/u om buiten de gevarenzone te blijven.

De automobilist wordt nog gematst. Wie precies mikt op 120 komt met normale fluctuaties nooit ver boven de grens. Wie even, opzettelijk, veel te hard rijdt (mag eigenlijk niet) kan dat compenseren door het daarna rustig aan te doen. Ook is de politie altijd coulant. Bekeurd word je pas bij een zeker aantal kilometers te snel. Goed beschouwd zijn het watjes. Snelheidscontroles kondigen ze aan, en ook bij de trajectcontroles gaan ze dat doen: hier graag even de limiet respecteren. Krijg je dan nóg een bekeuring, dan ben je een sufferd.

Snelheidsovertredingen zouden voor de overheid een melkkoe zijn. Misschien is dat waar, maar iedereen is vrij om zich aan de voorschriften te houden. Wat zou trouwens het bezwaar zijn tegen scheurbelasting? Bovendien, juist bij trajectcontroles werkt het anders. Zie de A13 bij Rotterdam. Na een paar maanden streng controleren durft niemand daar de 80 meer te overschrijden. Opbrengst voor de schatkist: vrijwel nul. Het is haast niet te geloven, hier en daar probeert de overheid echt de regels te handhaven.

De tragiek van de trajectcontrole is: het helpt alleen plaatselijk, en het brengt niets op. Daarom zijn mobiele trajectcontroles, waar ook aan wordt gewerkt, nóg beter. Dan weet niemand meer van waar tot waar de snelheidslimiet écht geldt – en dan geldt hij dus overal.