Javaanse prinsen vechten om de troon

Twee prinsen strijden in het Javaanse mini-vorstendom Surakarta om de vacante troon. De koning is dood, maar wees nooit een opvolger aan.

Prins Puger vertelt hoe zijn vader, vorst Pakubuwuno XII van Surakarta, eind mei zijn levenseinde aankondigde. ,,Hij riep ons bij elkaar. De vulkaan Bromo was net uitgebarsten en ook de Semeru en Merapi sidderden vervaarlijk. Vader zag hierin voortekenen van een machtswisseling, twist en ander onheil. Hij zei: `De tijd is gekomen, mijn kinderen'.''

Op 11 juni bezweek Pakubuwono, `de spijker die de wereld op zijn plaats houdt', in een ziekenhuis in Solo aan een verschrompelde lever. Hij was 79 jaar oud en had de troon van Surakarta sinds 1944 bezet. De vorst had geen opvolger aangewezen en zijn 35 kinderen – verwekt bij zes concubines – raakten verdeeld in twee kampen, die elk een kroonprins kozen.

Op 24 juni ontving de oudste zoon, prins Hangabehi, uit handen van acht broers en zusters (allen kinderen van 's konings derde concubine) in een paviljoen van het paleis in Solo de kroonprinselijke waardigheid. De drie belangrijkste hofnotabelen – het hoofd van de paleisadministratie en de vertegenwoordigers van de prinsen en prinsessen – waren niet komen opdagen, zodat de rechtsgeldigheid van de ceremonie al meteen ter discussie stond. Ook waren er geen gezanten van het provinciale en plaatselijk bestuur aanwezig.

Op 31 augustus installeerden de kinderen van Pakubuwono's vijf andere concubines prins Tedjowulan, een kolonel van de landmacht, als kroonprins. De plechtigheid had moeten plaatsvinden in het paleis, maar stevig gebouwde, in het zwart geklede aanhangers van prins Hangabehi blokkeerden de vier ingangen. De organisatoren weken toen uit naar de Solonese woning van zakenvrouw Mooryati Soedibyo, een kleindochter van Pakubuwono X en cosmetica-keizerin. Ditmaal waren de drie hoogste paleisfunctionarissen en notabelen van de provincie en de stad Solo er wel bij, maar wijding op een niet-sacrale plaats is volgens de adat (traditie) ongeldig.

Van de Javaanse vorstenlanden resten nog twee kraton (koninklijke paleizen), zonder enig grondgebied buiten de muren. Het ene staat in Yogyakarta, het andere in Solo, Midden-Java. In de 17de eeuw regeerden de koningen van het rijk Mataram over een groot deel van Java. In de 18de eeuw viel het rijk, na een reeks paleisrevoltes en gestook van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), uiteen in twee vorstendommen en twee prinsdommen. In de Java Oorlog (1825-1830) verloren de nazaten van Mataram hun wereldlijke macht aan de koloniale regering van Nederlands-Indië. Die macht viel na 1949 toe aan de Republiek Indonesië. De susuhunan (vorst) van Surakarta (Solo) en de sultan van Yogyakarta behouden voor Javanen hun spirituele gezag en zij spannen zich in voor behoud van de Javaanse hofcultuur.

Alleen de huidige sultan, Hamengkubuwono X, is nog een politieke speler. Hij is gouverneur van de provincie Yogyakarta en geldt als een modern vorst: hij heeft maar één vrouw en vier kinderen, allen dochters.

Pakubuwono XII van Surakarta besteeg de troon in 1944, nog geen jaar voordat Soekarno en Mohammed Hatta de onafhankelijke Republiek Indonesië uitriepen. De vorst belichaamde de gespletenheid van het koningschap in een republiek. Hij erkende het gezag van Jakarta en diende in het leger, maar hield vast aan het hofritueel. Hij herdacht jaarlijks zijn troonsbestijging met de Bedhaya Ketawang, een sacrale dans die de mystieke band uitdrukt tussen de vorsten van Mataram en de Godin van de Zuidzee.

