`RDM hield twee kabinetten bezig'

De dreigende levering van duikboottechnologie aan Taiwan door het RDM-concern van zakenman Joep van den Nieuwenhuyzen heeft zowel premier Kok als premier Balkenende hoofdbrekens gekost. Dat blijkt uit een brief die minister Brinkhorst (Economische Zaken, D66) gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Uit de brief, die een opsomming geeft van de contacten tussen Van den Nieuwenhuyzen en de rijksoverheid, blijkt dat zowel in het demissionaire kabinet Kok II, in juni 2002, als in het kabinet Balkenende I (eind augustus 2002) over de kwestie RDM is gesproken. Het zogeheten `bewindspersonenoverleg' had plaats tussen de ministers van Buitenlandse en Economische Zaken, onder voorzitterschap van de minister-president, zo schrijft Brinkhorst.

Begin vorige week werd bekend dat de inmiddels geschorste directeur Scholten van het Havenbedrijf in Rotterdam in het geheim voor 100 miljoen euro aan bankgaranties had verstrekt aan het noodlijdende RDM-concern. Die garanties, zo zei Van den Nieuwenhuzyen daarop vorige week tijdens een persconferentie, waren bedoeld als compensatie door het Havenbedrijf voor zijn toezegging dat RDM geen onderzeeërs zou leveren aan Taiwan.

Volgens hem was hem eerder ook compensatie beloofd door de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Van Aartsen. De huidige fractievoorzitter van de VVD zou als minister Van den Nieuwenhuyzen medio 2002 hebben ,,gesmeekt'' om niet te leveren. Van Aartsen liet daarop in een reactie weten dat dit ,,nonsens'' was en hij nooit enige toezegging aan Van den Nieuwenhuyzen had gedaan. Hij werd daarin bijgevallen door minister Zalm van Financiën.

In zijn brief aan de Kamer bevestigt Brinkhorst deze lezing. ,,Van toezegging van compensatie is geen sprake geweest'', schrijft hij, ,,en verzoeken daartoe zijn afgewezen''. Niettemin baarden de plannen van Van den Nieuwenhuyzen Den Haag zorgen, zo blijkt uit de brief. Zo besloten Buitenlandse Zaken en Economische Zaken al begin 2002 om de landsadvocaat in te schakelen.

RDM wilde niet direct leveren aan Taiwan. Een dergelijk verzoek heeft EZ ook niet bereikt. Het zou wegens de te verwachten moeilijkheden met China – waarmee Nederland in 1984 heeft afgesproken geen wapens aan Taiwan meer te leveren in ruil voor een intensivering van de Chinees-Nederlandse handelsbetrekkingen – sowieso door Den Haag zijn afgewezen. Door een nieuw bedrijf in de Verenigde Staten op te richten dacht Van den Nieuwenhuyzen het Nederlandse wapenexportbeleid te kunnen omzeilen.

De landsadvocaat sommeerde RDM in 2002 meermalen te stoppen met de plannen, zo blijkt uit de brief. Op 30 oktober van dat jaar schreef Van den Nieuwenhuyzen aan de secretaris-generaal van EZ dat hij hiermee akkoord kon gaan, mits de overheid hem financieel zou compenseren. Op het antwoord van EZ van 5 december 2002 dat hiervan geen sprake kon zijn, is geen reactie meer ontvangen, aldus Brinkhorst.