Palestijnen hoeven niet wéér weg

Onderkomens waarin Palestijnen bij Hebron hun toevlucht hadden gezocht, zijn ten onrechte gesloopt, aldus Israëls Hooggerechtshof. `Het is niet meer dan een tijdelijk compromis.'

Voor de honderden Palestijnse herders en boeren in de heuvels ten zuidoosten van Hebron wordt gerechtigheid door Israël laat en in schamele porties opgediend. Wadha Nawagah (76) wijst met haar getatoeëerde hand naar hun door het Israëlische leger en kolonisten met puin, zand en afval volgestorte grotten, de lege waterputten en in de verte naar haar door een kolonistenweg onbereikbaar gemaakte land, postzegelgrote, met stenen muren afgebakende velden waar zij tarwe en gerst verbouwde.

,,De laatste keer dat ik daar was, werd ik door de kolonisten, jongens van een jaar of twintig, uitgelachen en uitgescholden voor smerige, Arabische slet. Het gebrek aan respect, aan opvoeding...pffff'', sist de bejaarde boerin, ,,maar als zij denken dat ze mij hier ooit wegkrijgen, nooit!'' Vanaf haar geïmproviseerde boerderij, deels tentenkamp, deels met golfplaten en autodeuren overdekte schuurtjes, kijkt zij uit op Newe Suseya, een nederzetting van Israëlische orthodoxe kolonisten.

Het Palestijnse Suseya bestaat alleen nog maar op de kaart, want het is jaren geleden opgeruimd om plaats te maken voor een militaire basis die de joodse nederzettingen moet beschermen. ,,Als wij hier weg moeten, word ik voor de derde keer in mijn leven vluchteling. Eerst in 1948 toen de bezetting begon en de tweede keer in 2001 toen onze grotten en bronnen werden dichtgegooid'', vertelt Wadha.

Voorlopig mogen haar familie en vijftig andere families hier blijven, want op ongeveer hetzelfde tijdstip gaf het Israëlische Hooggerechtshof gistermiddag het ministerie van Defensie opdracht het dichtgooien van de herdersgrotten, het slopen van huizen en tentenkampen onmiddellijk te staken. Het heeft lang geduurd, drie jaar na het indienen van de eerste petities, voordat de rechters tot deze tijdelijke conclusie zijn gekomen. Een andere uitkomst was bijna niet mogelijk, omdat het leger heeft toegegeven ,,dat lage, plaatselijke officieren tegen de orders van hun commandanten in'' de bezittingen van de herders en boeren hadden vernietigd.

Sinds de moord op een joodse herder uit Newe Suseya voerde de plaatselijke legercommandant met behulp van de kolonisten dergelijke wraakacties uit. Tot één dag voor de behandeling van de zaak voor het Hooggerechtshof, getuige de sporen van net vernietigde olijfboomgaarden (met 300 bomen) en een huis in aanbouw bij het gehucht Al-Tweneh.

Logischerwijs impliceert een dergelijke uitspraak dat de Nawagahs en de andere families hun grotten mogen heropenen of hun huizen herbouwen. Rechter Ayala Procaccia gaf toe ,,dat de absurditeit van de wet de Palestijnen verplicht om voor het herbouwen van hun ten onrechte vernietigde bezittingen opnieuw vergunningen aan te vragen''.

De Israëlische schrijver David Grossman, die zich inzet voor deze groep Palestijnen: ,,Eigenlijk heeft het Hof geen bevredigende uitspraak gedaan, want de kans dat zij deze vergunningen zullen krijgen, is niet groot. En ik vind dat de rechters een morele uitspraak hadden moeten doen over wat toch beschouwd moet worden als een ernstige misdaad tegen de boerenbevolking. Nu is het niet meer dan een tijdelijk compromis.'' Wadha: ,,Het leger staat in dienst van de kolonisten. De rechters ook.''

