Wilders geen slachtoffer van het kiesstelsel 2

Bij de Kamerverkiezingen van 22 januari 2003 was de kiesdeler 64.363. Dit getal is het aantal uitgebrachte stemmen gedeeld door de 150 zetels in de Tweede Kamer en dus het aantal uitgebrachte stemmen dat één zetel in deze volksvertegenwoordiging vertegenwoordigt. Een kandidaat-Kamerlid dat eenvierde van de kiesdeler (16.091) voorkeurstemmen kreeg, kon op basis hiervan de plek van een hoger op de lijst geplaatste partijgenoot inpikken.

Geert Wilders had bij deze verkiezingen 4.763 voorkeurstemmen. Niet eens eenvierde van de kiesdeler. Hij is op de slippen van zijn partijgenoten in de Kamer gekomen. Als hij met zijn partij breekt, verliest hij moreel het recht op zijn zetel. Hij vertegenwoordigt dan immers nog slechts 4.763 kiezers en heeft een zetel in de Kamer alleen omdat kiezers hebben gestemd op juist degenen met wie hij breekt. Het feit dat hij als eenmansfractie doorgaat, is een schending van democratische principes. De wet moet zo snel mogelijk worden aangepast om dit soort ondemocratische misstanden te voorkomen.