Het beeld van de daadkrachtige wethouder verandert

Wethouders zijn gekozen om bepaalde maatschapelijke vraagstukken aan te pakken en daarvoor de politieke kaders te formuleren. Daarna is aan professionals om de verdere koers te bepalen, meent Paul Depla.

De aanpak van de woningnood. Het ondersteunen van sportverenigingen. Het verbeteren van de bereikbaarheid. Het zijn gangbare ambities van wethouders in grote steden. Ambities die aansluiten bij problemen die burgers dagelijks ervaren. Want starters op de woningmarkt moeten lang wachten op hun woning. Kinderen komen op wachtlijsten van sportverenigingen. En bedrijven zijn steeds lastiger bereikbaar.

De agenda's van wethouders komen vaak overeen met die van bewoners. Dat blijkt ook wel als bestuurders met plannen komen. In de planfase krijgt de wethouder vaak enthousiaste reacties. Totdat de plannen concreet worden. Dan worden de keerzijdes zichtbaar. Bewoners, bedrijven en instellingen zien beren op de weg. Raadsleden worden gemobiliseerd. Plannen raken verstrikt in een politiek-bestuurlijk moeras. Het eind van het liedje is ze op de lange baan worden geschoven.

Wethouders wijzen graag op het nimby-effect. Bewoners steunen ontwikkelingen, totdat blijkt dat de eigen leefomgeving verandert. Sommige wethouders vinden dit eigenlijk wel mooi. Zij beschouwen weerstand als een compliment. Het betekent immers dat ze niet de gemakkelijke weg kiezen.

Natuurlijk, er zijn bewoners die alles in hun eigen buurt alles bij het oude willen laten. Toch is deze pavlov-reactie te makkelijk. Want ook bij wethouders gaat er regelmatig wat mis. Daarom vijf tips voor een vorm van besturen die in de huidige tijd meer resultaat oplevert.

1. Weet waarom je iets doet

Veel bestuurders hebben last van het Atlas-syndroom. Alle problemen moeten door de gemeente worden aangepakt. En een oplossing is pas goed als het stadhuis het doet, daar zit immers de deskundigheid. Het gevolg is dat wethouders pas naar buiten gaan als ze de oplossing hebben. De link met de doelstelling wordt uit het oog verloren. Waarom wilden we deze woonwijk ook al weer realiseren? Vaak gaat het antwoord hierop niet meer over de maatschappelijke doelstellingen, maar over de concrete invulling. De wethouder bijt zich vast in het instrument dat al snel het karakter krijgt van een prestigeproject. Kritiek ontstaat zo snel. Want wat schieten mensen in de stad op met prestigeprojecten? Dat verwijt wordt voorkomen wanneer de relatie met de doelstelling gelegd blijft worden. Als je aangeeft dat die wijk er moet komen omdat 5.000 Nijmegenaren een woning zoeken. Er moet dus steeds een link met de agenda van de stad gelegd worden.

2. Word geen professional

Wethouders vergeten soms dat ze politicus zijn. Hij wordt langzaam maar zeker architect of stedenbouwkundige. Hij gaat zich bemoeien met bouwhoogten. Hij neemt jargon over. Belangrijker: hij verliest zijn rol uit het oog. Want hij is geen wethouder geworden vanwege zijn opvattingen over architectuur. Hij moet zijn persoonlijke voorkeuren over architectuur dan ook niet doordrukken. Net zo min als de wethouder Cultuur bepaalt wie op het podium van de Schouwburg staat. Of de wethouder van Sport de opstelling van NEC. Je bent als wethouder gekozen bepaalde maatschappelijke vraagstukken aan te pakken. Formuleer hiervoor politieke kaders. Laat de uitwerking aan professionals over. Beoordeel vervolgens of die uitwerking voldoet aan de doelstellingen. Dat is je rol als wethouder. En zo blijf je ook herkenbaar als politicus.

3. Maak van bewoners partners

Bij het maken van politieke keuzes richt menig wethouder zich vooral op raadsleden en professionals. Door deze fixatie worden bewoners vaak uit het oog verloren. Wethouders die deze derde partij uit het oog verliezen, stuiten vaak op weerstand. Want bewoners accepteren het niet dat zonder hen, voor hen beslissingen worden genomen. Ze worden zo in de rol van tegenpartij geplaatst. Terwijl ze die rol helemaal niet ambiëren. Liever zijn ze partner, die op basis van eigen ervaring, deskundigheid en belang een inbreng wil. Dat voorkomt ook dat er teken-tafel-oplossingen in het stadhuis worden bedacht.

4. Geef burgers verantwoordelijkheid

De bestuurder moet het lef hebben burgers invloed te geven. Mensen willen hun tijd aan politieke discussies besteden, als ze wat te zeggen hebben. De ervaring leert dat bewoners deze verantwoordelijkheid aankunnen, mits ze goed worden ondersteund. Dat bleek bij de herontwikkeling van de Nijmeegse Dobbelmanfabriek. Vanaf het begin heeft een plangroep, bestaande uit wijkbewoners, het initiatief gehad. Zij hebben het programma bepaald, de projectontwikkelaar gekozen en de inspraak met de buurt voor hun rekening willen nemen. Het was immers hun plan. Waar bewoners verantwoordelijkheid krijgen, worden ze uitgedaagd zelf mee de keuzen te maken. En zelf afwegingen te maken tussen de voor- en nadelen van verschillende keuzen. Als bewoners beseffen dat ze invloed hebben, pakken ze die handschoen op. Dat bleek bij de herontwikkeling plein 1944. Nadat deskundigen uit acht ontwerpen er twee hadden geselecteerd, mochten bewoners de definitieve keuze maken. Meer dan 25.000 Nijmegenaren brachten hun stem uit.

5. Neem partijen mee: maak ze deelgenoot van afwegingen

In de hoop daadkrachtig over te komen, laten wethouders vaak maar één uitkomst zien. Wellicht is dat ook een goede oplossing. Maar als belanghebbenden slechts één oplossing zien, ontstaat in de inspraak snel de neiging een manco aan te willen tonen. Dat is meestal eenvoudig. Er bestaan immers geen ideale oplossingen. En zo verliest de wethouder snel gezag. Dat kun je voorkomen door belanghebbenden de afwegingen te laten zien. Of nog liever: door ze zelf varianten te laten verkennen. Laat ze zien dat parkeren onder de grond enorm veel kost. Zo ontstaat meer begrip voor dat alleen mogelijk als er meer gebouwd wordt. Door mensen mee te nemen in de afwegingen, is de kans op maatschappelijk draagvlak groter.

Het beeld van de daadkrachtige wethouder verandert. Hij is niet meer de macher van weleer. De nieuwe wethouder is bescheiden. Hij beperkt zich tot het formuleren van politieke doelstellingen en kaders. Verder zorgt hij er voor dat iedereen zijn rol kan spelen. De professional omdat hij er verstand van heeft. Het raadslid omdat hij door de stad is gekozen. En de bewoners omdat het over hun stad gaat. Door ieder zijn rol te laten spelen, zorgt de wethouder ervoor dat agenda van de stad overeen blijft komen met die van het gemeentebestuur. Zodat gedurende het hele proces steun blijft voor initiatieven die voor de toekomst van de stad van belang zijn.

Paul Depla is PvdA-wethouder in Nijmegen.

    • Paul Depla