Westerse moslima's moeten de islam hervormen

In sommige commentaren op de film Submission van Ayaan Hirsi Ali klonk door dat zij te provocerend zou zijn. Maar er kan niet genoeg geprovoceerd worden, want iedereen kan zien waartoe een benadering van `zoete broodjes bakken' heeft geleid: tot een toenemende onderdrukking van vrouwen en minderheden en een toename van jihadi's, betoogt Betsy Udink.

De huidige `vertalibaaniseerde' moslims vinden hun godsdienst de beste van alle religies. Geen god dan Allah heeft de rollen tussen mannen en vrouwen zo prachtig verdeeld. Het aangaan van een dialoog, waar wij in Nederland zoveel waarde aan hechten, is voor hen geen manier om te onderzoeken of zij wat ruimte kunnen maken, zodat andere gelovigen het ook naar hun zin hebben, nee, zij eisen dat die anderen zich naar hen en het woord van hun god schikken. Dit rabiate obscurantisme heeft zich over de gehele islamitische wereld verspreid. Letterknechten bepalen overal het beeld en het beleid.

In de Islamitische Republiek Pakistan wordt daar van staatswege `verlichte gematigdheid' tegenover gesteld, soms ook `gematigde verlichting' genoemd, een merkwaardig verzamelbegrip voor onbekrompenheid en ruimdenkendheid. De politieke leiders van Egypte mogen zich ook graag presenteren als liberale en vrijzinnige moslims. Die termen hebben geen inhoud. Ideeën erachter bestaan niet. Geen regering in de islamitische wereld toont betrokkenheid bij hervormingen of bij een nieuwe theologie. In de praktijk komt het neer op veil denken en de huik naar de wind hangen. De obscurantisten hebben daarom vrij spel en winnen aan aanhang, invloed en macht.

Moslims in Nederland staan niet los van de invloeden van de letterknechten van de islam en van het obscurantisme in hun landen van oorsprong. Nederland is daarmee onderdeel van de islamitische wereld geworden.

Neem Pakistan als voorbeeld van een denkwereld van zowel obscurantistische als van verlicht gematigde moslims. Vrouwen worden er gestimuleerd aan de politiek deel te nemen. Ruim éénderde van de zetels in de provinciale parlementen, in gemeente- en districtsraden en in de federale volksvertegenwoordiging zijn voorbehouden aan vrouwen. Maar een herziening of opheffing van de islamitische wetten die vooral voor vrouwen vernederend zijn, zit er niet in.

Zeker, er wordt veel over de noodzaak ervan geschreven en op de televisie gediscussieerd, en onderzoekscommissies bekijken die wetten sinds jaar en dag en verklaren in hun rapporten steeds opnieuw dat die wetten moeten worden afgeschaft. Maar als puntje bij paaltje komt, gebeurt er niets.

Het letterlijk nemen van de koran wint het dan weer dankzij de gewapende letterknechten en bekrompen massa's die zij op de been kunnen brengen. De aanhangers van verlichte gematigdheid blijven verlamd achter door de angst voor vijand van de islam te worden uitgemaakt.

Kortom, gematigde, verlichte islam komt hierop neer: voorzichtig, breek het lijntje niet, breng onze positie niet in gevaar.

Dat is precies de mentaliteit die ook spreekt uit de stukjes over de film van Ayaan Hirsi Ali, Submission, die Frits Abrahams en Anil Ramdas in deze krant schreven, en van Francisco van Jole in De Volkskrant. Geborneerde en paternalistische mannen die niet in staat zijn de zaak waarvoor Ayaan vecht in perspectief te zien. Ramdas vindt Ayaan Hirshi Ali ,,een vrouw die zich uit pure ijdelheid laat misbruiken voor tamelijk ordinaire moslimhaat''. Hij wordt, schrijft hij, nerveus van die ijdelheid. De vertoning van Submission in Zomergasten verklaart hij tot stunt, en dat mag niet. Abrahams en Trouw verwijten Ayaan haar provocatie. Want zoals zij provoceert, worden moslims op stang gejaagd, en als dat gebeurt: berg je dan maar. Dan worden ze boos en als ze boos zijn, beperken ze zich niet tot het mishandelen van vrouwen, maar gaan ze ook geweld gebruiken tegen mannen. En dan is het onze eigen schuld geweest, omdat we Ayaan haar gang hebben laten gaan.

Met lijsten langs de deuren gaan en aan de vrouwen vragen of ze geslagen worden, is in de meerderheid van de islamitische landen onmogelijk. Vrouwen mogen niet met vreemden praten, dus enquêteurs krijgen geen antwoorden. In de Islamitische Republiek Pakistan waar ik sinds twee jaar woon, valt met cijfers en statistieken niets te doen. Ze zijn er wel, maar er klopt niets van. De Pakistaanse overheid weet niet eens hoeveel mensen er in het land wonen. Zijn het er 149 miljoen, of 151 of zijn het er al 154?

