Jason Bourne in desoriënterende achtervolgingen

Goa, Moskou, Amsterdam, Napels, Berlijn, Washington, München en Londen zijn in willekeurige volgorde de steden waar geheimagent-met-geheugenverlies Jason Bourne in een autoachtervolging verzeild raakt. Net als het door Matt Damon bleekjes gespeelde personage uit de spionageboeken van Robert Ludlum geen flauw idee heeft waar hij mee bezig is, zo hoeft de toeschouwer van regisseur Paul Greengrass ook geen idee te hebben waar hij is. De wereld is een lange autobaan waarop wij voortdurend van niets naar nergens vluchten.

Het vervolg op The Bourne Identity wordt zo bijna een existentiële vervreemdingservaring. Greengrass is werd door producent en regisseur van het eerste deel Doug Liman ingehuurd als regisseur van dienst, en deed dat voortreffelijk. Voor hem lijkt het feit dat hoofdpersoon Bourne vooral instinctief gedreven wordt om zijn wraak op de CIA te voltrekken een vrijbrief te zijn voor nóg meer wilde autoritten door Metropolis Europa.

Aan het einde zijn de achtervolgers gedood of afgeschud (dat houdt de mogelijkheid voor een derde Bourne-film open). Van Matt Damons gezicht kunnen we niet lezen of hij gedurende die twee uur durende stroboscopische rally iets wijzer is geworden over het hoe en waarom van zijn daden. De toeschouwer in ieder geval niet. Maar zijn netvlies trilt nog na van alle desoriënterende close-ups in spoedmontage van wielen, pistoollopen, geheimzinnige voetstappen, dichtslaande autodeuren, achterhoofden van anonieme vijanden en weer wielen, en nog meer blik en autostaal.

The Bourne Supremacy. Regie: Paul Greengrass. Met: Matt Damon, Franka Potente, Brian Cox. In: 99 bioscopen.

    • Dana Linssen