`Fouten van toen lagen aan Meciar'

President Gašparovic van Slowakije was lang een bondgenoot en is nu een tegenstander van ex-premier Meciar. Hij draagt dat verleden zuchtend met zich mee en kijkt liever naar de toekomst: ,,De EU moet ons als gelijken behandelen.''

Ivan Gašparovic, in april tot president van Slowakije gekozen, praat niet graag over zijn verleden. Maar in zijn geval is er geen ontkomen aan.

Gašparovic (63) was in de jaren negentig de rechterhand van premier Vladimír Meciar, die niet schroomde zijn opponenten verbaal en fysiek aan te vallen. Meciar bracht het Slowaakse lidmaatschap van de Europese Unie in gevaar. Ondertussen werden aan de lopende band staatsbedrijven verkocht, vaak onder dubieuze omstandigheden. Als parlementsvoorzitter overzag partijgenoot Gašparovic deze praktijken.

De twee stonden ook aan de wieg van de Slowaakse onafhankelijkheid in 1993. De beslissing om te scheiden van de Tsjechen werd niet breed ondersteund door de Slowaken, die in meerderheid de ambities van hun politieke klasse niet deelden. Maar Meciar drukte de scheiding door. Gašparovic, van oorsprong jurist, schreef een grondwet voor het nieuwe land.

Aan de vriendschap kwam een einde toen Gašparovic naar zijn smaak te laag op de kieslijst stond tijdens de parlementsverkiezingen van 2002. Hij richtte een eigen partij op, die nauwelijks stemmen kreeg. Dit jaar beleefde Gašparovic een comeback, tijdens de presidentsverkiezingen. In de tweede ronde stond hij tegenover zijn oude vriend Meciar. Het vooruitzicht van Meciar als president mobiliseerde de Slowaakse kiezer. Gašparovic – minste van twee kwaden – won.

In juni werd hij beëdigd. Gašparovic verklaarde te zullen opkomen voor `minderheden', terwijl de officiële formule spreekt over `etnische minderheden' – in Slowakije wonen ook Hongaren en Roma (zigeuners). Meciar legde de vinger op een zere plek: Gašparovic was voorheen dik met ultranationalistische, anti-Hongaarse organisaties, waarvan hij zich nu, als president en spreekbuis van Slowakije, wil distantiëren.

Deze maand is de nieuwe president echt begonnen met zijn werkzaamheden, maar het wereldkampioenschap ijshockey, in Canada, volgt hij op de voet. De president is vannacht om vier uur opgestaan om Slowakije te zien spelen. Het verloor. ,,Praat vandaag niet over ijshockey'', zegt hij aan het begin van een gesprek in zijn kantoor in Bratislava. Over Meciar dan maar? Er klinkt een diepe zucht.

U bent in Europa nog niet zo bekend. Maar u wordt wel steevast in een adem genoemd met oud-premier Meciar. Vind u dat vervelend?

Kennelijk ben ik toch niet zo onbekend, als men mij met meneer Meˇ­ciar in verband brengt. Over sommige zaken hadden we uiteindelijk een verschil van mening. Toen ben ik uit de partij gestapt. Dat ik in één adem met Meciar word genoemd vind ik niet erg. Ik had nu eenmaal een band met hem, ik kan er nu verder niets meer aan doen. Ik ben tegenwoordig in oppositie met Meciar, omdat ik zijn ideeën over de politiek en de staat niet deel. De burger weet dat en heeft daarom ook voor mij gestemd en niet voor hem.

U bent tegenwoordig veel pro-Europeser. Heeft u spijt van uw vroegere ideeën?

Ik geloof niet dat ik veranderd ben. Ik ben nog altijd degene die ik was. Mijn voorstelling van Slowakije als lid van EU en NAVO is altijd positief geweest.

Hoe verklaart u dan dat Slowakije onder Meciar internationaal zo geïsoleerd raakte? Had de EU dan geen forse kritiek op Slowakije?

We kunnen nu iets anders naar die tijd terugkijken. Het rechtssysteem en de staatsstructuur bevonden zich in een opbouwfase. Door de privatiseringen was het mogelijk veel bezit te vergaren. Het leidde tot egoïstisch gedrag van individuen en een hevige strijd tussen politieke partijen. Zolang er nog privatiseringen zijn zal dit probleem blijven bestaan. Ook in het huidige Slowakije zorgen partijen in de eerste plaats voor zichzelf en niet voor de staat. Maar alleen destijds verschafte dit Slowakije geen goede naam. Er zijn ongetwijfeld fouten gemaakt. Maar dat kwam door de politieke dominantie van meneer Meciar en de autoritaire manier waarop hij zijn partij leidde.

U geldt als een van de grondleggers van de Slowaakse onafhankelijkheid. Stoort het u dat er onder de bevolking weinig animo is voor nationale feestdagen, zoals de dag van de grondwet op 1 september?

Ik weet niet met welke groepen mensen u hebt gesproken. Misschien met een groep die tegen de opsplitsing van Tsjechoslowakije was? Of met een nationale minderheid die klaagt dat zij problemen heeft? Want dat zou deze vraag verklaren. Had u met mensen gesproken die de staat steunen dan zou u een iets andere kijk hebben. De dag van de grondwet wordt nooit nationaal gevierd, maar naar de wens van iedere gemeente afzonderlijk. Dit is de gewoonte. In veel dorpen is die dag wel degelijk gevierd. Ik was zelf bij twee van zulke bijeenkomsten.

Dreigt Slowakije nu niet weer te worden ondergesneeuwd binnen de EU?

Wij zijn niet lid van de EU geworden om tweederangs te zijn, maar om gelijk te zijn, met gelijke rechten. De EU moet hier heel subtiel mee omgaan. Onrust onder landen die niet gelijk worden behandeld kan tot een tragedie leiden. De oorspronkelijk leden van de EU hebben een kijk op bepaalde problemen die ik niet altijd deel. Er was bijvoorbeeld grote angst voor massamigratie vanuit het oosten, maar die blijkt nu ongegrond. Intussen zijn wel beperkingen opgelegd aan Oost-Europese arbeidskrachten. Volstrekt overbodig.

De EU is vooral bezorgd over de behandeling van de Roma in Slowakije. Eerder dit jaar waren er grote rellen in de Roma-gemeenschap na de verlaging van de uitkeringen. Hoe gaat u de EU geruststellen?

Dit is niet alleen een Slowaaks probleem, het is ook een probleem van de EU. Daarom ben ik ervan overtuigd dat we dit probleem gezamenlijk moeten oplossen. Onder het communisme moest iedereen werken. Wie dat niet deed, werd als uitvreter gebrandmerkt en strafrechtelijk vervolgd. Dus ook Roma werkten toen. Na 1989 [het jaar van de val van het socialisme] gingen bedrijven failliet en ontstond er een leger aan werklozen. Een groot deel daarvan wordt gevormd door Roma. De oplossing is onderwijs. Dat is het basisprogramma dat Slowakije wil en moet uitvoeren, maar het gaat ook om de manier waarop we dat doen. We willen bijvoorbeeld ook onderwijs verschaffen aan mensen die niet willen. Dat klinkt wat hard, maar als ik hen wil helpen, dan moet ik iets doen: als een zieke geen medicijn wil, dan dwing ik hem opdat hij gezond wordt.