Verdeeldheid Iraakse top sterkt rebellen

Bombardementen, aanvallen, moorden en ontvoeringen zijn aan de orde van de dag in Irak. Onder het Iraakse interim-bewind is de veiligheidstoestand ernstig verslechterd.

Als de Irakezen eenmaal de soevereiniteit over hun land terughadden, zouden de zaken zich vanzelf ten goede keren, verkondigden hun leiders temidden van het oplaaiend geweld na de Amerikaanse bezetting. Wisten zij het als Irakezen niet veel beter dan de Amerikanen hoe de Iraakse guerrilla moest worden aangepakt? Op 28 juni kregen ze de macht, maar tweeëneenhalve maand later is de veiligheidstoestand ernstig verslechterd.

Vier, vijf sunnitische steden zijn nu in handen van rebellen – die in Falluja waren vannacht nog doelwit van een zwaar Amerikaans bombardement. De shi'itische opstand van Muqtada Sadr laait steeds weer op – twee dagen geleden weer 40 doden in Sadr City in Bagdad. VN-secretaris-generaal Kofi Annan waarschuwde gisteren dat het geweld de verkiezingen bedreigt die in januari 2005 moeten worden gehouden. Generaal Thomas Metz, tweede man van de Amerikaanse strijdkrachten in Irak, zei dat een dag eerder al. Hij onderstreepte de noodzaak van Amerikaanse offensieven om plaatsen als Falluja weer onder controle te krijgen. Probleem: verdeeldheid in de Iraakse leiding heeft eerdere Amerikaanse offensieven in zeges voor de rebellen veranderd.

De laatste paar dagen waren een volstrekte ramp. Een greep uit het geweld:

In het noorden en zuiden van het land werden olie- en gaspijpleidingen gesaboteerd.

De buitenlandse-gijzelaarscrisis leverde 12 dode Nepalezen, twee dode Turken en een dode Egyptenaar op. Twee Franse journalisten bleven zoek. Terwijl tot dusverre veruit de meeste ontvoeringen plaatshadden op de weg in sunnitisch gebied buiten Bagdad, werden gisteren midden op de dag twee Italiaanse en twee Iraakse hulpwerkers in een drukke wijk van de hoofdstad door 20 gewapende mannen uit hun kantoor gehaald. Weliswaar kwamen er ook gijzelaars vrij – in ruil voor dollars of de belofte van hun bedrijf alle activiteit in Irak te staken. Dus ook slecht nieuws.

Er is ook een binnenlandse gijzelaarscrisis. De rebellen in de sunnitische provincie Al-Anbar meldden van plan te zijn ,,alle hoge functionarissen'' te ontvoeren ,,want zij zijn corrupt en door de coalitie benoemd''. De afgelopen dagen zijn de chef van het waterdepartement, de adjunct-directeur-generaal van de olievoorziening en de vice-gouverneur ontvoerd.

Het Amerikaanse dodental steeg tot boven de 1.000. De Washington Post meldde zondag dat in augustus in Irak circa 1.100 Amerikaanse militairen waren gewond; veruit het hoogste maandtotaal sinds de oorlog in maart 2003 begon. Er vielen die maand 66 Amerikaanse doden, het hoogste aantal sinds mei, bij gemiddeld 100 aanvallen per dag.

De Iraakse doden. Zo werden zaterdag in de noordelijke stad Kirkuk 14 politiemannen gedood bij een zelfmoordaanslag. Dezelfde dag werd in Mahmoudiya ten zuiden van Bagdad een kerngeleerde vermoord en in Baqouba een hoge ex-Ba'athfunctionaris. In de noordelijke stad Mosul werden twee politiemannen doodgeschoten evenals in Latifiya. Dinsdag werd een zoon van de gouverneur van Ninive in Mosul vermoord en de onderdirecteur van een ziekenhuis in Bagdad. In de luwte van het grote geweld zijn het laatste jaar al honderden vroegere en tegenwoordige hoge functionarissen en intellectuelen vermoord.

Een berichtje uit de Koerdische krant Al-Taakhi: ,,De imam van Mosuls Resala Moskee, mullah Kasim, heeft een decreet van Jihad, of heilige oorlog, uitgegeven tegen Koerden, Amerikanen en Israëliërs die hij als gelijk aan elkaar omschreef. Hij heeft een beloning van 100 dollar uitgeloofd voor iedere dode. Hij beschouwt Koerden als ongelovigen.''

Het beeld is gruwelijke chaos. Daaraan is onder andere de bezetting zelf debet – groeiende wrok door het optreden van buitenlandse, met name Amerikaanse, militairen zoals te zien aan dansende Irakezen bij dode Amerikanen. Er zijn de fouten van het vroegere bezettingsbestuur waaronder het ontslag van leger en andere veiligheidsdiensten. Het nieuwe leger en de nieuwe politie, haastig geselecteerd en getraind, zijn niet tegen hun taak opgewassen, deserteren of werken voor de tegenpartij. De inlichtingendiensten functioneren (nog) onvoldoende. Er zijn wel duizenden `veiligheidsgevangenen', maar de mensen achter de grote aanslagen of de ontvoeringen, de leiders van de guerrilla, zijn niet gepakt. Die zitten voorzover het sunnieten zijn voor een groot deel veilig in de nieuwe vrijplaatsen, Falluja, Samarra, Ramadi, Latifiya en Tall Afar waar de autoriteiten alleen nog maar in gevechtsformatie of vanuit de lucht langsgaan.

,,Ik denk niet dat je vandaag verkiezingen zou kunnen houden'', zei generaal Metz deze week in een vraaggesprek met onder andere het persbureau AP. ,,Maar ik heb nog vier maanden waarin ik plaatselijke controle wil krijgen.''

Maar het Iraakse interim-bewind is onderdeel van de chaos. De kabinetsposten – en haast alle overheidsfuncties – zijn evenredig verdeeld over de verschillende religieuze, etnische en politieke groepen in het land. Dat wil zeggen dat shi'ieten de meerderheid hebben, op afstand gevolgd door sunnieten en Koerden enzovoorts. Velen van hen hebben aangetoond dat hun eerste loyaliteit de eigen groep is. De volgende loyaliteit is Irak en de de Amerikaanse bevrijders komen op de allerlaatste plaats. Nog onder de op 28 juni ontbonden regeringsraad strandde op die loyaliteiten het Amerikaanse offensief tegen Falluja: het anti-Amerikanisme groeide dusdanig door de beelden uit Falluja dat de leden van de raad hun eigen positie in gevaar zagen komen. De `Iraakse oplossing' waaronder een Iraakse eenheid in Falluja de orde zou bewaken, veranderde de stad in een no-go area.

Zo mislukte ook vorige maand het offensief tegen de opstandige shi'itische geestelijke Muqtada Sadr in de heilige stad Najaf. Interim-premier Allawi en minister van Defensie Shalaan zwoeren Sadr en zijn militie weg te vagen, maar temidden van brede shi'itische verontwaardiging begonnen shi'itische leiders al snel te twijfelen. Uiteindelijk legde het bewind zich graag neer bij de oplossing van groot-ayatollah Sistani: de Amerikanen en Sadr de oude stad uit. De Amerikanen gingen wel; Sadr niet, en het is geen Irakees ontgaan dat Sadr had gewonnen. Generaal Metz zei dat Sadr City in Bagdad, het andere bolwerk van Muqtada Sadr, het makkelijkst te heroveren zal zijn. Maar zal de interim-regering dan wel standhouden als zij als collaborateur met de Amerikanen wordt verketterd?

    • Carolien Roelants