Honderd jaar Praagse voetbalfantasie

Nederland voetbalt morgen een WK-kwalificatieduel tegen Tsjechië. De Praagse voetbalschool verbergt al ruim een eeuw de geheimen der verbeelding.

De befaamde en beslissende strafschop (boogbal) van Antonin Panenka tijdens de EK-finale tegen West-Duitsland in 1976 is het onvergankelijke toppunt van de onblusbare drang naar voetbalromantiek in Praag en omstreken. Nederland verloor in 1976 als favoriet de halve finale van het EK met 3-1 van Tsjechoslowakije. Tijdens de voorbije twee jaar kreeg Oranje geen vat op de Tsjechische creatieve chaos van Pavel Nedved en de zijnen – nederlagen in de voorronde én de eindronde van het EK 2004. Kan de Nederlandse bondscoach Marco van Basten morgenavond het tij keren?

Over Praag ligt de warme deken van de dissidentie. De hoofdstad van Tsjechoslowakije (1918-1993) bracht drie politieke leiders voort met een beklijvende, humanistische boodschap. De eerste president van het land, wijsgeer Thomas Masaryk, keerde terug uit ballingschap en bedacht de dictatuur van het respect. De voorlaatste president, schrijver Vaclav Havel, predikte na zijn jarenlange gevangenschap de `Fluwelen Revolutie'. En tussendoor symboliseerde Alexander Dubçek in 1968 met zijn `Praagse Lente' heel even, alvorens weggezuiverd te worden, het socialisme met een menselijk gezicht. Dan was er ook nog Milena Jesenska, de geliefde van schrijver Franz Kafka. Deze vrijgevochten vrouw hield pleidooien voor de eerbied voor de vrije wil. In 1944 stierf ze in het concentratiekamp van Ravensbrück.

Praag worstelde met tirannie van zeer uiteenlopende aard en reageerde er in zijn voortdurende strijd voor individualisme op zoals schrijver Milan Kundera het toonde in De Ondraaglijke Lichtheid van het Bestaan: met zin voor esthetiek, erotiek en zelfspot, een voor machthebbers ongrijpbare ontsnappingsroute. De sierlijke Praagse voetbalfilosofie verkondigde hetzelfde, als ware het één natuurlijke beweging.

In café Slavia ontstond in 1920 een democratische vernieuwingsgedachte van dichters, schrijvers en schilders. De voetbalclub Slavia bevond zich in dezelfde stroming. De Slavia-stijl streefde in cultureel en sportief opzicht naar onafhankelijkheid, schoonheid en vrijheid. Slavia proclameerde het liberalisme in de beste zin van het woord: ruimdenkend en het Praagse spelplezier goed vertolkend. Onbeschroomd voetballend vanuit een uitstekende techniek, trage balcirculatie met spitse wendingen en een valse nonchalance. De Schot John Madden speelde een hoofdrol. Hij coachte Slavia tussen 1904 en 1942 naar een sublieme Praagse variant van de artistieke passing game.

Na de Eerste Wereldoorlog zag in 1918 de republiek Tsjechoslowakije het licht. Masaryk keerde terug uit ballingschap en bleef president tot op zijn vijfentachtigste in 1935. Rond 1900 doceerde hij aan de universiteit van Wenen, waar hij naam maakte met zijn openlijke protesten tegen het opkomend antisemitisme van de studentenmilieus. Het kostte hem zijn baan.

Voetballend Tsjechoslowakije ontwaakte en bereikte de finale van de Olympische Spelen in 1920, maar verloor. De regering Masaryk verwelkomde de sport als gemeenschapsvormend bindmiddel en voerde in de jaren twintig het beroepsvoetbal in, tot vreugde van het Praagse publiek. Het gaf de nieuwe natie vleugels. Uit alle delen van Europa stroomden topspelers toe. Slavia en het concurrerende Sparta waren tussen 1927 en 1938 de beste clubs van Europa.

Tsjechoslowakije demonstreerde het stijlvolste voetbal van het WK in 1934; met in de hoofdrol de spirituele aanvalsleiders Antonin Puc (Slavia) en Oldrich Nejdely (Sparta). In de finale tegen gastland Italië deden arbitrale blunders de wedstrijd in hun nadeel kantelen. Onder de dwingende blik van Benito Mussolini, die de squadra verplichtte tot de groet met de gestrekte arm. Het fascisme versloeg ook op het veld de vertegenwoordigers van de meest vooruitstrevende democratie.

In 1938 bereikte Slavia de absolute top na een zege in de Mitropa Cup. Het was de zwanenzang van het Praagse hogeschoolvoetbal. De vredesconferentie van München wierp Sudetenland in de Duitse schoot. De `veelvolkerenstaat' viel uit elkaar en het profvoetbal werd ontmanteld door de nazi's. Masaryk maakte het niet meer mee. De grondlegger van het sociale liberalisme trad uit de openbaarheid in 1935 en stierf in 1937.

De communistische machtsgreep verzuurde na de Tweede Wereldoorlog met het legervoetbal van de impopulaire club Dukla tot in de jaren zeventig het balplezier. Het regime verdreef het burgerlijke Slavia naar de catacomben. Maar de Praagse voetbalgedachte bleek niet uit te roeien en keerde onverwacht terug in 1976. De finale van het EK tegen West-Duitsland draaide op strafschoppen uit. Bij de laatste trap streek Panenka even over zijn zigeunersnor, stuurde doelman Sepp Maier met een subtiele schijnbeweging naar de grond in de verkeerde hoek en zette met zijn boogbal een mijlpaal der voetbalsublimiteit neer. De penalty van Panenka was geboren en oogstte wereldwijd applaus. De hoofdpersoon was, woonachtig achter het IJzeren Gordijn, overigens niet op de hoogte van de mondiale heldenverering.

Ondanks de vrijheidsgedachte liep het steeds verkeerd af met Praag. De dictatuur van het respect van Masaryk liep stuk op de Duitse inval; het menselijke socialisme van Dubçek werd vernietigd door Russische tanks; de Fluwelen Revolutie van Havel kreeg de nationalistische rancune niet onder de knie. Slowakije scheurde zich in 1993 van Tsjechië af.

Het voetbal ziet zich weerspiegeld in de samenleving. Na de mislukkingen van Antwerpen (1920, OS) en Rome (1934, WK) faalde Tsjechoslowakije ook in Santiago (1962, WK) en stelde Tsjechië ook in Londen (1996, EK) op het beslissende moment teleur; was het verliezend finalist. Op het laatste EK werd het favoriete Tsjechië verrassend verslagen door Griekenland in de halve finale.

In die zin is het kunststukje van Panenka een anachronisme in de historie van Zlata Praha, de gouden stad. Hij velde Beckenbauers Duitse voetbalgeneratie, die tussen 1972 en 1976 alles had gewonnen. Panenka kreeg voor elkaar wat Johan Cruijff in 1974 niet vermocht. De Praagse penalty, van een ondraaglijke lichtheid maar wèl doelbewust, is dé cultgoal van de Europese geschiedenis. En in die zin hoger in te schatten dan Van Bastens magistrale volley in de EK-finale van 1988, toch een treffer vol van toeval. Van Basten begint tegen de Tsjechen met een natuurlijke achterstand en niet te counteren minderwaardigheidscomplex.

    • Raf Willems