Oorlog tussen pers en politiek?

De politici klagen dat de pers het allemaal niet snapt. En de journalist vindt dat de persvrijheid te veel in het geding raakt. Maar als politiek en media gewoon eens hun eigen kwaliteit verbeteren, kunnen de verwijten over en weer voortaan achterwege blijven, meent Ton Planken.

Petje af voor het gedegen artikel van Gerard van Westerloo `Oorlog tussen pers en politiek' in het maandblad M van NRC Handelsblad van 4 september. Wat me echter opviel aan het stuk, is dat degenen die aan het woord komen, maar weinig wezenlijks aan oplossingen voorstellen. Als we onderzoeken welke processen en mechanismen veroorzaakt hebben dat de huidige situatie kon ontstaan, hebben we misschien aanknopingspunten voor verbetering. Ze komen hier op neer: ten eerste kunnen de meeste mediamakers en journalisten weinig tegenspel bieden aan beleidsambtenaren, bestuurders en politici.

Ten tweede heeft de intrede van de commerciële televisie en de daarmee samenhangende popularisering van informatie een sterk negatieve uitwerking op de publieke omroep en zelfs op de kranten.

Ten derde heeft de ontideologisering zowel aan de kant van media als aan de kant van politici te veel houvast weggeslagen. Het démasqué van het gezag in de jaren '60 deed de rest. Daarvoor is nog niet veel anders in de plaats getreden dan personalisme en een ad hoc benadering of beoordeling van de besluitvorming en het beleid.

Ten slotte is het selectieproces van Kamerleden en bewindslieden zodanig dat niet het beste talent dat dit land kan voortbrengen zich voor deze banen aanmeldt. Het resultaat is een dialoog van doofstommen. Zodra een politicus of bestuurder iets van een bericht, hype of medium zegt, heet hij een regent en kan hij niet tegen kritiek. Zodra een journalist zijn zin niet krijgt, of wordt tegengesproken, heet het dat de persvrijheid of de vrijheid van meningsuiting in gevaar is. Zo komen we dus geen steek verder.

Ten slotte moeten ook niet van `de pers' praten. NRC Handelsblad is bepaald niet Nieuwe Revue, en Zembla is zeker niet de ranzige Heleen van Rooijen. Als de majesteit zich opwindt over de roddelbladen, bedoelt zij niet dat alle media door de leugen worden geregeerd. Bovendien ligt het vraagstuk veel breder. Want besef wel dat wat Van Westerloo schetst, zonder meer óók geldt voor de verhouding bedrijfsleven-pers.

Geen partij

Dat de meeste mediamakers en journalisten te weinig tegenwicht vormen voor beleidsambtenaren, bestuurders en politici, komt omdat zij lang niet altijd op hetzelfde beleidsniveau denken en afwegen. Ze hebben te weinig theoretische en praktische kennis van de verbluffende complexiteit van het dagelijkse beleidmaken en geen enkel gevoel voor de repercussies bij verwarring en onzekerheid. Evenwichtig selecteren en gefundeerd oordelen wordt dan lastig.

Dus wordt door de journalist gegrepen naar de fragmenten die zich nog wél relatief gemakkelijk laten vatten: de persconferentie mét handig persbericht die een beleidsvoornemen aangeeft; de ruzie in het kabinet, of die van een bewindspersoon met de Kamer dan wel een achterban.

Het definiëren van een politieke strijd als een strijd tussen personen ligt dan al gauw voor de hand. De beleidscontext is dan al aardig naar de achtergrond gedrongen en zal de lezer en luisteraar nimmer meer bereiken. Er wordt namelijk, zoals het goede journalisten betaamt, bericht vanuit de follow up, oftewel een ander deelaspect wordt zonder context uitgeserveerd.

Daar gaan de policymakers uiteraard op reageren. Lees: zich tegen beschermen. Wat kan je hieraan doen? Als hoofdredacteur van krant of journaal moet je niet over dédain of afscherming bij ambtenaren en politici gaan klagen, maar de hand in eigen boezem steken. Je moet mensen beter toerusten, op stages bij overheden, partijen, bedrijven of grote organisaties sturen, sabbaticals gunnen en soms zelfs andere medewerkers selecteren. Verzamel dáár nu eerst maar eens moed en budget voor. En hou zélf als hoofdredacteur maar eens kwalitatief onderzoek bij ambtenaren en beslissers of de inhoudelijke kwaliteit van wat jouw mensen daar in Den Haag doen wel in orde is.

