Boom & bust aan de Noordzeekust

Sinds maandag moet een omvangrijke groep Nederlanders onwillekeurig aan het mijmeren zijn geslagen. Wat te doen met de som geld die vrijvalt als het inmiddels gespaarde bedrag voor het prepensioen vanaf januari 2006 zomaar op de bankrekening wordt gestort? Bootje, keukentje, nieuwe Gretsch-gitaar (model Brian Setzer graag)? Met zulke gedachten is het lekker inslapen, maar vaagheid is nog troef rond het regeringsplan.

Veel pensioenfondsen weten opmerkelijk genoeg niet eens om hoeveel geld het eigenlijk gaat. De schatting van de branche, 50 miljard euro, is waarschijnlijk aan de hoge kant. Of de pensioenfondsen zelf toestemming mogen en zullen geven tot uitkering van het inmiddels gespaarde bedrag aan de inleggers, is onzeker. En of die inleggers het massaal zullen opvragen ook.

Blijft, ondanks alle onzekerheden, de kans dat er een fors bedrag in de economie terechtkomt. Stel, bij een conservatieve schatting, dat het gaat om 15 miljard euro. Is daar een precedent voor? Nee. De spaarloonkwestie verbleekt daarbij. En de jongste grote impuls kwam in Nederland van de belastingherziening in 2000, waar zo'n 6 miljard gulden mee gemoeid was aan lastenverlichting. Dat is nog geen 3 miljard euro.

Gelukkig is er wel een voorbeeld, al is het uit het buitenland, en zeven jaar geleden. In 1997 besloten Britse spaarbanken, de building societies, zichzelf om te vormen tot NV's en naar de beurs te gaan. De gewone burger, lid van banken als Halifax en Alliance & Leicester, werd aandeelhouder. De beursgangen van de building societies maakten de Britse burger dat jaar 36 miljard pond sterling rijker. Dat is, in Nederlandse verhoudingen, zo'n 13 miljard euro.

Nu zullen mensen zo'n bedrag sparen, of er schulden mee aflossen. Dat gebeurde in Groot-Brittannië ook. Maar er werd tevens gespendeerd, en flink ook. De groei van detailhandelsverkopen piekte dat jaar op 7 procent, en aan vakanties werd die zomer tot 3 miljard pond méér uitgegeven. De inflatiedruk nam toe, en het pond steeg fors op de valutamarkt, bij een economische groei van 3,6 procent.

Voor de planners in Den Haag kan het voorval een handig ijkmiddel zijn. Het kabinet-Balkenende bezuinigt fors in zware economische tijden. Dat heet pro-cyclisch beleid, dat de in dit geval neerwaartse conjunctuurbeweging versterkt. Per 2006 zijn de meeste bezuinigingseffecten uit de jaarvergelijking gevallen. Bij het resulterende economische herstel zou een bestedingsgolf als gevolg van de prepensioenkwestie dan in opwaartse zin pro-cyclisch zijn. Een boom-bust economy, heet dat in het Engels. De Britten weten er alles van.

    • Maarten Schinkel