,,De nederzettingen – Newe Suseya, Karmel en Ma'anon – zijn illegaal. Dat hebben de rechters een paar jaar geleden zelf gezegd. Maar niemand die zich daar aan stoort, want er wordt gewoon gebouwd en wij worden weggejaagd.''

Shlomo Lecker, de Israëlische advocaat van de herders, vertelt later op de dag: ,,De kolonisten hier hebben zeer nauwe banden met de extreem-rechtse vleugel van de politiek en kunnen dus hun gang gaan. Er is in al die jaren geen één illegale nederzetting afgebroken. Dat is hier de rauwe realiteit.'' Die werkelijkheid bestaat voor Wadha uit voortdurende botsingen met kolonisten die hun schapen op haar land laten grazen, met jongens die haar met stenen bekogelen, beledigen of de oude mannen van de families in elkaar slaan. Afgelopen zondag nog, toen een bejaarde man door gewapende jongens werd afgerost. Haar neef Nasr heeft het incident op video vastgelegd.

Een halve kilometer verderop wonen Sarah en Jaber (76 en 78). Jaber is een zware astma-patient. Ook hun grotten zijn met puin dichtgegooid en ze wonen in provisorische tenten van nylon, openknipte kunstmest-zakken en golfplaten. De deur naar haar keuken, een bouwsel van rotsblokken, is het rechterportier van een auto. Sara ziet er met haar gouden halskettingen, armbanden en boerendracht prachtig uit en is daar ook trots op.

Zij vertelt over de ijskoude, natte winters en de hete zomers in dit ruige, allerminst pastorale, landschap waar zij een leven leiden dat lijkt op dat van haar over-overgrootvader 150 jaar geleden. De grotten, hoewel vochtig, beschermen herders al generaties tegen kou en hitte. Het enige moderne is een toiletgebouwtje, aangelegd door een Britse hulporganisatie en een motoraggregaat voor de elektriciteit. Overigens zijn de meeste sanitaire voorzieningen, die op kosten van Europese non-gouvernementele organisaties zijn aangelegd, in de afgelopen jaren door het Israëlische leger vernietigd.

Sarah heeft eerder die ochtend op de radio gehoord dat de Raad van Yesha Rabbijnen en de hoofden van religieuze scholen op de bezette Westelijke Jordaanoever het leger hebben opgeroepen in ,,de oorlog tegen gewapende Palestijnse groepen'' burgers niet te sparen. ,,Zie je wel, ook wij zijn een doelwit. Dat wisten we al, eerst deden ze het zonder, maar nu jagen zij op ons met toestemming van hun religieuze leiders.''

Drie kilometer naar het zuiden woont Mahmoud Hamanadeh met zijn clan. De geasfalteerde weg, aangelegd door Hamanadeh's, is geconfisqueerd door de kolonisten van een nabij gelegen nederzetting van caravans. Mahmoud (1965) lijkt sprekend op Osama bin Laden en grijnst daarom: ,,Welkom in Tora Bora.'' Met vrouw en zes kinderen bewoont hij één van de grotere grotten die nog niet zijn dichtgegooid: ,,Vijf-sterrengrot met airco, ons hotel in de woestijn'', zegt de schapen- en geitenboer die voorlopig mag blijven ironisch. De schooltassen van de kinderen hangen aan de muur, achterin is een soort slaapzaal ingericht, de meisjes links en de jongens rechts. In een alkoof een keuken en het achterste deel is opslagruimte voor gerst, tarwe en levensmiddelen. Hij heeft een tractor, twee ezels en een mobiele telefoon. Clanhoofd Mahmoud: ,,Het enige wat wij vragen, is met rust gelaten te worden. Het enige wat wij willen is dat wij onze velden kunnen bereiken, onze kinderen naar school sturen en onze schapen hoeden. Wij willen niet nog een keer vluchteling worden.'' Samen met broers en neven begint hij vandaag met de heropening van een dichtgebulldozerde grot.

    • Oscar Garschagen