Het huidige conflict is te wijten aan de oude koning. In februari 1993 zei hij tegen deze krant: ,,Mijn opvolger als susuhunan moet een zoon zijn die weet en die kan en die handelt volgens de adat van de kraton. Van al mijn vijftien zonen is nog niemand naar mijn zin. De regel van de kraton is dat het de oudste zoon wordt. Dat is prins Hangabehi, maar zijn gewoonten zijn niet zoals het hoort.'' Hangabehi was verwikkeld in een echtscheiding en riep ooit psychiatrische hulp in. Bovendien was zijn moeder geen koningin.

De vorst nam zes garwa ampil (Javaans voor concubines), maar koos zich nooit een permaisuri (koninklijke gemalin). Hij zei in 1993: ,,Mijn moeder [de gade van Pakubuwono XI] wilde niet dat haar plaats werd ingenomen door een ander. `Wie je ook als koningin kiest', zei ze, `je krijgt mijn zegen niet, ook al ben ik dood.' Ik moet haar wel gehoorzamen.'' Sinds deze bekentenis is de oude koning niet meer van gedachten veranderd.

Volgens prins Puger, die de aanspraken van Hangabehi steunt, gaf de vorst zijn oudste zoon bij de laatste familiebijeenkomst aldus zijn zegen: ,,Hij greep zijn hand, klopte hem op de schouder en zei: `Behi, jij bent mijn oudste zoon. Jij moet sterk zijn, en oprecht, en de anderen beschermen'.'' Onlangs kwam de factie-Hangabehi op de proppen met een getypt velletje waarop hun kandidaat als troonopvolger wordt aangewezen en dat door de vorst kort voor zijn dood zou zijn voorzien van een duimafdruk. De echtheid van dit testament wordt in twijfel getrokken door de factie-Tedjowulan, want het paleiszegel ontbreekt. Het stuk is overgedragen aan de politie van Solo.

Mooryati Soedibyo steunt Tedjowulan. Zij vertelt: ,,Ik kende De Twaalfde goed; hij heeft nooit een duidelijke keuze gemaakt. Hij had geen koninklijke gade en daarom was het aan de hoffuctionarissen die het kratonbestuur en alle prinsen en prinsessen vertegenwoordigen om een opvolger aan te wijzen. Zij namen niet alleen koninklijke afstamming als norm, maar, omdat het gaat om een aankomend heerser, ook kennis van de traditie, karakter, gedrag en aanvaardbaarheid voor de bevolking. Zij consulteerden kenners van de Javaanse cultuur, hovelingen en vooraanstaande Solonezen en hun keuze viel op prins Tejdowulan. De gevolgde procedure is ook meer van deze tijd.''

De factie-Hangabehi wordt geleid door prinses Koes Moertiyah, het 25ste kind van de susuhunan en parlementslid voor de partij van president Megawati Soekarnoputri. Zij beschuldigt prins Tedjowulan, een kolonel in actieve dienst, van politieke machinaties. Hij zou na zijn troonsbestijging campagne willen voeren voor Megawati's rivaal in de eindronde van de presidentsverkiezingen, generaal b.d. Susilo Bambang Yudhoyono.

De strijd om het paleis is begonnen. Prinses Moertiyah heeft de politie van Solo gevraagd de kraton te beveiligen tegen de factie-Tedjowulan, die zou hebben gepoogd koninklijke bezittingen weg te halen. De prins-pretendent reageerde tegenover The Jakarta Post: ,,Moertiyah en haar medestanders hebben in het verleden regelmatig paleisstukken verkocht. We moeten redden wat er nog te redden valt.'' Het gaat hard tegen hard in de successieoorlog van Surakarta. Op 10 september wil Hangabehi zichzelf uitroepen tot vorst.

    • Dirk Vlasblom