Blijven zoeken naar een afwijking

Patiënten willen na de diagnose van hun ziekte of aandoening steeds vaker een second opinion, de mening van een tweede specialist. Die behoefte legt een toenemend beslag op de reguliere zorg. Commerciële klinieken springen in het gat.

Voor de meeste mensen die in de Amsterdamse Second Opinion Praktijk van Herma Coumou op consult komen, is zij niet de tweede, maar de derde, vierde of zoveelste arts met wie ze hun gezondheidsklachten bespreken. Vaak zijn ze teleurgesteld over het contact met hun medisch specialist en zijn ze meerdere keren teruggeweest bij hun huisarts en opnieuw doorverwezen. Particuliere klinieken springen dankbaar in op de behoeften van de shoppende patiënt.

Marion Timmer (41) raakte twaalf jaar geleden verlamd aan haar linkerbeen doordat een hernia haar zenuwen afknelde. Een operatie bracht verlichting, maar door overmatig littekenweefsel ontstonden snel weer ernstige rugklachten. Neurologen van ziekenhuizen uit Den Helder, Beverwijk en Amsterdam durfden haar niet meer te opereren. Toch vond de uitkeringsinstantie Timmer niet arbeidsongeschikt. Bij het GAK versleet ze vier bedrijfsartsen om het tegendeel te bewijzen. Uiteindelijk belandde ze via een advocaat bij het Second Opinion Centrum, net als Coumou's praktijk gevestigd in Amsterdam. Daar constateerde een neuroloog aan de hand van haar medisch dossier dat haar ruggengraat kapot was door artrose. Timmer betaalde 395 euro voor de tweede mening, maar die had ze er graag voor over: de rechter besloot dat ze alsnog een uitkering moest krijgen.

De mening van de `man in de witte jas' was vroeger onaantastbaar. Als de medisch specialist een diagnose stelde en daarbij een behandeling voorschreef, kon de patiënt niets anders doen dan deze mening aanvaarden. Patiënten hadden te veel ontzag voor de arts om deze tegen te spreken en wisten bovendien nauwelijks hoe ze met een andere specialist in contact konden komen. Dat contact werd door de medische wereld ook bepaald niet gestimuleerd omdat het gros van de specialisten er niet voor voelde de diagnose van een collega tegen te spreken.

Die huiver is bij veel artsen nog steeds aanwezig, maar daar trekken patiënten zich tegenwoordig niets meer van aan. Wie het niet eens is met zijn arts stapt zo naar een ander voor een `tweede mening'.

Die ontwikkeling legt een steeds groter beslag op de gezondheidszorg. Van de 3.000 extra specialisten die er tot 2012 opgeleid moeten worden, zijn er 1.300 nodig wegens de mondiger patiënten, zo stelt het Capaciteitsorgaan voor medische en tandheelkundige vervolgopleidingen, dat voor de minister van Volksgezondheid berekent hoeveel opleidingsplaatsen er nodig zijn. Die extra specialisten zijn nodig omdat meer mensen een second opinion willen, maar ook omdat patiënten al bij de first opinion meer tijd vragen in het gesprek.

De artsenfederatie KNMG beschouwt de toename van het aantal second opinions als een onontkoombare ontwikkeling. Een specialist kan iets over het hoofd zien of gegevens verkeerd interpreteren. Een vergelijking met nieuwe toetsing door een andere deskundige kan verheldering bieden. Medici moeten het verzoek van patiënten op dit gebied daarom niet zien als een motie van wantrouwen, zo benadrukt de federatie in de eigen richtlijnen.

Toch is niet iedere specialist gelukkig met de toenemende behoefte van patiënten om de mening van de ene arts te toetsen aan die van een andere. ,,Een grote belasting voor de zorg'', vindt prof.dr. T. Wiggers, chirurg-oncoloog in het Academisch Ziekenhuis Groningen. Harde cijfers over het aantal keren dat patiënten om een tweede mening vragen zijn er niet, omdat de consulten door ziekenhuizen niet als zodanig worden geregistreerd. Maar Wiggers ziet alleen al op zijn eigen vakgebied dat de belasting voor de artsen sterk toeneemt. ,,Misschien moet de second opinion wel uit het reguliere pakket'', zegt Wiggers.

