Saarland en verder

In Nederland zoekt een uitgetreden VVD'er de ruimte op rechts, in Duitsland speelt een prominente sociaal-democraat met de gedachte om een partij links van de SPD op te richten. Oskar Lafontaine roert weer eens de trom. De gesneefde maar niet vergeten oud-deelstaatpremier, -minister en -partijvoorzitter, tevens politiek enfant terrible, is ontevreden over de koers van de SPD. De partij kreeg dezer dagen bij regionale verkiezingen in Saarland klop van de christen-democraten. Saarland is een deelstaat die lang in handen was van de socialisten en van 1985 tot 1998 werd bestuurd door Lafontaine. Een CDU'er is thans minister-president, de populaire Peter Müller. Zijn partij houdt de absolute meerderheid. De SPD, de partij van bondskanselier Schröder, zette in Saarland een trend voort: kiezersverlies als gevolg van Schröders impopulaire maatregelen ter beteugeling van de te dure verzorgingsstaat. Nu is ook nog Lafontaine aan het stoken gegaan, een rol die hem weliswaar ligt, maar die de SPD verder in het nauw brengt. Partijruzies vallen nooit goed, zeker niet bij een toch al kritisch electoraat.

Lafontaine en een radicale SPD-factie en de voormalige communist en oud-fractievoorzitter van de PDS, Gregor Gysi – twee jaar geleden na een schandaal in Berlijn als senator gewipt – dromen van een nieuwe linkse partij die in hun ogen, anders dan Schröders SPD, de sociale beginselen niet verloochent. Beiden hebben in het verleden aangetoond kiezers aan zich te kunnen binden, beiden zijn retorische talenten die politiek opportunisme niet schuwen. Voor Schröder, Lafontaine's eeuwige rivaal, zijn ze als horzels die kwaadaardig om zijn hoofd zoemen. Regionale verkiezingen volgen elkaar snel op. Iedere nederlaag zaagt aan de poten van Schröders politieke bestaan. Maar de hang van Lafontaine en Gysi naar een socialisme uit vervlogen tijden is achterhaald. Bovendien zijn hun talenten te gering gebleken om zich staande te kunnen houden in de woelige Duitse politiek. Joschka Fischer, voor de Groenen minister van Buitenlandse Zaken in Schröders kabinet, sloeg de spijker op de kop toen hij in een vraaggesprek met Der Spiegel opmerkte dat Lafontaine en Gysi ,,de hitte van de verantwoordelijkheid niet kunnen verdragen''. De twee hebben het politieke toneel alweer enige tijd geleden verlaten, vernederd en met de staart tussen de benen. Hun terugkeer is haast pathetisch.

De christen-democraten koesteren hun winst, en niet alleen in Saarland. Maar ook zij weten dat Duitsland moet saneren. Een regering van een andere kleur zou net zo goed in de sociale zekerheid moeten ingrijpen, met protesten en onvermijdelijke populariteitsdalingen tot gevolg. Zou de CDU met haar belangrijke sociale vleugel dat aankunnen? Dan ligt de gevoelige kanseliersvraag in de CDU/CSU nog open. Heet de nieuwe christen-democratische kanselierskandidaat Angela Merkel, of wordt het toch weer een man? Merkels positie in de CDU is op dit moment goed, maar ze heeft tijd nodig om haar machtsbasis te verbreden. Het is in Merkels belang dat Schröder voorlopig voortwankelt en de flak opvangt die iedere Duitse bondskanselier krijgt die ingrijpt in het heilige huis van de verzorgingsstaat. Duitsland tobt dus nog even door. De ontevredenen roeren zich, zeker in het oosten. De kanselier en zijn partij zijn aangeslagen. De oppositie hoedt zich voor te veel daadkracht. Deze Duitse impasse betekent achteruitgang voor Europa.