Academisch winststreven

Winststreven raakt uit de mode bij veel universiteiten en hogescholen. Staatssecretaris Rutte waarschuwde de hogescholen niet langer zelfstandig ondernemertje te spelen om langs legale en illegale wegen zoveel mogelijk subsidie binnen te halen. Bij de opening van het nieuwe academische jaar hielden verscheidene bestuurders van universiteiten pleidooien voor onafhankelijke wetenschap en voor academische vorming zonder winstoogmerk. Een jaar geleden nog kwamen de woorden `marktwerking' en `concurrentie' het meeste voor in de openingsspeeches. Dit jaar waren er waarschuwingen tegen winststreven dat doorschiet.

Het zijn welkome geluiden. Veel fundamenteel onderzoek brengt op de korte termijn geen geld op, maar het heeft een grote uitstraling en het leidt soms tot revolutionaire technische en culturele ontwikkelingen. Een van de grootste innovaties van deze tijd, internet, is niet op commerciële basis ontwikkeld, maar ontstond tussen een internationaal verspreide groep exacte wetenschappers die elkaar snel en 24 uur per dag via hun computers wilden bereiken. Deze wetenschappers hadden veel tijd voor fundamenteel natuurkundig onderzoek en de overheid kwam niet elke dag vragen of er iets aan te verdienen viel.

Goede en integere onderzoekers stuiten vaak op onwelkome resultaten die geen geld opleveren maar wel de kennis vermeerderen. De samenleving is er niet bij gebaat als de wetenschappers samen met op winst gerichte opdrachtgevers onvolkomenheden gaan toedekken of verbloemen. De hooggestemde academische bestuurders doen er daarom goed aan de daad bij het woord te voegen en strenger te controleren op de academische onafhankelijkheid bij financiering van onderzoek door derden. Voorkomen moet worden dat hoogleraren zich tegen betaling tot spreekbuis maken van bepaalde organisaties of belangengroepen. Door bezuinigingen hebben veel wetenschappers niet langer de mogelijkheid opdrachten af te wijzen of hoge eisen te stellen.

De onderlinge concurrentie tussen universiteiten, en ook tussen hogescholen, neemt toe. Dat is in het voordeel van de studenten. Er ontstaan steeds meer ranglijsten waarop universiteiten onderling worden vergeleken. Particuliere instellingen eisen toegang tot het hoger onderwijs en de concurrentie speelt zich ook steeds meer af op Europees niveau. Duitsers studeren in Maastricht en Nederlanders gaan naar Leuven. Als studenten gedwongen worden steeds meer geld te lenen voor hun studie, zullen ze kritischer worden over de geboden inhoud. Een student die meer moet geld moet lenen voor zijn toekomstige loopbaan zal harder werken en geen genoegen meer nemen met bibliotheken die na vijven en in het weekeinde dicht zijn en met slechte hoorcolleges in overvolle zalen. Universiteiten zijn geen commerciële instellingen, maar groeiende onderlinge concurrentie op intellectueel vlak om de gunst van kritische studenten levert academische winst op.