De macht in China in het geding

Er wordt druk gespeculeerd over een machtsstrijd in China tussen de ex-president en zijn opvolger. De twee zijn zelf heel beleefd tegen elkaar.

Blijft Jiang Zemin, de 78-jarige ex-president van China, achter de schermen de touwtjes in handen houden, of draagt hij zijn centrale positie als hoogste leider van China's leger binnenkort over aan de huidige president, de 61 jaar `jonge' Hu Jintao? Daarover wordt druk gespeculeerd in de buitenlandse pers sinds de Amerikaanse krant The New York Times (NYT) eerder deze week prominent met het bericht kwam dat Jiang van plan zou zijn om af te treden als voorzitter van het Centrale Militaire Comité (CMC). Hij zou dat hebben gezegd tegen hoge kaderleden van de communistische partij. Het voorzitterschap van het CMC is een zeer belangrijke functie, want de macht van de partij in China is uiteindelijk op het leger gebaseerd.

Het Franse persbureau AFP kwam twee dagen geleden juist met de mededeling dat Jiang zijn functie helemaal niet gaat opgeven. ,,Er is niets van waar'', zo verklaarde een neef van Jiang tegenover een mensenrechtenorganisatie in Hongkong. In de officiële Chinese media is over de recente geruchten geen enkele mededeling verschenen, maar dat is niet verwonderlijk. Als het over een machtsstrijd aan de top gaat, krijgt het Chinese publiek er pas iets over te horen als die strijd is beslecht.

De geruchten komen naar buiten kort vóór een besloten bijeenkomst van het machtige Centraal Comité van de partij, die gepland staat voor 16-19 september. Volgens een anoniem partijlid, geciteerd door de NYT, is de officiële agenda voor deze bijeenkomst inmiddels geschrapt, wat zou kunnen aangeven dat er vooral zaken besproken zullen worden die met een machtsstrijd tussen Jiang en Hu te maken hebben.

De in New York gevestigde mensenrechtenorganisatie Human Rights in China meldde gisteren dat er zo'n 36.000 mensen waren opgepakt in Peking die naar de hoofdstad waren gekomen in de hoop rond de bijeenkomst van het Centraal Comité een oor te vinden voor uiteenlopende grieven tegen de overheid. De gemelde golf van arrestaties kan te maken hebben met de gevoeligheid van de partijbijeenkomst.

Waarover verschillen Jiang en Hu eigenlijk van mening? Ook daarover komt in de Chinese media niets naar buiten, en beide leiders vallen elkaar in het openbaar ook niet af. Integendeel: Hu laat geen gelegenheid voorbij gaan om zijn eerbied en respect voor Jiang in het openbaar te tonen. Waarnemers wijzen er daarbij op dat de machtspositie van Hu nog niet sterk genoeg is om zich een al te openlijk conflict met Jiang te kunnen veroorloven.

Wel prees Hu bij de herdenkingen vorige maand van de honderdste geboortedag van voormalig leider Deng Xiaoping diens beslissing om niet tot zijn dood toe aan zijn formele functies binnen de partij vast te houden. ,,Kameraad Deng Xiaoping was er al vroeg een voorstander van om levenslange ambtsvervulling voor ambtenaren en leiders af te schaffen, en hij heeft daartoe persoonlijk het goede voorbeeld gegeven'', aldus Hu volgens het officiële Chinese persbureau Nieuw China. Deze uitspraak is uitgelegd als indirecte kritiek op Jiang, en als een aansporing om zijn voorzitterschap op te geven.

Jiang op zijn beurt zou niet erg gecharmeerd zijn van een nieuw buitenlands beleid dat Hu heeft willen formuleren. Hu gebruikte de term `vreedzame opkomst' om China's internationale positie te omschrijven, maar Jiang zou persoonlijk hebben verhinderd dat deze term algemeen gangbaar werd.

Daaraan ligt een dieper verschil van mening ten grondslag. Jiang wil niet dat China afziet van de mogelijkheid om een gewapend conflict met Taiwan te beginnen, terwijl Hu een meer genuanceerde aanpak van zowel Taiwan als Hongkong zou voorstaan. Verder zou Hu meer nadruk willen leggen op goede banden met Europa, vooral met Frankrijk en Duitsland, terwijl Jiang meer op Amerika is gericht.

Achter Jiangs verzet tegen de term `vreedzame opkomst' kan ook een veel prozaïscher reden schuilgaan. Hu heeft tot nu toe niets gedaan om een eigen `gedachtegoed' in het leven te roepen, alleen zijn formulering van een eigen buitenlands beleid neigt daarnaar. Jiang zou het niet kunnen verdragen dat Hu met een eigen doctrine op de proppen probeerde te komen.

Verder wil Hu de nadruk leggen op het verkleinen van de sterk gegroeide kloof tussen arm en rijk, op de bestrijding van corruptie en van milieuvervuiling, op beschikbaarheid van sociale en medische voorzieningen voor iedereen en op de staatsindustrie als een nog steeds onmisbaar element voor de stabiliteit en welvaart van China. Ook wil hij een gematigder economische groei in China.

Jiang daarentegen lijkt veel meer gericht op privé-ondernemers, meer bereid om macht te delegeren naar de provincies; hij lijkt meer belang te hechten aan het handhaven van een hoge economische groei en hij is is gecharmeerd van grote prestigeprojecten als de aanleg van de Drieklovendam en de Olympische Spelen van 2008 in Peking.

Sommige analisten speculeren over de mogelijkheid dat Jiang weliswaar zijn officiële positie als voorzitter van het CMC zal opgeven, maar dat hij dat dan slechts doet om er meer informele invloed achter de schermen voor terug te krijgen. Daarmee zou hij niet anders handelen dan zijn voorganger Deng, die met nog slechts het voorzitterschap van de Chinese bridgebond op zijn naam tot aan zijn dood toe een bepalende factor in de Chinese politiek bleef.