Bovendien, verplaats een flink deel van je Haagse redactie naar Brussel. En vorm teams van hen die de EU volgen en hen die Den Haag volgen. Lees het rapport van het Ruimtelijk Plan Bureau van afgelopen week bijvoorbeeld maar eens over de invloed van de EU op het Nederlandse ruimtelijk én milieubeleid. Van korenwolf tot de toekomst van de Zuiderzeespoorlijn naar de drie noordelijke provincies. Dat is toch even schrikken.

Beter netwerk

Beleidsambtenaren en bestuurders maximeren uiteraard per definitie hun speelruimte. Dus als ze even niet een document willen afstaan, is dat heel normaal. Maar zorg dan als journalist voor een beter netwerk van bronnen. Ik denk met heimwee aan de helaas overleden redacteur José Toirkens van deze krant, die bewéés dat je wel degelijk uitstekende informatie op cruciale momenten te pakken kunt krijgen. Joost Oranje vind ik ook een goed voorbeeld. Maar ja, geachte journalisten en mediamakers, weet wel dat jullie dan géén tijd meer hebben om te schnabbelen.

Natuurlijk lopen daar complicerende factoren doorheen. Door de liberalisering van de zestiger jaren is de aanraakbaarheid van politici en bestuurders dermate toegenomen dat bijvoorbeeld elke modale journalistieke schnabbelaar op een doordeweekse middag kan besluiten eens even een staatssecretaris onderuit te gaan schoffelen. Oftewel, elk medium kan zich probleemloos met politiek bezighouden. Maar als een staatsecretaris – die er bij wijze van spreken om vroeg – in de problemen komt, dan heb je als serieus medium weinig andere keus je daar ook op te storten. Dus de grootste flutmedia of de grootste relcolumniste kunnen de agenda van politici en andere media bepalen, zodra ze raak schieten.

Maar moet je dat verbieden, reguleren, dempen? Terwijl de serieuze media zelf die staatssecretaris bijvoorbeeld niet wisten te ontmaskeren? Natuurlijk niet. Maar je kunt in je belichting als medium wel wijze beperking hanteren. Verban die Oudkerk daarna uit je medium en ga er nota bene als pretentievolle omroep (RVU en Groen-Linkser Rosenmöller) zeker niet nog eens een discussieprogramma op prime time aan wijden. Dat is een premie zetten op ranzigheid en slordig denken.

Commercialisering

Commercialisering trekt alles scheef. De informatieve programma's bij commerciële zenders zijn per definitie populistischer, opportunistischer, haastiger, oppervlakkiger, want de kijker moet blijven hangen om de reclameboodschappen bezorgd te krijgen. Publieke omroepen laten zich bewust of onbewust sterk beïnvloeden door de commerciëlen, zowel wat betreft de onderwerpkeuze als de prominentie en veelvuldigheid waarmee die onderwerpen worden behandeld. Margarita, Mabel, Oudkerk, je noemt ze maar. En ze zijn dat inmiddels gewoon gaan vinden. De krappe programmabudgetten laten trouwens sowieso nauwelijks toe dat diepgravende en dus dure programma's worden gemaakt. Dus wie nog aanvechting had, leert het wel af. Nog sterker: er is door de publieke omroep naar presentatoren en programmaformats gezocht die de populariteitsslag met presentatoren en formats van de commerciëlen zouden moeten aankunnen. Een kapitale denkfout. Voorzover die kanjers werden gevonden, bleken ze natuurlijk geen uitkomst te bieden. Of zitten we met het type presentator dat Ferry Mingelen begroet met opmerkingen in de trant van: Het was zeker weer een zootje vandaag in Den Haag, Ferry? Hier is sprake van een kwaliteitsimpuls, zoveel is wel duidelijk. Gek hé, dat serieuze beleidsmakers afstand houden?

