Geven aan kunst maakt psychisch rijk

De particuliere kunstfondsen slaan de handen ineen en gaan overleggen met de subsidiërende overheid. Ook vragen ze rijke Nederlanders de kunst te steunen.

Het kunstmecenaat rukt op. Meer dan zeshonderd vertegenwoordigers van financiële en culturele instellingen kwamen gistermiddag samen in de Stadsschouwburg in Amsterdam voor een symposium over culturele filantropie: geldgevers en geldontvangers, broederlijk bijeen op initiatief van de Amsterdamse Kunsten Coalitie, om te horen dat er in Nederland – waar immers 95.000 miljonairs rondlopen – nog veel te weinig kunstmecenassen zijn. En dat het meebetalen aan kunstuitingen ,,een enorm psychisch inkomen'' oplevert, zoals AKC-voorzitter Cees Boer het formuleerde.

Grote fondsen als het Prins Bernhard Cultuurfonds, het VSB Fonds en de VandenEnde Foundation geven blijk van een groeiend zelfvertrouwen. Ze hebben vanaf vandaag zelfs een gezamenlijke website (www.cultuurmecenaat.nl) die openstaat voor informatie en discussie over het groeiende belang van hun bijdragen aan de kunst. Dat belang blijkt bovendien uit het feit, dat de rijke Bankgiroloterij sinds deze week een nieuwe naam heeft: de Cultuur- en Welzijnsloterij. Ook onder de oude naam was deze instelling al actief, door bijvoorbeeld bij te dragen aan de Hermitage aan de Amstel en de recente aanschaf van een schilderij van Jan Steen door het Rijksmuseum. ,,Maar het is onze bedoeling op kunstgebied nog meer te doen'', zei directeur Boudewijn Poelmann na afloop, ,,en dat onderstrepen we nu in de naamgeving.''

Dat het kunstmecenaat niet allang meer ingang heeft gevonden bij vermogende landgenoten, heeft volgens diverse betrokkenen veel met onbekendheid te maken. Zo wees Poelmann uit eigen ervaring op het belang van propagandisten voor de kunst. Zonder het aanstekelijke pleidooi van directeur Ernst Veen voor zijn Hermitage-plannen zou de Bankgiroloterij nooit met 30 miljoen euro over de brug zijn gekomen: ,,Als je de Ernst Venen niet tegenkomt, weet je niet hoe leuk het is.'' Bij het management van de kunstinstellingen ontbreekt het nog vaak aan lieden die zulke geldschieters kunnen enthousiasmeren, aldus Joop van den Ende, oprichter van de VandenEnde Foundation: ,,Daar zit het in veel gevallen niet goed.'' Als gunstige uitzonderingen noemde hij Martijn Sanders van het Concertgebouw en Kees van Twist van het Gronings Museum.

Het ging gistermiddag, voor alle duidelijkheid, over filantropie – en niet over sponsoring. De directeuren van sponsorbedrijven vormen volgens Henk van Os, ex-directeur van het Rijksmuseum in Amsterdam, allang een ,,gezellig sociaal circuit'' van lieden, die in het culturele leven ,,vooraanstaand en vooraanzittend'' zijn geworden. Het ging om de individuele filantroop, die zijn geld al of niet via een particulier kunstfonds uitdeelt. Ter aanvulling, en ook volgens staatssecretaris Van der Laan niet ter vervanging, van de reguliere kunstsubsidies.

    • Henk van Gelder