Zware crash speelt Albers in de kaart

Het publiek bij de DTM-race in Zandvoort haalde gisteren opgelucht adem na een zware crash van Peter Dumbreck, en juichte over de derde plaats van Christijan Albers.

Toeschouwers die het zagen gebeuren en honderdduizenden zo niet miljoenen televisiekijkers hielden de adem in nadat ze met open mond een van de zwaarste crashes uit de geschiedenis van het circuit van Zandvoort hadden aanschouwd. Op tweederde van de DTM-race had de Schotse coureur Peter Dumbreck zijn Opel Vectra in de laatste bocht voor het lange rechte eind niet meer onder controle. Hij nam de bocht die van Bosuit is omgedoopt in de Arie Luyendijk-bocht te ruim, kwam met een snelheid van ver over de tweehonderd kilometer per uur in de bandenstapel terecht en tolde vervolgens een viertal keren om zijn as. In een wolk van stof spatte de wagen uit elkaar. banden en stukken carrosserie vlogen alle kanten op.

Door de tv-camera's werd niet ingezoomd op het wrak. De kortdurende beelden van dichtbij maakten wel duidelijk dat de kans groot was dat Dumbreck ernstige verwondingen had overgehouden aan zijn angstige avontuur. Misschien had hij zich wel te pletter gereden. Even later veel hulpverleners om hem heen. En toen het mirakel: Dumbreck liep op eigen kracht naar een ziekenwagen. De kooiconstructie in zijn auto had zijn leven gered. Cruciaal was ook de Head and Neck Support (HANS), de hoofd- en neksteun die ook Formule 1-coureurs bij crashes beschermt tegen ernstig letsel.

Aanrijdingen zijn een vast onderdeel van de races in de Duitse merkenrace waarin coureurs in Audi's, Mercedessen en Opels het tegen elkaar opnemen, maar meestal blijft het beperkt tot schermutselingen waarbij de wagens elkaar toucheren. Soms spint een wagen, een andere keer komt er één in het grind naast de baan terecht. Af en toe blijft een onderdeel op de baan liggen, als tastbaar bewijs van gemotoriseerd spierballenvertoon. Voor grote crashes van toerwagens moet je in de Verenigde Staten zijn, in de Nascar-klasse waar geregeld wagens op de betonnen muur langs de ovalen banen klappen. Op zo'n baan, eind juni in Indianapolis, knalde Ralf Schumacher tijdens de Formule 1-race op volle snelheid tegen de muur.

De klap die Dumbreck maakte, leidde ertoe dat de race werd stilgelegd. Jeroen Bleekemolen zag het ongeluk gebeuren. Op enige afstand reed hij achter Dumbreck. ,,Ik schrok wel ontzettend'', zei de Nederlandse Opel-coureur over het moment dat hij de resten van Dumbrecks Vectra passeerde.

De geschiedenis herhaalde zich gisteren voor de dertigjarige Schot. Vijf jaar geleden ontsnapte hij ook al aan de dood. Toen nam hij in een Mercedes deel aan de 24 Uur van Le Mans. Op een recht stuk, met 330 kilometer per uur, verloor zijn bolide die dag de neerwaartse druk. Als een opstijgend vliegtuig koos zijn auto het Franse luchtruim en nadat de wagen een paar loopings had gemaakt, kwam de Mercedes ongeveer dertig meter naast de baan op een verlaten stuk in het bos terecht. Net als gisteren met de goede kant boven.

Net als op die zaterdag in Le Mans was er gisteren op het circuit in de duinen opluchting dat Dumbreck de crash kon navertellen. De wrakstukken waren ook weer snel opgeruimd, maar dat hield niet automatisch in dat er snel opnieuw gestart kon worden. Het duurde erg lang voordat de wedstrijdleiding de juiste startopstelling had uitgedokterd en meer dan een uur voordat de auto's weer vertrokken. Al die tijd hadden de meeste coureurs in de schaduw gezeten, weg van de brandende zon, met hun rug tegen de vangrail.

De Nederlander Christijan Albers had bij de hervatting niet aan scherpte ingeboet. In de race was de favoriet van het massaal opgekomen publiek vanaf een teleurstellende zevende plaats gestart, bij de herstart vertrok hij vanaf de zesde positie. Na de Tarzanbocht, de eerste bocht na de start, bevond hij zich op de derde plek, achter de latere winnaar uit Zweden Matthias Ekström (Audi) en diens Duitse teamgenoot Martin Tomczyk. En in die positie, als beste coureur in een Mercedes, ging Albers na de minirace van tien ronden ook over de finish. Voor Albers was sprake geweest van een geluk bij een ongeluk. In de reguliere race waren de verschillen met de voor hem liggende wagens zo groot, dat Albers normaal gesproken niet meer derde had kunnen worden.

Nooit eerder was de 25-jarige coureur uit Laren zo blij geweest met een derde plaats. Het zit de laatste tijd namelijk een beetje tegen, en hij is niet langer de oogappel van Mercedes-teambaas Norbert Haug. Die bekritiseerde de Nederlander afgelopen weekend; de coureur laat zich in zijn ogen tijdens raceweekeinden te veel afleiden door mensen in zijn omgeving, zoals familie, sponsors en manager. Ook de speculaties over een overstap van Albers naar de Formule 1 irriteren Haug. Gisteren kon er na afloop bij de Duitser weer een vette knipoog en een schouderklopje van af voor Albers.

Na acht van de tien races bezet Albers de tweede plaats in het kampioenschap, dertien punten verwijderd van lijstaanvoerder Ekström. De titel lijkt ver weg voor de Nederlander, die aan zijn vierde seizoen in de DTM bezig is en de populaire raceklasse beschouwt als opstapje naar de Formule 1. Albers houdt zich vast aan de strohalm ,,dat er nog van alles kan gebeuren'', te beginnen over twee weken in het Tsjechische Brünn. ,,Ik ben dit seizoen twee keer uitgevallen. Dat kan Ekström ook gebeuren.'' Voor sombere gedachten is in het hoofd Christijan Albers vooralsnog geen plaats.

    • Ward op den Brouw