Schimpscheut

Vriendelijk woord. Het zoveelste bewijs van de kracht van een vriendelijk woord. Vorige week door een rood stoplicht gefietst en meteen aangehouden door een motoragent, die verdekt stond opgesteld. Motoragent begon een preek. Wist ik wel dat ik het verkeerde voorbeeld gaf aan dat jongetje dáár, dat wél stond te wachten? Besefte ik wel dat ik de automobilisten in gevaar bracht, omdat ik een onverwachte verkeerssituatie veroorzaakte? Even overwoog ik om te zeggen: ,,Hou op met preken, doe mij maar een bon'', maar dat vond ik te arrogant. Bovendien: ondanks zijn helm had de agent een buitengewoon vriendelijk gezicht. Hij preekte dan wel, maar niet als een dominee. Hij had een gepijnigde blik in zijn ogen, alsof mijn overtreding hem persoonlijk had getroffen, maar hij bleef me vriendelijk toelachen. ,,Ik kan u wel een bon geven en daar heb ik ook het recht toe'', zei hij tot slot, ,,maar ik doe het niet. Daar gaat het mij niet om. Waar het mij om gaat is een mentaliteitsverandering. Ik wil dat de mensen zich anders in het verkeer gaan gedragen.'' Ik fiets bijna altijd door dat stoplicht, maar deze zeer beminnelijke bejegening van de motoragent heeft me doen twijfelen. Een bekeuring had me tegendraads kunnen maken, maar de volgende ochtend bleef ik wachten op groen, hoewel ik zo vroeg was dat er bijna geen auto's waren.

Zowenzo. Sowieso wordt op tientallen manieren gespeld, meldde ik hier onlangs. Een lezer vulde aan: ,,Ik kan het je nog sterker vertellen: voetballers, soapsterren en diskjockeys zeggen geregeld: zoëuzo. Echt waar. Let maar eens op. `Ik doe dat zoëuzo niet graag', dat hoor je dan. Hoe ze het zouden schrijven, als ze het zouden schrijven, weet ik niet.'' Dat laatste is inmiddels ook bekend: als zowenzo of sowenso. Ook die spellingvarianten blijken op internet voor te komen, en niet als grap. Overigens, als je bij Google zowenzo intikt, vraagt deze hulpvaardige zoekmachine: ,, Bedoelde je: zowiezo?'' We kunnen ons er dus maar beter bij neerleggen: met de correcte spelling van sowieso komt het nooit meer goed.

Schimpscheut. Curieuze kwestie vorige week bij `Twee voor twaalf'. Aan het eind van die quiz moet ieder koppel een woord van twaalf letters raden. Uitgangspunt vormen de willekeurig geplaatste letters die je met de goede antwoorden hebt verdiend. Twee hoogopgeleide mannen, begin dertig, waren als eerste aan de beurt. ,,Het te raden woord'', schreef een lezer die me hierop attent maakte, ,,bleek schimpscheut. En beiden beweerden, nog nooit van dat woord gehoord te hebben. Dat hielden ze een kwartier later nog steeds vol toen hun tegenstanders wonnen met een schamel bedragje maar wel met het woord.'' Vraag van de lezer: ,,Hoe groot is de kans dat iemand met een universitaire opleiding dat woord niet kent? Of is het een woord dat in bepaalde streken volstrekt niet bestaat? Of zochten de twee in opperste verbijstering over hun woordblindheid naar een smoes?''

Schimpscheut is zeker geen dialectwoord. Het komt al sinds de 16de eeuw in het Nederlands voor en je leest het geregeld in de kranten en op internet, zij het doorgaans in de meervoudsvorm. Het betekent `honend, indirect verwijt, hatelijke toespeling', en het is gevormd naar het voorbeeld van schampschot. Scheut betekent hier `schot, pijl'.

Niks wijst erop dat schimpscheut op z'n retour is – het komt al jaren in ongeveer dezelfde frequentie in de kranten voor. Het zou dus inderdaad een geval van tijdelijke woordblindheid kunnen zijn, maar over dat verschijnsel is mij niets bekend. Of zijn er lezers die dat hebben ervaren: dat een min of meer gangbaar woord je in een stressvolle situatie opeens volkomen onbekend voorkomt?

Reacties naar sanders@nrc.nl

    • Ewoud Sanders