Berekening Betuweroute ongefundeerd

De bedoeling was dat een deel van de Betuweroute met privaat geld zou worden betaald. Tientallen miljoenen aan onderzoek leverden geen euro aan private bijdrage op.

Infrastructuur is een zaak van de overheid. Oud-directeur G. Wormmeester van het Rotterdamse containerbedrijf ECT liet er vorige week geen enkele onduidelijkheid over bestaan. ,,Ik zou nooit investeren in infrastructuur en ik ken ook geen ondernemers die dat wel zouden doen'', zei hij tegen de commissie-Duivesteijn, die onderzoek doet naar de kostenoverschrijdingen bij de Betuweroute en de hogesnelheidslijn.

Gisteren sprak de tijdelijke commissie infrastructuurprojecten met een aantal hoofdrolspelers in de financiële besluitvorming over de Betuweroute. Daarbij bleek dat de verwachte deelname van het bedrijfsleven in de aanleg van de Betuweroute al in 1994 als onhaalbaar werd bestempeld.

Eind november 1994 concludeerde het kabinet dat, ook al zou op voorhand een akkoord worden bereikt met private financiers over de aanleg van de Betuweroute, de risico's voor de staat enorm zouden zijn. Onverwachte tegenvallers zouden bedrijven allemaal afwentelen op de staat, omdat bijvoorbeeld door de politiek gewenste aanpassingen van de route voor rekening van de overheid zouden komen. Minister Zalm (VVD), toen net minister van Financiën, hakte daarop in samenspraak met zijn collega Jorritsma (VVD) van Verkeer in 1994 de knoop door: van private financiering van de route kon geen sprake meer zijn.

Jorritsma's voorganger, Maij-Weggen (CDA), had tot die tijd het adagium gehuldigd dat er ,,geen spa de grond in zou gaan voor de financiering geregeld was''. Die financiering zou volgens berekeningen van het ministerie zo'n 1,5 miljard gulden (650 miljoen euro) moeten bedragen. Dat bedrag, zo bleek gisteren, was feitelijk nergens op gebaseerd. ,,Dat is een eigen leven gaan leiden'', zei voormalig directeur financieringen John Lintjer van het ministerie van Financiën.

De 1,5 miljard bleek gebaseerd op een vroege berekening voor containervervoer vanaf de Rotterdamse haven naar Duitsland. Toen, begin jaren negentig, was echter nog helemaal geen sprake van een aparte Betuweroute voor goederenvervoer. Destijds dacht men dat verbetering van de bestaande spoorlijnen voldoende zou zijn voor de groei van het containervervoer. Dat project werd begroot op 3,2 miljard gulden, en het kabinet achtte het wenselijk de helft daarvan privaat te financieren. Toen later werd besloten de betere benutting van bestaand spoor om te zetten in een aparte lijn, handhaafde Verkeer de 1,5 miljard zonder nieuw onderzoek te doen.

De betrokken ambtenaren van Financiën hadden vanaf het eerste begin weinig vertrouwen in de private financiering, zei Lintjer gisteren. Maar in de zogeheten stuurgroep private financiering Railinfrastructuur (SPRI), die zich met de route bezighield, liepen de meningen daarover uiteen, zo zeiden Lintjer en Pim Zoetweij. De laatste was destijds als secretaris namens adviesbureau Coopers en Lybrand aan de stuurgroep toegevoegd. Met name de Nederlandse Spoorwegen en ambtenaren van Verkeer botsten over de haalbaarheid van private financiering.

De afgelopen 15 jaar liet de overheid voor zo'n 50 miljoen euro aan onderzoek verrichten naar de mogelijkheden van private financiering, waarvan alleen al 21 miljoen voor de Betuweroute. Toen uiteindelijk eind 1994 de private financiering van de Betuweroute werd geschrapt, wilde minister Zalm proberen via publiek-private samenwerking (pps) de lijn alsnog van de grond te krijgen. Met pps pakken overheid en bedrijfsleven met behoud van eigen verantwoordelijkheid samen een project aan met een gedeeld risico.

Maar mede door alle negatieve publiciteit rondom de route en door het vergevorderde stadium van besluitvorming over de lijn bleek dit voor de Betuwelijn onhaalbaar. De overheid moet alles zelf betalen.

Inmiddels lukt het soms om publieke-private samenwerking tot stand te brengen, zo bleek bijvoorbeeld deze zomer. Het ministerie van Financiën zelf zal door een private partij worden opgeknapt.

Helaas voor de Betuweroute waren inzichten over publiek-private samenwerking begin jaren negentig nog niet ver ontwikkeld. Later deze week zal minister Zalm bij de commissie zelf uitleg komen geven over de financiering van de Betuweroute.