Publieke omroepen hebben sowieso geen plechtanker meer, op elkaar gepakt in onmogelijke zenderformules, hun identiteit met de dag verblekend. Toen WVC (indertijd) McKinsey op Hilversum afstuurde, wisten we het: daar gaat een kruis overheen. Alsof efficiency-denken ook maar iets met ruimte voor maatschappijvisie en verantwoord programmamaken van doen heeft. Maar nú komen politici klagen dat die jongens en meisjes in Hilversum het allemaal niet snappen. Ze hebben de ravage zelf aangericht.

Ego overwint alles

Het verantwoord programmamaken moet weer als vertrekpunt worden genomen en de programmamaker moet rap in ere worden hersteld. Niet per se alle huidige programmamakers overigens, want ook daar zit nogal wat sleet op. Of zijn de ego's inmiddels tot boven de boomgrens gegroeid! Nog dit weekeinde zag een gerenommeerde televisierubriek af van een complex, maar uiterst actueel onderwerp met als verklaring dat onze presentator niks met dat onderwerp heeft. Lees: het te moeilijk vindt en bang is dat zijn imago van goed ondervrager het raam uit vliegt. Alle voorbereidende werk bij de betrokken instantie tot op bestuurlijk niveau toe was dus voor niks geweest. Zo bouw je relaties op. Hoezo politiek relevant onderwerp waar miljoenen mensen in Nederland informatie over horen te krijgen? Ego overwint alles. Weet zijn omroepbaas dit? Rekent die hem daar op af? Welnee, geen notie. Als de commerciële tv iets aanslingert en de publieke omroep meent niet te kunnen achterblijven, zullen kranten er ook op inhaken. Dus hun selectie vindt dan niet meer plaats vanuit een eigen maatschappijvisie, eigen selectiecriteria. Niet altijd natuurlijk, maar wel voldoende vaak om houding en gedrag van politici jegens die media te bepalen. Dus serieuze media, vaar een eigen koers.

De kwaliteit van de politiek

Zolang parlementaire enquêtes en onderzoeken nodig blijven, is de kwaliteit van het openbaar bestuur niet in orde. Zolang Kamerleden voornamelijk uit de non-profit hoek worden gerekruteerd, liggen er al verhoudingen scheef. Zolang die Kamerleden zich in vaste rubrieken laten hijsen om daar als meninkjesfabrieken te fungeren, geeft niemand meer een cent voor welke opinie ook. Zolang een minister van Binnenlandse Zaken reageert op een brief van Al-Qaeda die niet eens bestaat, hoeft hij niet op veel respect in andere beschouwingen over zijn beleid te rekenen. Zolang de energiebedrijven op dit moment en de maritieme bedrijfssectoren in Nederland tot voor kort niet eens een behoorlijke behandeling van de minister van Economische Zaken krijgen en hem derhalve slechts als autist kunnen bestempelen, gaan zij media heus niet vertellen dat politiek Den Haag zo fantastisch is.

Onze premier verscheen onlangs in een bijeenkomst van het Innovatieplatform met onder anderen enkele captains of industry. Grapje van één van hen, nadat hij Jan Peter daar enige tijd had gadegeslagen over dit glansstuk van het kabinet: Weet jij wat er nog boven het Peter Principle (incompetentie) gaat? Het Jan-Peter Principle. Dus zolang de politiek zijn eigen kwaliteit gewoon niet voor elkaar heeft, is het zich zorgen maken over de stand van de journalistiek wel het laatste waar bewindspersonen of andere politici mee bezig zouden moeten zijn. Kortom, politiek en pers, kijk naar je eigen.

Ton Planken werkte voor o.a. de Volkskrant en NOS-Televisie. Hij is nu communicatieadviseur voor overheid en bedrijfsleven.

www.nrc.nl/opinie

artikel Gerard van Westerloo

Rectificatie / gerectificeerd

Programma Rosenmöller

Het artikel Oorlog tussen pers en politiek? (7 september, pagina 7) refereert aan een discussieprogramma met Rob Oudkerk van een ,,pretentievolle omroep (RVU en GroenLinkser Rosenmöller)'' op prime time. Bedoeld tv-programma, Spraakmakende Zaken, is uitgezonden door de IKON.