Bedevaartsoord in de maak

Hagenpreken bij het Menno Simons-monument. Daarvan droomt de Stichting Doopsgezinde Monumenten Friesland. En als het gedenkteken is opgeknapt, kan Witmarsum een bedevaartsoord worden.

Een smal paadje met aan weerszijden bomen geeft toegang tot het Menno Simons-monument in het Friese Witmarsum. Wie het gedenkteken voor de stichter van de doopsgezinde beweging bezoekt, ziet het meteen: het monument staat ietwat scheef. Door veranderingen in het grondwaterpeil verzakt het gedenkteken al jaren. Degenen die zich inzetten voor het erfgoed van Simons willen voorkomen dat hun monument net zo scheef komt te staan als de toren van Pisa. ,,De fundering moet aangepakt worden'', zegt Menno de Vries, bestuurslid van de Stichting Doopsgezinde Monumenten Friesland.

Menno Simons werd in 1496 geboren in Witmarsum. In 1524 werd hij in Utrecht tot priester gewijd. Daarna werkte hij in Pingjum als vicaris. In 1532 begon hij als pastoor in Witmarsum. Simons plaatste grote vraagtekens bij de katholieke leer over eucharistie en kinderdoop. Hij concludeerde dat er geen bijbels fundament bestond voor de kinderdoop. Daarom verliet hij de rooms-katholieke kerk en vertrok uit Friesland. In 1539 publiceerde hij zijn Fundamentboeck waarin hij zijn visie op het christelijk geloof uitzette. Zijn gedachtegoed vond navolging; inmiddels zijn er wereldwijd bijna één miljoen doopsgezinden. De meesten wonen in Afrika en Noord-Amerika.

Op de plek waar Simons volgens de overlevering zijn hagenpreken hield, stond vroeger een kerkje. Op de fundamenten van die oude kerk werd in 1879 het Menno Simons-monument geplaatst. En omdat die fundamenten hun beste tijd hebben gehad, houdt de Stichting Doopsgezinde Monumenten Friesland zaterdag – 125 jaar na de plaatsing van het monument – een manifestatie.

Bezoekers kunnen die dag de zogenoemde goudenhalsbandroute wandelen. Dat is de route die Simons liep wanneer hij van Witmarsum naar het nabijgelegen Pingjum ging. Een trekker met wagen brengt de wandelaars vervolgens terug naar het monument. Daar wordt een presentatie gehouden over de restauratie en over de plannen om een plek voor hagenpreken te creëren. Vervolgens is er een paneldiscussie met prominente doopsgezinden, zoals professor Piet Visser. ,,Het is een manier om alles onder de aandacht te brengen'', zegt De Vries. En om geld in te zamelen. Want niet alleen de benodigde 60.000 euro voor de restauratie is nog niet binnen, ook de overige plannen zijn nog niet gefinancierd.

Veel doopsgezinden willen een plek bij het monument waar zij, net als vroeger, hagenpreken kunnen houden, vertelt De Vries. Volgens de bestuurder hoeft dat niet veel geld te kosten. ,,Naast het monument willen wij het geraamte van het oude kerkje herbouwen en dat laten begroeien met planten. Daaromheen moeten hagen komen. Onder het geraamte kunnen mensen hagenpreken houden.'' Die mogelijkheid maakt het volgens de stichting aantrekkelijk om op bedevaart naar Witmarsum te gaan.

Een grote groep weet nu niet eens dat er een gedenkplek voor Simons bestaat. Niet dat het monument nu geen bezoekers trekt. Jaarlijks komen er nu al honderden doopsgezinden, vooral uit Amerika en Rusland, vertelt De Vries. ,,Vorig jaar waren hier jonge Amerikanen die de grond kusten. Dat zijn jonge mensen, die doen een beetje gek. Maar deze plek is voor veel doopsgezinden wel de oorsprong van hun geloof.''

Naast het monument en het oude schuilkerkje van doopsgezinden in Pingjum is er in West-Friesland nu nog weinig dat herinnert aan die oorsprong. Daarom wil de Friese stichting naast een plek voor hagenpreken ook een Simons-informatiecentrum oprichten. ,,Vooral uit Amerika is daar veel vraag naar. Niets groots. Gewoon een droge plek met sanitair, waar mensen na het bezoek aan het monument een diavoorstelling kunnen bekijken, een kopje koffie kunnen drinken.''

Aan plannen geen gebrek, aan financiële middelen wel. De manifestatie van zaterdag zal niet voldoende geld opbrengen, vermoedt De Vries. Daarom hoopt de stichting op subsidies van de Rijksdienst Monumentenzorg, de provincie Friesland en diverse andere landelijke en Europese fondsen. Ook de doopsgezinde gemeenten moeten in de buidel tasten om hun erfgoed nieuw leven in te blazen. De Vries: ,,Zelfs in Witmarsum zijn er mensen die niet weten dat het monument bestaat. Terwijl het wel een punt in de geschiedenis markeert. Dat moet anders.''

    • Lisette Douma