Bij twijfel niet vissen in de natuur

Wie iets doet in een natuurgebied, moet vooraf aantonen dat dit geen significante schade toebrengt, zo bepaalde gisteren het Europees Hof van Justitie in Luxemburg. Maar wanneer is schade significant?

Het was de afgelopen jaren een traditie geworden. Zodra het ministerie van LNV een vergunning had afgegeven voor het mechanisch vissen van kokkels op de Waddenzee, maakten natuurorganisaties bezwaar en werd de vergunning geschorst. De kokkelvissers konden ondanks hun vergunning niet uitvaren en vroegen de Raad van State in Den Haag om die schorsing op te heffen. En elk jaar opnieuw stemde de Raad van State daarmee in.

Ook dit jaar was het weer zo ver. Minister Veerman (LNV) had een vergunning afgegeven om in de maanden september tot en met december in totaal 8 miljoen kilo van de in totaal 44 miljoen kilo kokkelvlees in de Waddenzee weg te vissen. De Waddenvereniging had zoals gebruikelijk bezwaar gemaakt, zodat de kokkelvissers niet kunnen uitvaren. En aanstaande maandag oordeelt de Raad van State opnieuw over de vraag of de schorsende werking van het bezwaar moet worden opgeheven.

Toch is er dit jaar iets veranderd. Oorzaak is de uitspraak van het Europees Hof van Justitie in Luxemburg, gisteren, in een zaak waar de Raad van State niet uitkwam. De rechters hebben enkele zaken over de kokkelvisserij en mosselzaadvisserij in de Waddenzee geschorst in afwachting van het oordeel van de Europese rechters. Die hebben nu bepaald dat de kokkelvisserij niet als een bestaande activiteit moet worden beoordeeld. De kokkelvisserij is in de loop der jaren zodanig gemechaniseerd, dat deze als een nieuwe activiteit moet worden beschouwd, een `plan' of `project' waarvan in lid drie van artikel zes van de Europese Habitatrichtlijn ter bescherming van natuurgebieden sprake is. Een plan of project is niet alleen het neerzetten van bouwwerken of installaties, maar ook, stelt het Hof met een verwijzing naar een andere richtlijn uit 1985, ,,andere ingrepen in natuurlijk milieu of landschap, inclusief de ingrepen voor de ontginning van bodemschatten''. Voor zulke activiteiten mag alleen toestemming worden verleend als jaarlijks vooraf wetenschappelijk is vastgesteld dat deze geen significante schade toebrengt aan het natuurgebied, in dit geval de Waddenzee.

Niet iedereen is van de uitspraak ondersteboven. De uitspraak komt voor de kokkelvisserij enigszins als mosterd na de maaltijd, omdat het kabinet enkele maanden geleden heeft besloten om de vergunning dit jaar voor de laatste keer te verlenen. Tenzij de Tweede Kamer er nog een stokje voor steekt, is de mechanische kokkelvisserij vanaf volgend jaar verboden. Binnenkort gaat een commissie van drie de hoogte van een schadevergoeding voor de sector bepalen. Volgens secretaris Jaap Holstein van de producentenorganisatie kokkelvisserij staan er zo'n duizend arbeidsplaatsen op de tocht, niet alleen bij de vissers maar ook in de conservenindustrie. Het is niet waarschijnlijk, menen deskundigen, dat de uitspraak van het Hof in Luxemburg de juridische bodem onder deze schadevergoeding wegslaat.

Wel heeft de uitspraak gevolgen voor al die andere Europese natuurgebieden die onder de zogenoemde Habitatrichtlijn vallen, gebieden die zijn aangewezen om de diversiteit aan plant- en diersoorten te behouden. Binnen die gebieden is het voorzorgprincipe door deze uitspraak verder aangescherpt, zo analyseren onder anderen Chris Backes, hoogleraar milieurecht aan de Rijksuniversiteit Utrecht, en Kees Bastmeijer, onderzoeker aan universiteit van Tilburg. Dat iets al jarenlang in een natuurgebied wordt gedaan, is geen reden om dit altijd toe te staan. En bij twijfel over de schadelijke effecten is het weliswaar niet onmiddellijk verboden om in te halen, maar wel is er nu de plicht om bij redelijke twijfel een passende beoordeling van de gevolgen te maken. Die beoordeling ontbreekt ook in Nederland nog wel eens. Zo hoeft de bouw van een pannenkoekenhuis op zichzelf geen schade aan de natuur toe te brengen, maar als er ook al een aanlegsteiger in de buurt is, valt dat wellicht onder de cumulatieve effecten waarover het Hof spreekt. Onduidelijk is wanneer het Europees Hof vindt dat er significante schade optreedt op grond waarvan een activiteit in een natuurgebied moet worden verboden. Er staat dat er alleen significante schade optreedt, als de `instandhoudingsdoeleinden' van een natuurgebied in gevaar komen. ,,Wanneer een dergelijk plan of project weliswaar gevolgen heeft voor het gebied, maar de instandhoudingsdoelstellingen daarvan niet in gevaar brengt, kan het niet worden beschouwd als een plan of project dat significante gevolgen heeft voor het betrokken gebied.'' Dat zou kunnen betekenen, analyseert professor Backes, dat je gerust nesten van weidevogels mag wegmaaien als er maar voldoende weidevogels in dat gebied overblijven. Dat als er in het totale Waddengebied maar voldoende zeehonden zitten, je zonder mankeren een populatie in het Nederlandse deel dwars kunt zitten. En dat als een gebied is aangewezen als vogelgebied, andere diersoorten mogen worden verstoord. Maar het Hof stelt óók dat de activiteit geen schadelijke gevolgen mag hebben voor de `natuurlijke kenmerken' van een gebied. ,,De bevoegde nationale autoriteiten geven op basis van de passende beoordeling van de gevolgen van de mechanische kokkelvisserij voor het betrokken gebied, in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen daarvan, slechts toestemming voor deze activiteit wanneer zij de zekerheid hebben verkregen dat de activiteit geen schadelijke gevolgen heeft voor de natuurlijke kenmerken van het betrokken gebied.'' Dat klinkt alweer wat strenger, aldus de wetenschappers.

Het woord is aan de rechters in de lidstaten, te beginnen in Nederland.