Scheer moslima's niet allemaal over één kam

In zijn column van 4 september slaat Afshin Ellian weer eens hysterisch om zich heen door te stellen dat moslima's beledigd zouden moeten zijn door Submission. Ook zouden moslima's jaloers zijn op de vrouw die haar lichaam als autonoom subject beschouwt.

Echter, ik ben als moslima noch jaloers op die vrouw, noch ben ik beledigd. Een lichaam staat altijd in dienst van iets: hetzij de begeerte, hetzij, zoals alle monotheïstische godsdiensten dat nastreven: in dienst van de aanbidding van de Schepper.

Volgens de islam is de keus steeds aan het individu. De vrijheid die een mens volgens de islam kan bereiken, ligt op spiritueel vlak en dat impliceert al de voorwaarde dat er keuzevrijheid moet zijn geweest, maar ook het kanaliseren van de begeerte, opdat zelfs de begeerte in dienst staat van aanbidding van de Schepper. De islam gaat ervan uit dat openlijke verleiding de integriteit van de spiritualiteit aantast en zo doet men de ander een zekere vorm van geweld aan. Vandaar de regelgeving. Vandaar ook dat de regelgeving van de islam op regeringsniveau in deze maatschappij niet werkt en islamitische sancties zijn al helemaal niet van toepassing. De sjari'a vereist bijvoorbeeld een corruptieloze regering en die is nergens op de wereld te vinden.

Moslima's gehoorzamen dan ook niet zo zeer hun man; man en vrouw laten zich in hun huwelijk inspireren door de koran, wat dan toch vaak, geheel tegen de verwachting in van Ellian, een harmonisch geheel oplevert. De schending van de mensenrechten is ook een schending van de islamitische regelgeving.

    • Geeske Boulouize-Van Huit