Tribunaal mag geen advocaten opdringen

In NRC Handelsblad van 2 september noemde ik de beslissing om Miloševic tegen zijn wil een advocaat op te leggen, zeer negatief voor de uitstraling van het Joegoslavië-tribunaal. Prof. W. van Genugten stelde op 7 september op de Opiniepagina dat ,,aanwijzing van een advocaat voor Miloševic [...] niet ,,zeer negatief [is] voor de uitstraling van het VN-Hof'', maar er ,,op termijn juist toe [zal] bijdragen dat het zijn geloofwaardigheid behoudt. In dit geval van botsende rechten en beginselen moet het recht op vrije procesvertegenwoordiging het afleggen tegen het belang van een vlot(ter) verloop van de juridische procedure en de juridische waarheidsvinding, waarbij wordt heengekeken door de politieke rookgordijnen die verdachten als Miloševic altijd weer zullen opwerpen.''

Hij onderschat hiermee het belang van internationaal erkende mensenrechten alsmede de rol van het Joegoslavië-tribunaal als voorbeeldfunctie als het gaat om faire strafrechtspleging. Waar ik op doelde met mijn kritiek, is het levensgrote risico dat de rechtsgangen voor het Joegoslavië-tribunaal en ook voor het Rwanda-tribunaal niet als eerlijk en effectief worden gezien.

Een eerlijke rechtsgang dient vanzelfsprekend te zijn. Een Hof dat dient ter bescherming van de mensenrechten, dient deze ook als minimumrechten te garanderen. Daarin past ook het recht de eigen verdediging te voeren. Indien dat Miloševic de mogelijkheid geeft ,,politieke rookgordijnen'' op te werpen, zoals Van Genugten het noemt, dan is het aan de rechters de regie van het proces strakker in handen te houden. Wat nog het meeste steekt in de Miloševic-zaak is de wijze waarop verplicht een advocaat wordt toegwezen.

In april 2003, meer dan een jaar na het begin van het proces, hebben de rechters nog besloten dat Miloševic zijn eigen verdediging mocht voeren, dit als internationaal erkend mensenrecht. Ook toen was hij regelmatig ziek en stelde hij politieke punten aan de orde.

Thans wordt deze eerdere beslissing zonder inhoudelijke argumenten terzijde geschoven. De voornaamste reden is dat het proces anders te lang gaat duren (en niet dat Miloševic een politieke verdediging voert). Maar kun je hem dat aanrekenen? Immers, de aanklager heeft ook ruim de tijd gehad en niet altijd gelukkig geopereerd. Bovendien is het twijfelachtig of door deze oplossing het proces vlot wordt getrokken.

De hele gang van zaken berokkent het Hof ook schade in bredere zin. In de eerste plaats bestaat het risico dat (ontlastend) bewijsmateriaal niet aan de rechters wordt gepresenteerd. Miloševic communiceert immers niet met zijn advocaten en wie is er beter in staat dan de ex-president om ,,zijn zaak'' te presenteren? Bijzonder onbevredigend, zeker in zo'n belangrijk proces, want wie weet zit er tussen die ,,politieke rookgordijnen'' ook wel essentieel bewijsmateriaal. In de tweede plaats staat de geloofwaardigheid van het Tribunaal, in het bijzonder in het voormalig Joegoslavië, op het spel.

Een kwalitatief hoogstaande rechtsgang is een eerste vereiste voor geloofwaardigheid van de Haagse Tribunalen in het voormalige Joegoslavië en in Rwanda. Bovendien: in welke mate kan een vonnis in de Miloševic-zaak bijdragen aan verzoening in het voormalig Joegoslavië, indien het voldoende gezag ontbeert?

Göran Sluiter is hoofddocent strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam.