Doden in Irak bij Amerikaanse offensieven

Tientallen mensen zijn gisteren in Irak gedood bij Amerikaanse aanvallen op rebellen in het noorden en westen van het land.

In de stad Tall Afar bij Mosul in het noorden van het land werden volgens de directeur van een plaatselijk ziekenhuis 45 mensen gedood en meer dan 80 gewond bij een 13 uur durend Amerikaans bombardement op en bij gevechten in de stad. Volgens een Amerikaans militair communiqué waren er 57 ,,terroristen'' gedood. De stad, een van verscheidene waarvan de Amerikaanse autoriteiten hebben toegegeven dat ze in handen van rebellen zijn, is afgesloten door het Amerikaanse leger. Het Amerikaans commando meldde dat de operaties tegen Tall Afar erop zijn gericht om de stad te bevrijden van ,,een groot terroristisch element dat de afgelopen weken plaatselijke Iraakse veiligheidsdiensten heeft verdreven''.

Bij nieuwe Amerikaanse luchtbombardementen op de stad Falluja ten westen van Bagdad werden volgens ziekenhuisbronnen in de stad 12 Irakezen gedood, van wie twee vrouwen en vijf kinderen. Het Amerikaanse leger sprak van een aanval op een huis dat zou worden gebruikt door terroristen. Volgens woedende plaatselijke bewoners werden alleen burgers geraakt. Falluja is al sinds Amerikaanse troepen in april hun beleg van de stad ophieven en het toezicht overdroegen aan een Iraakse eenheid, in handen van rebellen.

Ten aanzien van de stad Samarra gebruikten Amerikaanse en Iraakse troepen een andere strategie. Zij gingen gisteren voor het eerst in maanden de stad binnen onder een akkoord met plaatselijke leiders om het regeringsgezag er vreedzaam te herstellen. Wederopbouw zal er volgende week beginnen, aldus een lokaal raadslid, in ruil waarvoor inwoners hebben beloofd hun wapens thuis te laten. De Amerikanen hebben ook toegezegd geen particuliere woningen meer binnen te vallen. Zij hebben verder beloofd de rebellen met rust te laten als die thuis blijven of de stad verlaten.