Bossche bol

Wordt het de breedtesporter niet te gemakkelijk gemaakt? Krijgt hij of zij niet te veel kennis kant-en-klaar op het bordje voorgeschoteld waardoor het maken van leerzame fouten naar de achtergrond wordt gedrongen?

Ik lees een uiterst sympatiek artikel in een magazine voor de recreatieve fietser. Bewegingswetenschapper en voedseldeskundige dr. Asker Jeukendrup, hoofd van het Human Performance Laboratory van de universiteit van Birmingham, schrijft over Het Snelle Herstel. ,,Onderzoeken in de jaren tachtig hebben aangetoond dat koolhydraten die onmiddellijk na een inspanning worden gegeten efficiënter in de spieren worden opgeslagen. Hoe langer je wacht met eten, hoe minder efficiënt dit proces verloopt.''

Dat onderzoeken in de jaren tachtig dit hebben aangetoond klopt helemaal. Maar voordat de kennis uit onderzoeken had postgevat in een traditie die nog zwoer bij een ontbijtfetisj als de biefstuk, stroomde er heel wat water door de Rijn. Greg LeMond echter, terecht door Jeukendrup opgevoerd, versnelde dit proces. Lemond won immers zoiets als een Tour, en de winnaar had ook toen al altijd gelijk. Lemond reed in de ploeg van de `wereldvreemde' Zwitserse ploegleider Paul Köchli. Köchli, afkomstig uit de progressievere wereld van de atletiek, liet zijn coureurs meteen na de koers cornflakes en muesli eten. Met het rugnummer zag je ze aan tafel zitten. Vervolgens begon het hele peloton rechtstreeks uit het zadel cornflakes en muesli te eten.

Ik durf het bijna niet op te schrijven – ik heb immers nooit een Tour gewonnen – maar in die tijd was ik alweer een stap verder dan LeMond en Köchli. Na indringende zelfobservatie was ik er van overtuigd geraakt dat een renner na een volwassen etappe rijp is voor ziekenhuisopname. Wat was mijn antwoord op deze observatie? Ziekenhuisvoer, oftewel sondevoeding.

Niet dat ik in koersbroek met een slang in mijn keel op het hotelbed lag, ik vermengde poeder met water in een tupperware mixbeker. Daarna ging ik pas liggen. En niet dat ik uitsluitend koolhydraten tot me nam. Het poeder bevatte alles: koolhydraten, eiwitten, vitaminen, mineralen, sporenelementen, wat al niet meer. Kortom, een uitgebalanceerde maaltijd ging erin. Terwijl LeMond aan zijn armzalig kommetje aan een tafel zat, lag ik als een patiënt horizontaal te recuperen. Pakken van het poeder sleepte ik met me mee in mijn koffer. Het was uitsluitend te bestellen bij de betere apotheek, en kostte een vermogen. Qua kosten zou het rechtvaardig zijn geweest als ik één keer die Tour had gewonnen.

Jeukendrup legt Het Snelle Herstel voor breedtesporters duidelijk uit aan de hand van een tabel en makkelijk op te volgen aanbevelingen. De wetenschappelijke aanbevelingen beangstigen me een beetje. Er blijft weinig ruimte over voor beginnersfouten als het eten van een Bossche bol – terwijl het lichaam er soms om schreeuwt.