Onderwijs schond regels voor beloning

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft tussen januari 2003 en juni 2004 tientallen keren regels over salarissen, vertrekregelingen en beloningen van topambtenaren geschonden. Het financieel beheer van de personele uitgaven op OCW is ,,over de hele linie onvolkomen''.

Dat blijkt uit een onderzoek van de Algemene Rekenkamer, dat vandaag is gepubliceerd. De conclusies van de Rekenkamer worden onderschreven door twee andere onderzoeken die vandaag gepresenteerd zijn – van het ministerie van Financiën en advocatenkantoor Ploum Lodder Princen.

Volgens de Rekenkamer kregen negen van de 65 topambtenaren (schaal 16 of hoger) een te hoge salarisschaal toegekend. Zeven kregen bovendien al bij hun aanstelling een extra periodiek wegens uitstekend functioneren. Extra salarisverhogingen voor ambtenaren in een hoge salarisschaal werden, in strijd met de wet, zonder Koninklijk Besluit doorgevoerd.

In elf gevallen ontbreekt ieder besluit om tot salarisverhoging over te gaan. Twee directeuren kregen, in strijd met interne richtlijnen, een dienstauto en vrij taxigebruik. Hiermee was 54.000 euro gemoeid. Eén ambtenaar kreeg een ton om zijn pensioengat te repareren. Volgens de Rekenkamer is moeilijk meer na te gaan ,,door wie, wat, wanneer, aan wie is toegekend'' op OCW.

Het ministerie van Financiën voegt daaraan toe dat de auditdienst de voormalige accountantsdienst van OCW ,,met regelmaat'' tekortkomingen in de financiële administratie tegenkwam en rapporteerde aan de ambtelijke top. Toch had de dienst ,,al eerder en met meer nadruk'' de problemen aan de orde moeten stellen, aldus Financiën.

Minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) had de drie onderzoeken in mei ingesteld, nadat ambtenaren bij de Tweede Kamer alarm hadden geslagen over een `graaicultuur' op het ministerie. Van der Hoeven erkent dat op haar departement ,,veel te vaak slordig en ondoorzichtig met de regels wordt omgesprongen''. Van fraude is geen sprake, aldus de minister. Zij zegt maatregelen te hebben genomen.

Schaal 17: pagina 3