Bomen van broccoli en blaadjes als spruiten

Een straat zonder bomen is niks. Een landschap zonder bomen evenmin. Wie zich dat realiseert, begrijpt meteen dat de boom een belangrijk onderwerp is voor schilders en etsers. En wie dat heeft begrepen gaat een nummer over bomen maken, zoals Kunstschrift nu heeft gedaan. Of die gaat dat nummer lezen.

Kunstschrift is altijd een heel aantrekkelijk geïllustreerd blad met veel prachtige kleurenreproducties, in dit geval dus vooral van kunstzinnige bomen. Die, zoals in dit nummeriemand terecht opmerkt – zij het dat hij het dan uitsluitend over de bomen van de 17de-eeuwse schilder Esaias van de Velde heeft – vaak enorm op broccoli en krulpeterselie lijken. Zeventiende-eeuwse schilders waren nog lang niet altijd gewend om ook werkelijk te kijken als ze de natuur in gingen, wat ze wel deden. Ze trokken zich wellicht te veel het voorschrift aan van Karel van Mander in zijn Schilder-boeck, die over bladeren (en over lucht, haar en stof) schreef ,,Dat is al gheest'' (een citaat dat in dit nummer tenminste drie keer voorkomt), waarmee hij bedoelde dat je daar niet naar hoefde te kijken maar zulke dingen vanuit aanleg en voorstellingsvermogen moest schilderen. Dan krijg je dus de broccoli-boom.

Of de griezeleik, die geboren werd onder de hand van Jacob van Geel, eveneens een zeventiende-eeuwse schilder, die de aanwijzingen dat een klein figuurtje naast een grote boom, en een vergezicht naast het bos goed werkte, nauwkeurig opvolgde en enorme spookachtige bomen schilderde met daarnaast minieme mensjes. Zijn bomen lijken nog het meest op het blad van spruiten, maar soms ook op wringende handen of op geestelijke misvormingen als je zou weten hoe die eruit zagen. Jeroen Stumpel, die over die rare bomen van Van Geel schrijft, wijst er terecht op dat pas tijdens de romantiek de natuur van alles uitbeeldde, dus dat we niet te veel aan innerlijke wanhoop enz. moeten denken bij deze schilderijen, maar het is moeilijk om dat niet te doen.

De boom als symbool van van alles wordt even snel doorgenomen in het inleidende artikel van Eddy de Jongh dat op zichzelf al een reden is om dit Kunstschrift te lezen, omdat De Jongh zo verrukkelijk schrijft. Hij heeft het over bomenverering in vroeger tijden, neemt een licht sprongetje naar het heden waarin ,,nogal eens geschamperd'' is over een prinses ,,die bomen tot haar intimi rekent'' en vervolgt dan kalm en wetenschappelijk: ,,Wie deze pogingen tot vegetatieve communicatie in historisch perspectief bekijkt, zal er minder vreemd van opkijken.'' Daar komen Odysseus en de eik van Dodona tevoorschijn, sprekende en wandelend bomen uit het boek Richteren en natuurlijk Philemon en Baucis en de vluchtende Dafne. Mens en boom zijn innig verweven. En ,,op het punt van arboretische zingeving is het christendom bepaald niet achtergebleven.'' Wie daar meer over wil weten, bekijke dit nummer.

Kunstschrift jrg. 48, nr 4, prijs per nummer €8,90. www.kunstschrift.nl

    • Marjoleine de Vos