SPD krijgt forse dreun in Saarland

De CDU heeft bij regionale verkiezingen in de deelstaat Saarland haar absolute meerderheid verdedigd, terwijl de SPD van bondskanselier Schröder wederom een forse nederlaag moest incasseren.

In de kleine deelstaat, die aan Frankrijk grenst, stegen de christen-democraten onder leiding van premier Peter Müller van 45,5 naar 47,5 procent van de stemmen. De SPD kwam niet verder dan 30,8 procent. Vijf jaar geleden behaalden de sociaal-democraten nog 44,5 procent. De Groenen en de liberale FDP boekten gisteren winst, evenals de extreemrechtse NPD die evenwel de kiesdrempel niet haalde.

Met de afstraffing in Saarland zetten de sociaal-democraten een reeks nederlagen voort die al in winter 2003 in Nedersaksen is begonnen. De SPD krijgt keer op keer de rekening gepresenteerd voor de weinig populaire ingrepen in de sociale zekerheid. De SPD-lijsttreker in Saarland, Heiko Maas, sprak gisteren van een ,,duidelijke en bittere nederlaag''.

De verkiezingen vormden de opmaat voor een serie regionale verkiezingen dit najaar. Over vier weken zijn er gemeenteraadsverkiezingen in de voor de SPD cruciale deelstaat Noordrijn-Westfalen, over twee weken regionale verkiezingen in de oostelijke deelstaten Brandenburg en Saksen.

Vooral de verkiezingen in het oosten worden met spanning tegemoet gezien omdat daar de onvrede over de regering het grootst is. In de door hoge werkloosheid gemiddeld 20 procent geteisterde deelstaten wordt al wekenlang elke maandagavond tegen de verlaging van uitkeringen geprotesteerd. Ook voor vanavond zijn weer tientallen demonstraties aangemeld. De actiegroep tegen globalisering, Attac, spreekt zelfs over 200 geregistreerde betogingen.

Het Saarland werd jarenlang geregeerd door de sociaal-democraat Oskar Lafontaine, die nu openlijk oppositie voert tegen de koers van Schröder en overweegt om een nieuwe partij links van de SPD op te richten.

Tot groot ongenoegen van zijn partij werpt hij zich op als spreekbuis van de tienduizenden die tegen de verlaging van de uitkeringen te hoop lopen. Lafontaine, voorheen partijvoorzitter en minister in de eerste regering-Schröder, legde zijn functies neer omdat hij vond dat de SPD haar sociale beginselen verloochende.

De conflicten tussen Lafontaine en de SPD-hoofdkantoren in Berlijn en Saarbrücken hebben de partij geen goed gedaan, hoewel Müller zijn zege ook te danken heeft aan de populariteit die hij in de afgelopen vijf jaar als premier verwierf.