`Belgen hebben ons de geest gegeven'

Franse producenten zagen niets in Aaltra, een film over de treurigheid in Noord-Frankrijk en Wallonië die eindigt in Finland.

Benoît Delépine en Gustav Kervern, de Franse makers en hoofdrolspelers van de film Aaltra, wandelen het zaaltje binnen van het Amsterdamse Filmmuseum waar de kostuums van Audrey Hepburn tentoongesteld worden. Misschien iets voor de foto, zegt Kervern met een knikje naar een Givenchy-pakje. Nee, zegt Delépine, daar ben je te mager voor.

Zo praten ze, elkaar aanvullend, overtreffend, afzwakkend. Omdat de blonde Delépine wel wat van Kuifje heeft, ben je geneigd in Kervern met zijn woeste krullen kapitein Haddock te zien – zozeer zijn ze duo.

In Frankrijk maken ze al jarenlang furore op tv. Ze werkten mee aan en speelden in het satirische poppenprogramma Guignols, Grolandsat, tv-zenders uit een niet-bestaand land, en Toc Toc Toc, filmpjes over een homopaar waarvan de ene de andere steevast betrapt op het verbergen van beroemde Fransen in zijn slaapkamerkast.

Aaltra toont de grauwe wereld van Noord-Frankrijk en Wallonië in grofkorrelig zwart-wit. De uitgebalanceerde kaders verraden Delépines affiniteit met strips,daar schrijft hij scenario's voor. Voor hun speelfilmdebuut moesten Delépine en Kervern uitwijken naar België. Ze slaagden er niet in een Franse producent van hun project te overtuigen. ,,Fransen zijn bang voor zwart-wit'', zegt Kervern. ,,En voor mensen in rolstoelen'', zegt Delépine.

Ze horen naar eigen zeggen niet bij de Franse filmwereld maar ze klaren helemaal op als ze het over België hebben. Daar vinden ze geestverwanten als Benoît Poelvoorde (Le vélo de Ghislain Lambert en een rolletje in Aaltra) of Fabrice du Welz (Calvaire) ,,Belgen hebben ons de geest gegeven'', zegt Delépine. ,,En de Belgische geest is vrij.'' Kervern noemt Noël Gaudin als voorbeeld, een beroemde Belgische `taarter', die onder meer Bill Gates op slagroom heeft getracteerd. ,,Hij heeft een tactiek ontwikkeld voor zijn arrestatie. De politie smijt de taarter altijd ruw tegen de grond. Gaudin gaat direct op zijn rug liggen, als een hond met zijn poten omhoog. Niemand die op hem durft te springen. Dat zou een Fransman nooit wagen, zichzelf zo voor gek zetten. Fransen hebben geen zelfspot.'' Gaudin speelt ook in Aaltra, als zwerver. ,,Onze film is een ode aan mensen zoals hij'', zegt Delépine. ,,Gek misschien, maar poëtisch gek.''

Rijk aan zelfspot is Aaltra, geafficheerd als een roadmovie voor rolstoelen, zeker. Delépine en Kervern zijn de buren die elkaar invalide maken en onwillig samen naar Finland trekken, op zoek naar tractorfabriek Aaltra om een schadeclaim in te dienen. Twee losers, die onderweg schaamteloos misbruik maken van het medelijden van mensen – voorzover aanwezig. ,,Het zijn geen schoften'', zegt Delépine. ,,Okee, het zijn een beetje schoften, maar je ziet ook hoe de mensen hen telkens laten vallen als het medelijden is opgebruikt.'' Kervern: ,,Aaltra is veel menselijker dan ons tv-werk.''

Die wisselwerking tussen medelijden, brutaliteit en wreedheid vindt een hoogtepunt in een logeerpartij die de twee invaliden afdwingen bij een Duits echtpaar. Terwijl Delépine naast het stopcontact in de keuken geparkeerd staat om zijn (van een oud vrouwtje gestolen) elektrische rolstoel op te laden, zit Kervern te bunkeren aan tafel, eet de borden van de kinderen leeg, vraagt extra saus. Voor deze scènes konden Delépine en Kervern putten uit eigen ervaring. Kervern: ,,We hebben onszelf vroeger wel bij producenten te eten uitgenodigd om een film te bespreken, waarvoor we dan ter plekke het idee bedachten.''

Aan Aaltra lag in eerste instantie niet zozeer een idee als wel een verlangen ten grondslag. Ze wilden de Finse regisseur Aki Kaurismäki opzoeken, met wiens werk Aaltra wordt vergeleken. Kaurismäki speelt in Aaltra mee. Delépine en Kervern zijn er opgetogen over, maar inmiddels toch vooral zenuwachtig. De film wordt binnenkort vertoond op het Love & Anarchy festival in Helsinki en dan zal Kaurismaki hem ook zien. ,,Hij is behoorlijk onvoorspelbaar'', zucht Delépine. ,,Hij kan woedend worden om één detail'', kreunt Kervern. Ze hadden bijvoorbeeld voor de film op Kaurismäki's rolstoel een elandengewei gemonteerd – ziedend was-ie. Ze hadden voor het laatste beeld ingezoomd op een autostickertje met FIN erop, de nieuwe afkorting voor Finland en bovendien Frans voor `einde'. Mocht niet van Kaurismäki. Hij zweert bij de oude afkorting SF (Suomi Finland). Daar heeft hij zelfs nog eens een petitie voor georganiseerd. Delépine en Kervern hebben dat FIN toch gebruikt, en nu maar hopen dat de meester hun dat niet kwalijk neemt. ,,Hij is heel imposant'', zegt Delépine kleintjes.

Als ze het Hepburn-zaaltje verlaten, blijkt dat in de hal van het Filmmuseum een huwelijksreceptie gaande is. De Fransen staan er ineens middenin en werpen een korte blik op elkaar. Doen ze of ze uitgenodigd zijn?