Duizendste Amerikaanse dode in Irak

Het aantal Amerikaanse militaire slachtoffers in Irak is de duizend gepasseerd. Van die slachtoffers zijn ruim achthonderd gedood tijdens het verzet dat na de val van de Iraakse leider Saddam Hussein is opgelaaid.

Het psychologisch belangrijke punt werd formeel gisteren bereikt na hevige gevechten in de shi'itische wijk Sadr City in Bagdad. Daarbij werden zeven Amerikaanse militairen gedood. Het aantal omgekomen Amerikaanse militairen kwam daarmee op 1.002. Gisterenavond werd in dezelfde wijk opnieuw een Amerikaanse militair gedood. Eveneens kwamen 22 Irakezen om. Vanmorgen werd nabij de stad Balad, ten noorden van Bagdad, nog een Amerikaanse militair gedood.

Over het aantal Iraakse [civiele] doden bestaan geen harde cijfers, maar Iraq Body Count, gevormd door een groep in Groot-Brittannië actieve documentalisten, schatte hun aantal afgelopen zaterdag op minimaal 11.793. De Verenigde Staten hebben geweigerd gegevens te verzamelen van het aantal Iraakse burgerslachtoffers.

De Amerikaanse minister van Defensie, Donald Rumsfeld, stond gisteren stil bij de duizend Amerikaanse doden in Irak door te zeggen dat ,,we zeker eer betuigen aan de moed en opoffering van iedere man en vrouw in uniform die in Irak heeft gediend en daar op dit moment dient''. Hij voegde daaraan toe dat hij ,,als vanzelfsprekend meerouwt met de familieleden die iemand verloren hebben''.

Maar Rumsfeld zei ook dat hij er het volle vertouwen in heeft dat de Iraakse regering in staat is de steden in handen van het verzet terug te veroveren. Hij waarschuwde ,,de vijanden van de Verenigde Staten'' dat zij de bereidheid van het Amerikaanse volk en zijn bondgenoten ,,om offers te brengen'' in Irak en elders niet moeten onderschatten.

De secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, heeft gezegd dat het geweld in Irak het succes van de eerste Iraakse verkiezingen in januari 2005 dreigt te ondermijnen. In een rapport aan de Veiligheidsraad stelt Annan dat er meer moet worden ondernomen om het Iraakse volk duidelijk te maken dat het uiteindelijk zelf,,de baas is over zijn eigen politieke toekomst.''

Het aanhoudende geweld, de gijzelingen en andere criminele activiteiten ,,versterken het gevoel van onveiligheid'' onder de Irakezen en ,,ondermijnen het publieke vertrouwen in het vermogen van hun politieke leiders om de veiligheid te verbeteren'', aldus Annan.

Volgens het Amerikaanse leger is de maand augustus de zwaarste maand geweest sinds het einde van de grote gevechtshandelingen in mei 2003. Het Pentagon heeft gezegd dat in die maand bijna 1.100 militairen gewond zijn geraakt. Gemiddeld werden de Amerikaanse militairen die maand honderd keer per dag aangevallen. Het aantal doden die maand is met 66 slachtoffers minder snel opgelopen.

Volgens de Amerikaanse krant The Washington Post is het hoge aantal gewonden het gevolg van intensieve en aanhoudende stadsgevechten in Najaf, Ramadi, Samarra, Falluja en de wijk Sadr City in Bagdad. In Sadr City wordt nog steeds gevochten. De meeste van deze steden zijn nog altijd in handen van het Iraakse verzet, hoewel het politieke bestuur in die steden weer in handen heet te zijn van de Iraakse regering.