Een paar maanden geleden reisde ik door Baloechistan, hobbelend over bandensporen, want wegen zijn er nauwelijks, en werd in ieder district ontvangen door het districtsbestuur: de voorzitter, het hoofd van het onderwijs, het hoofd van de politie, het hoofd van de gezondheidszorg, en nog wat andere hoofden. Overal kreeg ik een power point presentatie (elk district heeft een laptop, slechts een enkel district heeft een dokter).

Er waren veel cijfers en statistieken over water, over de opbrengst van de landbouw en ook over de bevolking. Maar het rare was dat in elk district vrouwen zoek waren. Niet een paar, of een handvol maar duizenden tegelijk. Daar hadden ze nooit bij stilgestaan, zeiden ze. Toen ze erover gingen nadenken en het met elkaar bespraken, was in het ene district het antwoord: we moeten ons vergist hebben, in het andere: veel van onze vrouwen sterven in het kraambed, en in het derde: we mochten niet in alle dorpen de vrouwen tellen.

Dat het slecht gesteld is met de vrouwen in de Islamitische Republiek Pakistan, is niet moeilijk vast te stellen (met de mannen trouwens ook, maar dat komt een andere keer).

In de Islamitische Republiek Pakistan mogen vrouwen geslagen worden, is de erfenis van een dochter altijd de helft minder dan die van een zoon, is de getuigenverklaring van één vrouw voor de rechtbank van nul en generlei waarde, mag een man vier vrouwen trouwen, een vrouw slechts één man, kan een man zijn vrouw zonder opgave van redenen verstoten, en kan een vrouw slechts in uitzonderlijke gevallen om scheiding vragen. Zo staat het in de koran, en zo staat het in de familiewet van Pakistan en in de familiewet van de meeste andere islamitische landen en het zal niet veranderd worden.

De letterknechten hebben het pleit gewonnen. Discussiëren over vrouwenemancipatie is in de islam van de 21ste eeuw alleen mogelijk binnen het kader van de koran. Juist over de status van de vrouw is de koran eenduidig. Ook seculiere of zelfs niet-gelovige hervormers kunnen zich niet meer beroepen op humaniteit, of op algemene gevoelens van rechtvaardigheid. Alleen de koran en het leven van de profeet zijn de maatstaf voor gerechtigheid.

De koran is het letterlijke woord van God en het leven van Mohammed was volmaakt. De koran en de profeet van Allah zijn onfeilbaar. Zelfs als Allah of Mohammed het fout hebben of hun voorschriften onverenigbaar zijn met de menselijkheid, is daar niets aan te veranderen. Het dagblad The News vroeg dr. S.M. Zaman, voormalig voorzitter van de Pakistaanse Council of Islamic Ideology, of hij mogelijkheden zag het voor vrouwen nadelige islamitische erfenisrecht te wijzigen. Hij ging voor advocaat van de duivel spelen en antwoordde: ,,Laten we eens veronderstellen dat de islamitische erfeniswetten discriminerend zijn. Moeten die wetten daarom worden afgeschaft? Nee. De Heilige Koran heeft mannen en vrouwen hun specifieke rollen en verantwoordelijkheden gegeven, en de erfwet vloeit daaruit voort. In (ons) systeem is een vrouw niet verantwoordelijk voor het onderhoud van het gezin. Zelfs als ze miljonair is, mag haar man niet van haar eisen een bijdrage te leveren aan de huishoudpot. De man moet voor het onderhoud van zijn familie betalen. Dit zijn de rechten van onze vrouwen die haar door Allah geschonken zijn. Wij kunnen haar die rechten niet afnemen.''

Dr. Zaman noemde de mensen die de erfenis gelijk onder alle kinderen willen verdelen `onontwikkeld'. Zaman: ,,De koran heeft de verdeling van de erfenis zo kristalhelder uitgelegd dat van een interpretatie of van een herziening geen sprake kan zijn. Degenen die de koranwetten aanvallen, vallen daarmee de islam zelf aan.''

In de jaren '80 heeft de sinistere dictator Zia ul-Haq op vijf gebieden de islamitische wet ingevoerd, de zogeheten `hudood-verordening', bovenop het islamitische familierecht. De verordening is voornamelijk gericht tegen vrouwen en hangt als een molensteen om hun nek. Het grootste kwaad onder de Pakistaanse vrouwen wordt aangericht door de verordeningen zina (overspel en ontucht) en zina bil jabr (verkrachting). Een vrouw die aangifte doet van verkrachting, loopt een grote kans wegens het plegen van ontucht in de gevangenis terecht te komen. Als ze geen sporen op haar lichaam kan tonen van verzet, wordt automatisch aangenomen dat ze zich vrijwillig `gegeven' heeft. Zodra ze vrijkomt, wordt ze vermoord door een broer of een oom, soms door haar vader.

Ze kan nog ontkomen en de dader veroordeeld krijgen, als vier mannelijke moslims van onbesproken gedrag getuige geweest zijn van de verkrachting. Een onmogelijke opgave. Vier moslims – vrome mannen met baarden en hoogwaterbroeken en eelt op hun voorhoofd die niet ingrijpen en staan toe te kijken bij een verkrachting? Zulke mannen bestaan niet.

