Eendagsvlieg op batterijen

Geen koeien, geen wind. De wei is leeg, we kunnen vliegen. Drie dagen gewacht. Want als er wind is gaat het niet. De Nikko Sky Watcher, de eerste speelgoedhelikopter die kant-en-klaar uit de doos de lucht in kan, is gevoelig voor een zuchtje wind.

Het dorp komt kijken en niet eens alleen de jongens. De meiden en hun moeders zijn al even opgewonden. Een helikopter die het echt doet! Ik ga er ook één kopen, roept een jongen al voordat hij hem zag vliegen. Best mogelijk dat hij het ding na een dag terugbrengt naar de speelgoedwinkel. En om zijn geld vraagt. Waarom? Hij doet het niet. De winkelier zal vechten voor zijn 100 euro. Vliegt hij niet? Jawel. Nou dan. Ja maar zo kort, mijnheer.

De Nikkokopter heeft een rotor waarvan de bladen vastzitten in een plastic ring. En een staartrotor. Beide rotors worden aangedreven door een elektromotortje dat een fabelachtig hoog toerental ontwikkelt. Je kan er een schaap mee scheren.

Als de grote rotor precies evenwijdig staat aan het vlak waar de helikopter van moet opstijgen zal hij recht omhooggaan. Volgens de gebruiksaanwijzing. Dat doet hij ook, maar nauwelijks dertig centimeter hoog in de lucht gaat hij zich gedragen als een ongehoorzaam kind waarmee geen land te bezeilen is. Radiografisch besturen op afstand lijkt onmogelijk. Het is gokken en bukken.

De stand van de rotor is met een stelwieltje aan te passen. Maar het speelgoed blijft klieren. En neerstorten. Nikko heeft in elk geval een aardig crashbestendig vliegend speeltuig gemaakt, pas na tien korte vluchten die allemaal met een klap eindigen gaat er iets stuk. Een vrouw uit het publiekje springt op haar fiets om thuis secondenlijm te halen, de plastic ring van de rotor kan meteen gelijmd worden. Het dorp leeft mee, we willen allemaal zielsgraag vliegen.

Toch is het snel afgelopen met de pret. Niet omdat de wind opsteekt, het accuutje laat het afweten. Dat accuutje is te zwak. Het is of je een helikopter naar een boorplatform in zee stuurt met maar een halve liter brandstof aan boord. Dat haalt ie niet, sukkel.

Elke vlucht met onze helikopter duurt enkele seconden en alles bij elkaar, met opstaan en vallen, doet het ding het op een acculading hooguit 15 seconden. Er zit dan nog wel energie in het accuutje, maar de rotor komt niet meer op voldoende toeren om op te kunnen stijgen.

Het accuutje bestaat uit zeven aan elkaar gesoldeerde celletjes, batterijtjes eigenlijk, die samen 8,4 volt leveren en 0,35 ampère (350 mAh). Het kan worden opgeladen. De speelgoedfabrikant heeft daarvoor een wonderlijk systeem bedacht. We hebben er een auto bij nodig. De broodtrommelgrote acculader die bij de heli zit tapt geen stroom uit een stopcontact, maar wil energie halen uit de sigarettenaansteker in het dashboard van een auto. Geen gezicht, een auto in de wei. Er is een alternatief. Bij gebrek aan een auto kunnen acht knollen van batterijen in de trommel worden gestopt. De lader hevelt dan stroom uit de acht 1,5-voltbatterijen over naar het accuutje. Dat kan een paar keer, dan zijn de acht batterijen leeg. Terug thuis het accuutje van de helikopter uit het gewone stopcontact opladen is er niet bij, we moeten nieuwe batterijen kopen. De duurste, zwaarste in hun soort.

Het accuutje, dat in de helikopter meegaat om de twee motoren te laten draaien, moet telkens na een vluchtje afkoelen voordat het opnieuw kan worden opgeladen. En wij in het dorp, teleurgesteld afgedropen, hebben sterk de indruk dat het energiebronnetje een levensduur heeft van een eendagsvlieg. We kregen hem na tien keer heel kort vliegen niet meer vol genoeg geladen om de helikopter voor de elfde keer een rampvluchtje te laten maken.

    • Wouter Klootwijk