Verzet vooral nationalistisch

Onder de terroristen in Beslan bevonden zich volgens de Russen tien Arabieren. Het wordt gepresenteerd als een bewijs dat het Tsjetsjeense verzet internationale banden heeft.

Onder de gijzelnemers van Beslan bevonden zich ,,tien Arabieren en een zwarte'', zo werd vrijdagavond van Russische kant meegedeeld. De melding wekte bevreemding, omdat vrijgelaten gijzelaars eerder berichtten dat de bezetters van de school Tsjetsjeens en Ingoesjetisch spraken. Later kwam een verduidelijking: het ging bij de tien Arabieren om Tsjetsjenen, afkomstig uit Syrië en Jordanië.

Arabieren of Tsjetsjenen – waarschijnlijk maakten de elf deel uit van de `Internationale Martelarenbrigade' van Sjamil Basajev, waarin uit het buitenland afkomstige strijders zijn bijeengebracht.

Het Midden-Oosten telt talrijke Tsjetsjeense gemeenschappen. In Irak wonen 20.000 Tsjetsjenen, in Syrië 20.000, in Jordanië 15.000 en in Turkije 25.000. Het is het resultaat van de etnische zuivering van de Russen tijdens en na de veertig jaar durende veroveringsoorlog op de noordelijke Kaukasus. Tussen 1856 en 1864 werden 600.000 moslims, onder wie 100.000 Tsjetsjenen, uit de noordelijke Kaukasus naar het Ottomaanse Rijk verdreven. Rond dertig procent van hen stierf aan pokken en dysenterie, en een aantal van hen was later in staat naar de Kaukasus terug te keren. Wie dat niet kon, bleef in Ottomaans gebied.

Vooral in Turkije wonen nog altijd veel mensen met Kaukasisch bloed: 280.000 Turkse staatsburgers beschouwen zich als Tsjerkessen (ook bekend als Circassiërs), 40.000 zien zich als Abchaziërs en 270.000 als Adygeërs. Vijf miljoen Turken zien zich als afstammelingen van Kaukasiërs die ooit zijn verdreven of gevlucht, velen van hen uit Tsjetsjenië.

De afgelopen tien jaar is herhaaldelijk gebleken dat de sympathie voor de Tsjetsjeense zaak in Turkije niet gering is. Een aantal keren hebben Tsjetsjenen terreurdaden begaan op Turks grondgebied – in 1996 werd een Russische veerboot gekaapt in het Turkse Trabzon, er werden diverse Russische verkeersvliegtuigen naar Turkije ontvoerd, Tsjetsjenen bestormden er een keer een hotel. De Turkse reactie was steeds zo gematigd – ,,Tsjetsjenen zijn onze broeders, al kunnen we acties die ingaan tegen onze belangen niet goedkeuren'', zei de toenmalige Turkse premier Bülent Ecevit eens – dat Ankara vaak fel vanuit Moskou is gehekeld. Tijdens de eerste Tsjetsjeense oorlog werden gewonde Tsjetsjenen in Turkse ziekenhuizen behandeld en stuurden Turkse hulporganisaties geld en goederen naar de Tsjetsjenen.

Veel – naar schatting duizend – Turken hebben in de eerste en de tweede Tsjetsjeense oorlog met de Tsjetsjenen meegevochten in ofwel de `Internationale Jihad Eenheid' van de Saoedische krijgsheer Chattab, ofwel in Basajevs `Martelingenbrigade'. De leiders van de groep die eind vorig jaar in Istanbul terreuraanvallen pleegde op joodse en Britse doelen vochten eerder in Tsjetsjenië.

Het is die internationale component van de strijd van de Tsjetsjenen die Moskou al sinds jaar en dag tot de lezing brengt dat de Tsjetsjeense strijd onderdeel uitmaakt van het internationale terrorisme. Voor Moskou is zonneklaar dat Basajev contacten heeft met Al-Qaeda. En, zeggen ze, ook het geld waarmee de Tsjetsjenen hun rebellie financieren komt uit het buitenland. Het eerste is nooit aangetoond, maar het laatste is waar – de Tsjetsjeense ex-president Zelimchan Jandarbijev, die in maart door twee agenten van de geheime dienst FSB in Qatar werd opgeblazen, zamelde geld in voor het Tsjetsjeense verzet.

Dat betekent evenwel nog niet dat bij de recente Tsjetsjeense aanslagen – op de Tsjetsjeense president Achmad Kadyrov in mei, op regeringsgebouwen in Ingoesjetië in juni, op de Russische vliegtuigen die twee weken geleden werden opgeblazen, op het Moskouse metrostation van vorige week dinsdag of bij de massagijzeling in Beslan – Al-Qaeda aan de touwtjes trok. De aanslagen zijn eerst en vooral het werk van nationalistische Tsjetsjenen – mogelijk op de massagijzeling in Beslan na –, uitgevoerd door mensen die strijden voor de onafhankelijkheid van Tsjetsjenië, of door mensen die wraak wilden nemen voor het verlies van familieleden. De zusters van wie er vorige week één een vliegtuig liet exploderen en van wie de andere zich opblies bij een Moskous metrostation namen wraak voor een broer die in koelen bloede door de Russen was vermoord. Fundamentalistische doeleinden stonden bij die recente aanslagen niet voorop, en de hand van Al-Qaeda is niet goed zichtbaar.

Er is wel een religieuze component in het Tsjetsjeense verzet. Aanvankelijk ontbrak die volledig: in de vroege jaren negentig waren het Tsjetsjeense nationalisten die het voortouw namen in de strijd voor de onafhankelijkheid. Religie speelde geen rol, en speelt nog steeds geen rol bij de leider van het verzet, Aslan Maschadov. Pas in latere jaren begonnen religieuze elementen een rol te spelen.

Na het akkoord dat Tsjetsjenië in 1996 zijn de facto onafhankelijkheid opleverde, kreeg Maschadov steeds meer te stellen met de fundamentalisten. Hoewel klein in aantal, slaagden ze erin hun invloed snel uit te breiden. Uit Arabische landen kwamen predikers – allengs fanatieker en agressiever – naar Tsjetsjenië die een nieuwe leer verkondigden en veel geld meebrachten. De shari'a werd ingevoerd, vrouwen moesten sluiers dragen, de rechtspraak werd islamitisch, compleet met lijfstraffen – volstrekte nieuwigheden in het religieus altijd gematigde Tsjetsjenië. De wreedheid van oorlog en bezetting en de uitzichtloosheid van de situatie schiep bij de Tsjetsjenen, net als bij de Palestijnen, een vruchtbare voedingsbodem voor een fundamentalistische boodschap.

Al snel bleek hoezeer die eerste Tsjetsjeense oorlog de traditionele verhoudingen in het land had aangetast. Die trend heeft zich na het uitbreken van de tweede Tsjetsjeense oorlog alleen maar uitgebreid. Oude regels, die eeuwenlang hebben gegolden, gelden niet meer. Oude verhoudingen – in de rol van man en vrouw, in de rechtspraak, in het gewoonterecht adat – zijn verstoord. Zelfmoordaanslagen waren vroeger ondenkbaar, maar sinds drie jaar worden ze aan de lopende band gepleegd, meestal door vrouwen wier man of broer door de Russen waren vermoord. Het is de prijs van tien jaar oorlog, die van twee kanten alleen maar met meer wreedheid wordt gevoerd. Maar nog altijd is het Tsjetsjeense verzet annex terrorisme in eerste instantie nationalistisch, en niet religieus van aard.

    • Peter Michielsen