De Animaris

Van de meeste levende wezens en dingen kun je zeggen dat ze aan iets anders doen denken. Bijna altijd is er iets dat, op een of andere manier, op het andere lijkt. Daaraan hebben we onder andere de camouflage, de beeldspraak en de evolutie te danken. Heel moeilijk is het iets te maken dat op het eerste gezicht op niets anders lijkt, en bij nader onderzoek evenmin. Dit is het kenmerk van de strandbeesten van Theo Jansen. Het enige wat je op het gebied van gelijkenis ervan kunt zeggen, is dat sommige strandbeesten van T.J. meer of minder op andere strandbeesten van T.J. lijken, en geen van alle op iets anders. Ze kunnen bewegen, op hun manier lopen waarbij ze gebruik maken van windkracht. Bij de aanblik van een stilstaand strandbeest weet je al niet wat je ziet; als het gaat lopen is het een wonder.

Als alles goed blijft gaan, komt op zaterdag 18 september om twaalf uur het jongste strandbeest officieel ter wereld, op het Alberdaplein, in Amsterdam Geuzenveld. Dit exemplaar heeft een geraamte van staal en een huid van polyester. Het weegt 2,8 ton, is vier meter zeventig hoog, voldoende om door de wind in beweging te worden gezet. Maar met niet buitengewoon veel menskracht gaat het ook. Op 18 september zullen tussen twaalf en drie uur jongeren deze Animaris Rhinoceros Transport over het Alberdaplein trekken. `Het zal een bijzondere gebeurtenis zijn. Sinds het uitsterven van de dinosauriërs liep er geen groter beest op aarde', noteert de kunstenaar. Hij hoopt dat er een jaarlijkse traditie groeit. Dat moet mogelijk zijn. Ieder jaar rent de Animaris over dit Geuzenveldse plein. Steeds meer mensen komen kijken, van heinde en verre, Geuzenveld is één dag per jaar wereldberoemd, komt op de wereldtelevisie, net als Pamplona het is geworden doordat daar dan de stieren op straat de mensen op de horens kunnen nemen.

Na het feest in Geuzenveld wordt de Animaris Rhinoceros Transport op een sokkel in de Alberdagracht gezet. Daar blijft het dan staan tot het volgende feest, en zo verder, tot in lengte van jaren. Dit beest is voortgekomen uit een opdracht van het stadsdeel Geuzenveld Slotermeer, in samenwerking met het Amsterdamse Fonds voor de Kunst. Ik vind dat een voorbeeldig initiatief. Aan kunst in de openbare ruimte hebben we geen gebrek. Maar er is heel weinig dat ook kan bewegen. Een rij moderne windmolens aan een dijk kun je als een abstracte sculptuur zien, of de verbeelding van het malen der wereldhersenen in het niemandsland tussen nut en waanzin. Maar de meeste mensen vinden die dingen lelijk en bovendien hebben ze geen artistieke bedoeling. Daarmee is de discussie al gesloten.

Met de strandbeesten van Theo Jansen is het volkomen anders. Meteen, bij de eerste aanblik wekken ze twee reacties tegelijkertijd: ze maken je nieuwsgierig en ze doen je plezier. Dat blijft zo, ook als je ze nader bekijkt, ook als ze gaan lopen. Ze hebben een feestelijkheid, waarmee ik niet bedoel dat je ervan gaat brullen en hossen, maar dat je je juist bevrijd voelt uit de lawines van onzin waarmee het dagelijks leven gepaard gaat. Een opluchting.

Deze Animaris Rhinoceros Transport hoort tot het complex van de nieuwe natuur waaraan Theo Jansen nu veertien jaar werkt. `Hij is bedoeld als reismiddel voor de toendra', aldus zijn toelichting. `Je kunt erin zitten. Vaak moet gewacht worden tot de wind uit de goede richting komt en genoeg kracht heeft. Daarom zouden er kamers in moeten komen, om het verblijf te veraangenamen.' De evolutie in de wereld van de strandbeesten overziend, ben ik er zeker van dat de toendra's nog iets buitengewoons te wachten staat. Voor wie meer over deze evolutie wil weten, kijk op www.strandbeest.com en ga op 18 september naar Geuzenveld.

    • H.J.A. Hofland