Frankrijk wil vredesmacht Congo dadelijk uitbreiden

Frankrijk wil dat de vredesmacht van de Verenigde Naties in Congo onmiddellijk wordt uitgebreid met zo'n 1.600 man en vier gevechtshelikopters, vooruitlopend op een mogelijke verdere uitbreiding van troepen en materiaal. Een ontwerpresolutie van die strekking heeft Frankrijk gisteren voorgelegd aan de leden van de Veiligheidsraad. De Franse ambassadeur bij de VN, Jean-Marc de la Sablière, sprak de hoop uit dat de resolutie nog deze week door de Veiligheidsraad wordt aanvaard. Snelle actie is volgens hem nodig omdat het vredesproces in Congo in een kritieke fase verkeert en Oost-Congo om herstel van de orde schreeuwt.

De secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, had midden vorige maand al gevraagd de vredesmissie in Congo meer dan te verdubbelen van 10.800 naar 23.900 man. De vredesmacht zou ook meer bevoegdheden moeten krijgen en meer materiaal. De formatie van een snelle reactie-eenheid zou de saboteurs van het vredesproces moeten afschrikken. Alleen op die manier zou kunnen worden voorkomen dat het vredesproces dat vijf jaar geleden is begonnen en volgend jaar met verkiezingen zou moeten worden bekroond, op korte termijn ontspoort.

Frankrijk steunt zo'n uitbreiding en heeft vorige week vrijdag een ontwerpresolutie gestuurd aan de overige leden van de Veiligheidsraad. Maar de besprekingen over dat plan zullen nog zeker enkele weken vergen. De Verenigde Staten staan huiverig tegen zo'n forse uitbreiding omdat zij ruim een kwart van de kosten moeten dragen. De kosten van de vredesmissie zouden stijgen tot ruim 900 miljoen dollar per jaar.

Volgens de Franse ambassadeur bij de VN bestaat er binnen de Veiligheidsraad wel degelijk voldoende steun voor een grotere vredesmacht al zou de uitbreiding wel eens bescheidener kunnen uitvallen dan Annan heeft gevraagd. In elk geval is de situatie in Congo te precair om op dat besluit te wachten, vindt Frankrijk. De missie moet zo snel mogelijk worden uitgebreid met twee bataljons.

De vredesmacht staat volgende week voor een grote krachtproef als ze voor het eerst in Congo met een ontwapeningsprogramma begint. Dat gebeurt in de Oost-Congolese regio Ituri waar naar schatting 50.000 strijders van zeven verschillende milities hun wapens zouden moeten afstaan. Maar de militieleiders steunen het ontwapeningsprogramma alleen maar met woorden. Ze verwijten de Congolese overgangsregering dat ze hen uitsluit van het vredesproces door hun geen overheidsposten aan te bieden. Drie rebellengroepen en de tribale militie Mayi-Mayi zijn wel vertegenwoordigd in de regering. Vorige week kwam het in Ituri nog op verschillende plaatsen tot gewelddadige incidenten. Gevechten in Ituri hebben sinds 1999 zeker 50.000 doden gekost.