Dr. I. van Dalen is orthopeed in het Flevoziekenhuis in Almere. Zij schat dat twintig procent van haar patiënten eerder bij een of meer andere orthopeden is geweest. In academische ziekenhuizen ligt dit aantal waarschijnlijk hoger, omdat die specialisten het beste op de hoogte zijn van de wetenschappelijke vooruitgang. Van Dalen denkt dat de behoefte van patiënten aan een tweede of derde mening voor een deel voortkomt uit het feit dat mensen zich niet gemakkelijk meer neerleggen bij fysiek ongemak. ,,We accepteren onze klachten niet meer''.

Commerciële klinieken maken graag gebruik van de overbelasting van de reguliere zorg. De Second Opinion Kliniek in Den Bosch bijvoorbeeld. Deze kliniek, geopend in 2000, ziet per kwartaal zo'n honderdvijftig mensen langskomen voor een second opinion van een van de aangesloten huisartsen – tegen een tarief van 275 euro per consult. Daarnaast handelen zij per maand ,,enkele tientallen'' vragen af via e-mail en telefoon.

Doorgaans vinden patiënten de kliniek tijdens hun zoektochten op het internet. Vaak hebben zij vage en aanhoudende klachten zoals hoofdpijn, vermoeidheid en reumatische problemen. ,,Ze zijn ziek, zwak en misselijk, hebben de kwaaltjes die niet weggaan. Soms zijn ze al tien, twaalf of zelfs dertig keer bij hun huisarts geweest'', typeert commercieel directeur Fred Krautwurst zijn cliënten.

Hoewel een andere arts soms tot een dramatisch andere diagnose of behandeling kan komen, blijkt in de meerderheid van de gevallen dat de tweede deskundige tot dezelfde conclusie komt als de eerste specialist. ,,In 75 procent van de gevallen sluit de second-opinionarts zich aan bij het oordeel van de behandelend arts'', geeft Krautwurst toe.

Dat stemt de patiënt niet altijd tevreden. Herma Coumou van de Amsterdamse Second Opinion Praktijk ziet mensen nogal eens op zoek gaan naar een derde of vierde mening. ,,Stel, een vrouw heeft bij bloedonderzoek een verhoogde bezinking'', legt Coumou uit. ,,Dat kán betekenen dat er iets mis is, maar ook dat er niets aan de hand is. Ook als er niets gevonden wordt, blijven sommige mensen zoeken naar een afwijking.''

De opkomst van commerciële klinieken wordt door reguliere artsen niet al te zeer gewaardeerd. ,,Ik ben daar heel onblij mee'', zegt Roelie Duyvendak, huisarts in Amsterdam. ,,Die artsen gaan vaak opnieuw allerlei onderzoek doen, en dan moet ik weer uitleggen dat dat geen zin heeft.'' En de KNMG vraagt zich af of artsen die zich met deze bureaus afficheren als second-opinionarts wel altijd de benodigde deskundigheid hebben. Verzekeraars vergoeden de doorverwijzingen van huisartsen wel, maar de consults bij commerciële klinieken niet of gedeeltelijk.

Artsen hebben de behoefte van patiënten aan een tweede diagnose echter deels aan zichzelf te wijten, vinden de commerciële klinieken. Coumou van de Second Opinion Praktijk, die in 2001 promoveerde op het onderwerp second opinions, vindt dat het `shopgedrag' meer zegt over de artsen dan over de patiënten. Het probleem zit volgens haar in onduidelijkheid over het `medisch redeneren'; de denkstappen van een arts om tot een diagnose en voorstel voor behandeling te komen. Die blijven in de consults van tien minuten vaak onuitgesproken. ,,Artsen denken in termen van de ziekte, patiënten denken over de kwaliteit van hun leven. Dat verschil veroorzaakt de miscommunicatie.''

    • Hanneke Chin-A-Fo