Politie nog op zoek naar vier Hells Angels

De politie is nog op zoek naar vier voortvluchtige Hells Angels die verdacht worden van betrokkenheid bij de moord in februari op drie clubgenoten in Limburg.

Dat heeft een woordvoerder van de politie gisteren gezegd in het programma Opsporing Verzocht.

De dertien Hells Angels van de Limburgse afdeling die al geruime tijd vastzitten wordt niet langer ten laste gelegd dat ze lid zijn van een criminele organisatie. De rechtbank oordeelde eind vorige week dat hiervoor te weinig bewijs is. Wel houdt het openbaar ministerie hen alle dertien verantwoordelijk voor het in vereniging plegen van de drie moorden. Dat bleek gisteren tijdens een pro-formazitting in de extra beveiligde rechtbank in Amsterdam Osdorp.

De rechtbank beslist vanavond of het voorarrest van de dertien verdachten nogmaals met maximaal drie maanden mag worden verlengd. Volgens officier van justitie G. Oldenkamp zijn er voldoende zwaarwegende belangen om de dertien verdachten nog vast te houden terwijl het onderzoek nog niet is afgerond.

Het OM gaat er vooralsnog vanuit dat een ruzie over een gestolen partij drugs de oorzaak is voor de broedermoord. Deze partij van bijna driehonderd kilo zou van Colombianen zijn gestolen. Een Antilliaanse Hells Angel, Angelo D., heeft hierover verklaringen afgelegd tegenover justitie.

De drie Hells Angels Paul de Vries, Cor Peijnenburg en Serge Wagenaars werden op 13 februari gevonden in de Geleenbeek bij Echt. Ze waren met meerdere schoten om het leven gebracht.

Tijdens de zitting gisteren bleek dat de meetingroom in het clubhuis van de Hells Angels vlak na de moord grondig onder handen is genomen. Zo was het laminaat verwijderd, waren de muren opnieuw gestuukt en was het meubilair verwijderd. Dat terwijl volgens de officier van justitie uit meerdere verklaringen blijkt dat de laatste verbouwing van het clubhuis even daarvoor voltooid was. In het clubhuis heeft de technische recherche bloedsporen van de drie slachtoffers aangetroffen.

Kroongetuige D. heeft verklaard dat hij na de moord zag hoe het meubilair op de binnenplaats opgestookt werd. Andere verdachten hebben tijdens de verhoren aangegeven dat ze niets kunnen verklaren omdat ze hun leven dan niet meer zeker zijn.

Twee verdachten huurden van 11 tot en met 13 februari een wit busje waarmee volgens het OM de slachtoffers zijn vervoerd. In het busje heeft de politie de plantensoort `varkenskruid' aangetroffen, die aan de oevers van de Geleenbeek groeit. Gisteren ging de officier er vanuit dat dit een zeldzaam plantje is, en dat DNA-onderzoek ervan zou kunnen aantonen dat het busje is gebruikt om de lijken naar de Geleenbeek te vervoeren. Vanmorgen stelde de officier dat het plantje minder zeldzaam is dan gedacht. Mogelijk is varkensgras gevonden, een zeer algemene plant.

De advocaten van de verdachten wezen erop dat het openbaar ministerie zijn verdenkingen niet nader heeft gespecificeerd en bewijs mist dat naar individuele verdachten voert.