Proces gebaat bij advocaat voor Miloševic

Het Joegoslavië-tribunaal heeft Slobodan Miloševic tegen zijn zin advocaten toegewezen. In deze krant van 2 en 6 september werd dat besluit gehekeld door Gerard Strijards, hoogleraar internationaal strafrecht, en Göran Sluiter, docent volkenrecht. De eerste beroept zich op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dat stelt dat eenieder zichzelf mag verdedigen, terwijl de laatste onder verwijzing naar het VN-Verdrag inzake Burger- en Politieke Rechten spreekt van een ,,slecht en aanvechtbaar'' besluit dat bovendien ,,zeer negatief'' zal zijn voor de uitstraling van het Hof.

Miloševic zelf heeft het besluit al getypeerd als ,,een grof schandaal'' en gaat daartegen in hoger beroep. Krijgt hij gelijk, dan krijgen ook Strijards en Sluiter gelijk, krijgt hij ongelijk, dan zullen de laatsten wellicht zeggen dat ze dat altijd al gedacht hadden, omdat het Tribunaal wel vaker de regels aan zijn politieke laars heeft gelapt.

Er is, op zijn zachtst gezegd, een redelijk vermoeden dat Miloševic zich schuldig heeft gemaakt aan genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden. Dat `redelijk vermoeden' van schuld is neergelegd in een aantal gedetailleerde aanklachten, waarvoor sinds het begin van het proces tegen hem, nu zo'n 2,5 jaar geleden, door de getuigen van de openbare aanklager op tal van manieren bewijs is aangedragen. En dan komt uiteraard Miloševic aan het woord om door middel van zíjn lange rij van getuigen twijfel te zaaien aan hetgeen zich nu begint af tekenen.

Het is aan het einde van de rit aan de rechters om vast te stellen welke delen van de aanklacht wettig en overtuigend bewezen worden geacht, en iedereen die de zaak ook maar enigszins heeft gevolgd weet dat de uitkomst op lang niet alle onderdelen bij voorbaat vaststaat; denk aan de aanklacht van genocide.

De kernvraag is dan echter of het Miloševic moet worden toegestaan om zand in de machine te strooien, door datgene wat juridisch zo helder is in politieke rook te laten opgaan. Het oog moet eerst en vooral gericht zijn op waar het bij dit straftribunaal om gaat: het vaststellen van de schuldvraag. Mijn taxatie is dat Miloševic 's morgens bij het opstaan zeer wel weet of begint te beseffen dat er geen ontkomen aan is aan een veroordeling, ook al zal hij dat nooit publiekelijk kunnen toegeven zonder zijn zaak te ondermijnen. Ook zal hij er voor kiezen in zijn verdediging over de hoofden van de openbare aanklager en de rechters heen zich vooral te richten tot degenen in voormalig Joegoslavië die hem ooit politiek steunden en soms nog steunen, tot degenen die de VN en het Joegoslavië-Tribunaal graag in diskrediet zien gebracht, tot degenen ook die wel houden ,,van een beetje rotzooi''. Of Miloševic daarbij chicaneert met zijn gezondheid, zoals recentelijk is gesuggereerd, weet ik niet. In elk geval is zijn gezondheid wel de officiële aanleiding geweest tot de opdracht aan de griffie om Miloševic een advocaat toe te wijzen en staat het vast dat het proces vaak om gezondheidsredenen onderbroken is geweest. Er is geen reden om aan te nemen dat dat in de toekomst anders zal zijn.

Een aanwijzing van een advocaat voor Miloševic is daarmee, niet ,,zeer negatief voor de uitstraling van het VN-Hof'', maar zal er op termijn juist toe bijdragen dat het zijn geloofwaardigheid behoudt. In dit geval van botsende rechten en beginselen moet het recht op vrije procesvertegenwoordiging het afleggen tegen het belang van een vlot(ter) verloop van de juridische procedure en de juridische waarheidsvinding, waarbij wordt heengekeken door de politieke rookgordijnen die verdachten als Miloševic altijd weer zullen opwerpen.

Willem van Genugten is hoogleraar internationaal recht aan de Universiteit van Tilburg, en bijzonder hoogleraar rechten van de mens aan de Katholieke Universiteit Nijmegen.