Majida Rizvi, de voorzitter van de Nationale commissie voor de status van vrouwen en voormalig rechter bij het Hooggerechtshof van Sindh, vroeg zich eind vorig jaar bij de presentatie van haar rapport over de hudood-verordeningen af hoe een verkrachting in een meisjesstudentenhuis te bewijzen is. Als er al getuigen zijn, zullen dit andere meisjes zijn, maar hun verklaringen zijn niet rechtsgeldig. Haar commissie had geconstateerd dat 80 procent van de vrouwelijke gevangenen in Pakistan vastzitten op grond van overtredingen van de hudood-verordeningen.

In de vrouwenbarak van de gevangenis van Peshawar sprak ik meisjes die, zoals dat in Pakistan heet, een liefdeshuwelijk waren aangegaan. Ze waren, tegen de zin van hun familie, getrouwd met een man van hun eigen keuze. Ze waren overigens in het bezit van een huwelijksakte, maar ze waren door hun vaders en broers aangeklaagd wegens seksuele relaties buiten het huwelijk. Sommigen zaten al vier jaar in de barak, te wachten op hun veroordeling of tot hun zaak eindelijk zou voorkomen. Een enkeling was al veroordeeld en had zeven jaar gevangenisstraf gekregen.

Een vrouw, Gulnaz, was verstoten door haar man. Na de voorgeschreven wachttijd in acht genomen te hebben, was ze opnieuw getrouwd. Haar tweede man had haar erbij genomen, hij had al een vrouw. Ze werd zwanger van hem en baarde een kind. Haar eerste man beweerde dat hij niet van haar gescheiden was en klaagde haar aan wegens overspel. Het bewijs was het kind dat ze had gebaard.

De dag waarop ik Gulnaz sprak, zat ze al vier jaar en twee maanden in de barak te wachten tot haar zaak zou voorkomen. De andere vrouwen in de barak zagen niet uit naar de dag van hun ontslag. Elk meisje, elke vrouw wist dat ze door haar broers of ooms vermoord zou worden. Afgelopen maandag, zo meldde de Daily Times uit Lahore, werden twee zusjes van veertien en twaalf jaar bij het verlaten van de rechtszaal door hun broer doodgeschoten. Ze waren eerder door een man ontvoerd en verkracht.

Het afmaken van meisjes wier naam bezoedeld is – door verkrachting, omdat ze met haar geliefde getrouwd is of een praatje heeft gemaakt met een buurjongen – komt niet één keer voor, of twee keer, of slechts hier en daar, het komt honderden keren per jaar voor, overal in Pakistan. Mensenrechtenorganisaties in de grote steden turven het aantal berichtjes in de kranten waarin melding gemaakt wordt van eremoorden (karo kari) en van het levend verbranden van vrouwen, de zogeheten petroleumstelmoorden.

In 2002 telde de Human Rights Commission of Pakistan (HRCP) 6.785 vrouwen die wegens zina, of alleen maar op verdenking van onkuisheid of wegens ongezeglijkheid, door mannen uit hun familie geëxecuteerd waren. Vijfhonderddertig vrouwen waren door hun schoonfamilie wegens ongehoorzaamheid levend verbrand. In bijna alle gevallen werd gezegd dat de kleren van het slachtoffer bij het eten koken op het petroleumstel in brand waren gevlogen. De anderen zouden zelfmoord hebben gepleegd door zich eerst met petroleum te overgieten en vervolgens een lucifer aan te steken.

Hoeveel vrouwen naast deze 6.785 slachtoffers die in de kranten vermeld werden door geweld om het leven zijn gekomen, is niet na te gaan. De HRCP zag in de eerste acht maanden van 2003 een toename van het aantal elektrocuties van vrouwen. Zij denkt dat het een trend is. Elektrocutie is minder zichtbaar aan de buitenkant en met de overal in alle straten en alle huizen loshangende elektriciteitskabels en onverwachte stoomstoten kan het gemakkelijk als ongeluk afgedaan worden.

Ayaan Hirsi Ali behoort ,,de lijnen der geleidelijkheid'' te volgen, vindt Trouw. Zij mag niet provoceren en ze mag geen `stunts' uithalen.

Wat moet ze dan wel doen? Zoete broodjes bakken en in dialoog treden en maar hopen dat iedereen van goede wil is en denken dat wie goed doet goed ontmoet? Wat dat heeft opgeleverd, hebben we de afgelopen vijfentwintig jaar in de islamitische wereld kunnen zien: het langs geleidelijke lijnen oprukken van het islamitische obscurantisme, een toenemende onderdrukking van vrouwen en minderheden en een toename van jihadi's.

Ayaan Hirsi Ali moet meer provoceren dan ze heeft gedaan, veel meer herrie schoppen over vrouwenmishandeling en vrouwenmoorden in de islamitische wereld. De hervorming van de islam moet, hoe dan ook, komen van moslima's in het Westen. Verbetering is vanuit het Oosten niet te verwachten.

Besty Udink is schrijfster. Zij woont sinds twee jaar in Pakistan.