Turkije koerst af op gunstig EU-rapport

Europees Commissaris Günter Verheugen lijkt zeker van de zaak: Turkije is voldoende gevorderd om onderhandelingen over toetreding tot de Europese Unie te beginnen.

Het gaat de goede kant op met de hervormingen, maar het moet nog beter gaan. Dat is de repeterende boodschap waarmee Europees Commissaris Günter Verheugen deze week door Turkije reist. Tijdens de derde dag van zijn vierdaagse bezoek aan Turkije zei de commissaris, die belast is met de uitbreiding van de Unie, vanmorgen in Izmir tegenover journalisten nog eens dat het kandidaat-lid van de Europese Unie ,,belangrijke vorderingen'' heeft gemaakt op het terrein van politieke hervormingen, maar hij signaleerde tevens nog de verschillende tekortkomingen.

Het is het onderhandelingsspel dat de komende tijd nog wel even zal worden voortgezet. Nog een maand is er te gaan totdat de Europese Commissie op 6 oktober met het lang verwachte advies over de toetreding van Turkije komt. Dan zal het dagelijks bestuur van de Europese Unie moeten aangeven of de aanpassingen van het politieke en juridische bestel in Turkije van dien aard zijn dat de Unie daadwerkelijk de toetredingsonderhandelingen met het land kan beginnen. Dat is namelijk wat de regeringsleiders van de Europese Unie in december 2002 in Kopenhagen met elkaar afspraken en de Turken beloofden.

Als Turkije aan de zogeheten `Kopenhagen-criteria' (uit 1993) zou voldoen – waarin de minimumnormen voor kandidaat-landen op het terrein van democratie, rechtsorde, economie en bestuur – zou niets meer de toetredingsonderhandelingen in de weg staan. Afgaande op de uitlatingen die Verheugen nu al enige tijd doet, zal de Commissie inderdaad constateren dat Turkije voldoende vorderingen heeft gemaakt.

Maar naarmate de datum van 6 oktober dichterbij komt, wordt ook de wezensvraag weer steeds vaker gesteld: hoort een overwegend islamitisch land als Turkije wel bij Europa? Het is weliswaar niet de vraag die de Europese Commissie dient te beantwoorden, maar het is wel de vraag die politici in landen als Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk steeds vaker stellen. Zij hebben geen boodschap aan het weerwoord van nogal wat Europese regeringsleiders dat die vraag niet meer aan de orde is.

Een bijzondere rol in dit kader speelt bij voorbeeld de Nederlandse Europees Commissaris Frits Bolkestein. In zijn eerder dit jaar verschenen boek `De grenzen van Europa' constateert hij al dat, als Turkije lid van de Europese Unie kan worden, hetzelfde geldt voor Oekraïne, Moldavië en Wit-Rusland. Er ontstaat volgens hem dan een Unie die onmogelijk de slagkracht van de huidige Unie kan evenaren. Maar, zegt Bolkestein er telkens bij, het besluit is nu eenmaal genomen.

In een toespraak in Leiden begin deze week citeerde Bolkestein de Amerikaanse islamkenner Bernard Lewis, die onlangs voorspelde dat Europa aan het eind van deze eeuw in meerderheid islamitisch zal zijn. ,,Ik weet niet of het zo'n vaart zal lopen, maar als hij gelijk krijgt is de ontzetting van Wenen in 1683 tevergeefs geweest.''

Bolkestein is niet de enige commissaris die zijn twijfels heeft. Hetzelfde wordt gezegd van zijn collega's Franz Fischler uit Oostenrijk, de Fransman Jacques Barrot, de Spaanse Loyola de Palacio, de uit Luxemburg afkomstige commissaris Viviane Reding en de Cyprioot Markos Kyprianou.

Alleen is het niet aan de leden van de Europese Commissie deze vraag op te werpen. Zij moeten puur beoordelen of Turkije inmiddels aan de Kopenhagen-criteria voldoet. Daar zal het dagelijks bestuur van de Unie naar verwachting een uiterst neutraal geformuleerd rapport over presenteren dat gespeend is van elk politiek waarde-oordeel. Dat wordt graag overgelaten aan de regeringsleiders op hun decembertop in Brussel.