N-Osseetse regering naar huis gestuurd

De Noord-Osseetse president Aleksandr Dzasochov heeft aangekondigd de voltallige regering van de Russische deelrepubliek te ontslaan. Hij reageert daarmee op toenemende kritiek van de bevolking op de afwikkeling van het gijzeldrama in Beslan.

,,We [hadden] verschillende dingen beter moeten oplossen,'' zei Dzasochov gisteren voor een boze menigte van ongeveer 3500 mensen in de hoofdstad Vladikavkaz. Zelf zou hij ook overwegen zijn ontslag in te dienen. Volgens de Russische krant Izvestia heeft hij zijn ontslagbrief al klaar, maar heeft hij die onder druk van het Kremlin nog niet ondertekend. Een afgevaardigde van de demonstranten die met de president had gesproken, vertelde dat Dzasochov ook van plan is de hoofden van de Noord-Osseetse justitiële diensten de laan uit te sturen.

De aankondiging van Dzasochov kwam na dagen van protest tegen de gebrekkige wijze waarop de Noord-Osseetse autoriteiten het gijzeldrama in Beslan hebben aangepakt. Daarbij vielen vorige week ten minste 326 doden.

President Vladimir Poetin heeft voor maandag een speciale bijeenkomst aangekondigd met de regering en de leiders van de regio's. Aangenomen wordt dat hij daar maatregelen zal aankondigen voor de terrorismebestrijding.

De gebeurtenissen in Beslan hebben de relatie tussen Rusland en het Westen geen goed gedaan. De Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergei Lavrov herhaalde de kritiek op de asielverlening aan afgevaardigden van Tsjetsjeense rebellenleiders in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. ,,We vinden het verlenen van asiel aan mensen die betrokken zijn bij terrorisme [...] niet alleen spijtig, maar het ondermijnt tevens de eenheid in de coalitie tegen terrorisme'', zei hij in een interview met Vremja Novosti.

Net als eerder president Poetin, verwijt Lavrov het Westen er een ,,dubbele standaard'' op na te houden: zelf het terrorisme met geweld bestrijden, maar Rusland proberen te bewegen tot onderhandelingen.

De aankondiging van de Russische stafchef van de strijdkrachten, Joeri Baloejevksi, bases van terroristen buiten de Russische Federatie aan te vallen heeft binnen en buiten Rusland tot uiteenlopende reacties geleid. Michail Margelov, voorzitter van de commissie voor Buitenlandse Zaken van de Federatieraad, was blij met de ,,nieuwe tactiek''. ,,Positie-oorlogen zijn voor altijd voorbij'', zei hij in de krant Novaja Gazeta. ,,Vandaag de dag voeren we oorlogen tegen terroristen. Het is goed dat Rusland daar op inspeelt.'' Oud-generaal Leonid Ivasjov, vice-president van de Academie voor Geo-politieke Vraagstukken, beschuldigde de stafchef echter van bluf. ,,Om aanvallen te plannen moet je het doelwit kennen'', zei hij op de radiozender Echo Moskvi.

De Europese Unie heeft voorzichtig gereageerd. Volgens een woordvoerder was het onduidelijk of preventieve aanvallen officiële Russische politiek zijn. ,,We hebben dergelijke opmerkingen niet van president Poetin gehoord'', aldus de woordvoerder. Volgens haar is Europa tegenstander van ,,onrechtmatig doden'' in de vorm van preventieve aanvallen. De Britse minister van Buitenlandse Zaken, Jack Straw, noemde de Russische reactie ,,begrijpelijk'' en vallend binnen het internationale recht. Hij zei niet te verwachten dat Rusland ,,een directe aanval'' aan het voorbereiden is. De Europese Commissie heeft de lidstaten gevraagd om alle scholen op te roepen op 14 september een minuut stilte in acht te nemen ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de gijzeling.

Kofi Annan, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, riep Rusland op de wet te respecteren in de strijd tegen Tsjetsjeense rebellen. ,,We moeten middelen vinden om terrorisme effectief te bestrijden, maar we moeten er ook voor zorgen dat deze middelen niet de wet en de mensenrechten ondermijnen'', aldus Annan, die wees op de noodzaak dat landen beter samenwerken en hun kennis over terrorisme delen.