Nederland heeft buitenlands talent hard nodig

De plannen om studenten van buiten Europa meer collegegeld te laten betalen zijn funest voor de positie van ons land als kennissamenleving, vindt G.J. van Luijk.

Minister Van der Hoeven (Onderwijs) wil studenten van buiten de Europese Unie met ingang van 2005 niet meer in aanmerking laten komen voor bekostiging. Dit zou negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit en kwantiteit van hooggekwalificeerde kenniswerkers in Nederland, alsmede voor het wetenschappelijk onderzoek in belangrijke onderzoeksgebieden. Als deze plannen doorgaan, zouden ze een geduchte slag betekenen voor de ambitie van Nederland om als kennissamenleving te concurreren met de top van Europa.

Om de positie van Nederland als kennisland te versterken en het hoogwaardige industriële karakter te handhaven, is stimulering van de sector techniek van groot belang. Instroom van geselecteerde buitenlandse studenten kan hierbij helpen. De eerstkomende jaren kunnen we echter nog niet rekenen op een flinke instroom van Europese studenten, omdat de bachelor-master structuur in veel Europese landen nog onvoldoende is ingevuld, en ook omdat het internationaliseringsproces in het hoger onderwijs daar slechts ten dele vorm heeft gekregen.

Daartegenover staat dat in veel landen buiten Europa de onderwijsbehoefte erg hoog en de interesse in technische disciplines groot is, terwijl de lokale overheden voorlopig niet in staat zijn hieraan zelf tegemoet te komen. Hier ligt voor Nederland, en in het bijzonder voor de drie Technische Universiteiten, een kans om zich met het onderwijsaanbod een positie op de internationale onderwijsmarkt te verwerven.

Doordat de instellingen bij stopzetting van de bekostiging een veel hoger collegegeld moeten gaan heffen, zullen veel buitenlandse gegadigden ervan afzien om aan ons onderwijs deel te nemen. Zij zullen kiezen voor ons omringende landen, die steeds actiever worden op dit gebied en geen of slechts weinig collegegeld vragen.

Het collegegeld dat de TU Delft vraagt van deze categorie studenten bedraagt thans al 8100 euro per jaar. De TU Eindhoven en de Universiteit Twente zullen vanaf 2005 ook een dergelijk tarief gaan heffen. Verhoging van dit tarief om alle integrale kosten te dekken zou betekenen dat er een collegegeld van tussen de 11.000 en 14.000 euro geheven zou moeten worden. Dit leidt onvermijdelijk tot een sterke terugloop, aangezien de ons omringende landen aanzienlijk lagere bedragen vragen (Duitsland) of toch een grotere wereldfaam genieten (Oxford, Cambridge). Bescheidenheid en realiteitszin zijn hier op zijn plaats. Eén cijfer ter vergelijking: de Universiteit Aken heeft 5200 buitenlandse studenten, van wie driekwart van buiten de EU komt.

Inmiddels hebben de instellingen veel geïnvesteerd in het opbouwen van netwerken, zowel op persoonlijk vlak als op instellingsniveau. Nederland heeft een goede reputatie. Veel is er ook geïnvesteerd in faciliteiten, zoals huisvesting. Dit heeft geleid tot steeds grotere belangstelling van getalenteerde niet-EU studenten voor een Masteropleiding in Nederland. Aan de TU Delft bedraagt deze instroom nu zo'n 300 per jaar. Het zijn zeer gemotiveerde studenten die vrijwel zonder uitzondering hun studie binnen de nominale periode van twee jaar volbrengen.

Vele van deze studenten blijven hun bijdrage leveren aan de Nederlandse economie. Van de tweejarige aio-opleidingen aan de Universiteit Eindhoven blijft zo'n 70 procent na hun afstuderen in het land. Anderen gaan terug naar hun thuisland en zijn daar ambassadeurs voor Nederland, waardoor ook bij promovendi van geselecteerde topuniversiteiten (Tsing Hua en Fudan in China) belangstelling gewekt wordt om naar Nederland te komen.

Dit is nu in belangrijke mate het geval dankzij de opgebouwde netwerken. Er zijn nu onderzoeksrichtingen op de Technische Universiteiten die voor het doen van wetenschappelijk onderzoek voor meer dan 80 procent afhankelijk zijn van deze buitenlanders, op kennisgebieden die van groot belang zijn voor de Nederlandse economie, zoals micro-elektronica. Daarnaast zal een aantal afgestudeerden in hun thuisland te zijner tijd een toppositie bekleden, wat, vanwege hun kennis van en belangstelling voor Nederland en de Nederlandse cultuur, tot waardevolle netwerken voor het Nederlandse bedrijfsleven kan leiden en zelfs tot vestiging van bedrijven uit die landen in ons land.

Daling van de instroom van buitenlandse studenten staat haaks op het huidige overheidsbeleid, dat er juist op is gericht om het kennispotentieel van Nederland te vergroten, met een sleutelrol voor de technische disciplines. Laat het beleid vooral consistent zijn. Het is niet voor niets dat de minister van Onderwijs heeft ingezet op verdubbeling van het huidige aantal buitenlandse studenten in Nederland, omdat ons landelijke percentage van buitenlandse studenten nog steeds erg gering is ten opzichte van andere landen. Bovendien wil Van der Hoeven zelf een bonus van 1500 euro toekennen aan goede studenten in de bèta- en technische studierichtingen in hun laatste studiejaar.

In alle belangrijke researchcentra in de wereld, zowel publiek als privaat, studeert een mix van nationaliteiten. Dat zorgt voor kruisbestuiving en nieuwe ideeën. Nederland kan niet meedoen in de top van de internationale kenniscompetitie wanneer het zich de toegang tot een van de grootste bronnen van talent ontzegt of die ten minste ernstig belemmert.

Ook de participatie in een mondiaal kennisnetwerk wordt belemmerd. De aanwezigheid van buitenlandse studenten is bepalend voor de aantrekkelijkheid van ons onderwijs en onderzoek om buitenlandse topwetenschappers naar Nederland te kunnen halen; het vergroot de aantrekkingskracht van Nederland als vestigingsplaats voor kennisintensieve bedrijven; het vermindert de noodzaak voor Nederlandse multinationals om hun R&D activiteiten te verleggen naar het buitenland. De TU Delft heeft eind augustus aan 17 buitenlandse afgestudeerden op het gebied van de micro-elektronica hun diploma uitgereikt. Zij hadden onmiddellijk een baan. Van hen is 90 procent bij Philips terechtgekomen. Zij kwamen niet alleen terecht in de Nederlandse vestiging, maar er gaan ook bij ons afgestudeerde wetenschappers naar een nieuw op te richten innovatiecentrum van Philips in Shanghai.

Door een rem te zetten op de instroom van buitenlandse studenten van buiten Europa, verspeelt Nederland een kans om aansluiting te vinden op de internationale, zeer concurrerende onderwijsmarkt. En dat zal een directe negatieve invloed hebben op het kennisniveau en de kennispotentie van onze maatschappij.

Ir. G.J. van Luyk is voorzitter college van bestuur TU Delft. Hij heeft dit stuk mede geschreven namens de TU Eindhoven en de Universiteit Twente.

    • G.J. van Luijk