Lost and found

Eens in de twee maanden veilt het Amsterdams Venduhuis De Eland alle op Schiphol gevonden voorwerpen. Een knappe rolstoel doet zes tientjes, een zak met muntgeld 30 euro.

Op de veiling Schiphol lost and found afgelopen maandag in Amsterdam had ik een koffer willen kopen. Niet zozeer in de hoop op geld, drugs of een andere verborgen schat, al had ik daar geen principiële bezwaren tegen, maar vooral uit nieuwsgierigheid: toon mij uw koffer en ik zal zeggen wie u bent. Voor een paar tientjes krijg je een inkijkje in iemands leven, met als toegift de fantasie over hoe het verder ging toen de eigenaar de vermissing ontdekte.

Vergeet het maar. Schiphol maakt de koffers `veilinggereed' door persoonlijke spullen als brieven en agenda's te verwijderen. Daarna worden dure spullen als mobiele telefoons, handcomputers en fototoestellen apart gelegd en gaat alles naar veilinghuis De Eland in Diemen. Per jaar gaat het om zo'n 25 duizend artikelen, variërend van een hutkoffer tot een nagelvijl, die worden gehergroepeerd tot kavels waarop je kunt bieden.

De kavels worden zo samengesteld dat ze op een richtprijs van rond de honderd euro komen. Dat kunnen vier Nokia's zijn, maar ook een dertigtal half leeggehaalde koffers en tassen. Kavels met `diverse gevonden voorwerpen' zijn er ook, zo bevat nummer 6.819 onder andere een aluminium stepje, splinternieuwe rode voetbalschoenen, plastic klapstoelen, een krat Grolsch, een integraalhelm, een Nederlandse vlag, een computer zonder harddisk en een grote rol steenwol.

Nog wonderlijker is soms wat wordt achtergelaten op de luchthaven. Kavel 6.828 lijkt op een mirakel te wijzen, alsof Jezus persoonlijk op Schiphol is verschenen en tegen een invalide heeft gezegd: `Sta op en wandel'. De zwarte rolstoel met linnen bekleding wordt voor zestig euro eigendom van Lubbert Bruinsma, wiens vrouw revalideert van een zwaar ongeluk in Egypte: ,,Je kunt bij instanties wel 86 formulieren invullen voor een oud vies ding, maar dan koop ik er liever zelf een.''

Het tempo van de veiling ligt hoog: in twee uur jast veilingmeester Peter Trommelen er vierhonderd nummers doorheen. Eigenlijk is De Eland een kunst- en antiekveiling, maar om de twee maanden is er een rommeldag: de koffers van Schiphol, fietsen waarvan de politie de eigenaar niet heeft kunnen opsporen, restpartijen uit boedels. Het bieden gebeurt weloverwogen, de particulieren en handelaren weten precies wat ze willen uitgeven en laten zich niet opdrijven.

Alleen bij nummer 6.644 slaat de vlam in de pan. Het is een `doos met diverse wandversieringen', zoals er wel meer in de catalogus staan. Peter Trommelen zet in op zeventig euro, een vrouw en een man beginnen tegen elkaar op te bieden. Met steeds grotere stappen wordt het bod verhoogd, het begint met tientjes, daarna met twintigjes, vijftigjes, honderdjes en als het bod boven de duizend euro komt gaat het met vijfhonderd euro per keer omhoog. De vrouw wint: voor drieduizend euro is de doos schilderijtjes van haar. Blijkbaar had ze tussen de prulwerken iets waardevols ontdekt.

Bij de spullen van Schiphol is het hoogste bod achthonderd euro, daarvoor heb je een halve kubieke meter messen, scharen, kurkentrekkers en andere scherpe voorwerpen die uit veiligheidsoverwegingen in beslag zijn genomen. ,,Een jaar geleden brachten zulke partijen nog duizend euro op'', vertelt Trommelen, ,,maar er zitten steeds minder Zwitserse messen in, mensen beginnen langzaam te snappen dat die echt in beslag worden genomen.''

Voor dertig euro word ik de eigenaar van nummer 6.867, een plastic zak met muntgeld. Individuele portretten van de eigenaren vallen daaruit niet te distilleren, wel een collectief. De grootste losers blijken de Britten met 230 muntstukken, samen goed voor bijna twintig pond. De tweede plaats is voor de Amerikanen (74), gevolgd door de Polen (27) en de Israëliërs (23). Uit heel Azië zitten er maar dertien muntjes bij.

De volgende `rommeldag' is maandag 15 november. Zie www.deeland.nl

    • Tijs van den Boomen