Rouw, verdriet en woede in Beslan

Beslan begraaft zijn doden. Een stad is in rouw en verdriet gedompeld. En in woede – over Poetin, Stalin, Gorbatsjov, alles en iedereen.

Elbroes Jesejev, 37, is dood. Terroristen schoten hem een kogel in z'n voorhoofd toen hij afgelopen woensdag in Beslan zijn kinderen naar school nummer één bracht voor de feestelijke eerste dag van het nieuwe jaar. Jesejevs kist staat op de binnenplaats van een oud flatgebouw in Beslan.

,,Hij bracht met bloemen zijn kinderen naar school'', zegt Elbroes' vader Viktor met gebroken stem. Hij onderdrukt zijn snikken, maar de tranen biggelen langs zijn neus. Vandaag legt hij bloemen aan het graf van zijn zoon.

Twee dagen na de beëindiging van de gijzelingsactie in Beslan begint het stadje zijn doden te begraven. Elbroes Jesejev was een van de eerste slachtoffers. Sommigen prijzen hem gelukkig dat hij de twee dagen durende gijzeling niet meer heeft moeten doorstaan, de angst, de hitte, de spanning. Twee dagen lang zaten de gijzelaars zonder zich te mogen bewegen, zonder te mogen opstaan, zonder eten of drinken, omgeven door een ring van mijnen en bommen en een ring van terroristen. Al vóór de gewelddadige ontknoping stierven kinderen van dorst en stress.

In het Kaukasusstadje staan de poorten van de huizen open, een teken dat er wordt gerouwd. Groepjes mensen, mannen en vrouwen gescheiden, gaan van poort tot poort. Soms zwijgend en in gedachten verzonken. Soms huilend en soms agressief tegen de overheid, die het zo verschrikkelijk heeft laten afweten. Zelfs Michail Gorbatsjov en Boris Jeltsin moeten het ontgelden, want, zo roept een oude verschrompelde vrouw, ,,zij hebben de staat ineen laten storten''.

Maar de twee oud-presidenten krijgen niet als enigen schuld. Een keur aan namen en instanties passeert de revue als inwoners van Beslan om de verantwoordelijken wordt gevraagd. Stalin, de media, de Tsjetsjenen, de geheime diensten, de CIA, de regering van Noord-Ossetië en tot slot ook de Russische president Poetin.

Iedereen rouwt, iedereen kent iedereen hier, en iedereen kent de slachtoffers. ,,In mijn huis overheerst verdriet'', zegt Viktor Jesejev. Aan woede of wraakgevoelens wil hij nog helemaal niet denken. ,,En niet alleen in mijn huis, maar in alle huizen van Noord-Ossetië. We zijn een vreedzaam volk, maar we hebben een vijand op ons dak gekregen waar we niet om hebben gevraagd, die we niet kunnen zien, waartegen we ons niet kunnen verdedigen.''

Een bezoeker van de binnenplaats die hem zojuist heeft gecondoleerd denkt daar anders over. ,,Rouw en woede gaan hand in hand'', vindt hij. ,,Beslan is door de hel gegaan. De tijd zal leren hoe we hiermee moeten leven. Laten we eerst onze doden begraven. Over een paar dagen zien we wel of we ons leven weer kunnen oppakken.''

Twee mannen op de binnenplaats branden varkenspoten af met een gasbrander. De enorme barbecue rookt heftig. Een Lada Niva levert kratten met platte ronde broden af. Maar enkele straten verder liggen de restanten van het drama, kogelhulzen van allerlei kaliber, een kleine maat schooluniform, schoenen.

[Vervolg BESLAN: pagina 5]

BESLAN

Altaartjes voor de doden

[vervolg van pagina 1]

Het schoolterrein wordt niet langer bewaakt. Honderden bevinden zich op het terrein als ware het een bedevaart. Hier en daar staan zelfs een soort altaartjes opgericht. Twee schoolstoeltjes met drie flessen water erop, een pak koek, een sleutelbos, twee munten, brandende kaarsjes. Even verderop twee halfverbrande kindertekeningen, van een vrolijke wolf en een rood konijn. De kapotgeschoten raamkozijnen liggen vol bloemen. De vloer van de gymzaal, waar de gijzelaars werden vastgehouden, binnen een ring van explosieven en gijzelnemers en waar verreweg de meeste doden vielen, is roetzwart, het dak ontbreekt. Naast elkaar een paar damesschoenen met hoge hakken en een paar meisjessandalen. Aan de andere kant van de zaal een groot gat in de muur. Hebben de speciale politie-eenheden dat veroorzaakt om een doelbewuste bevrijdingspoging? Of is het ontstaan doordat een van de explosieven die de terroristen hadden aangebracht per ongeluk is afgegaan, waardoor een kettingreactie van paniek en dood en verderf is ontstaan? Niemand weet het.

Net als een oude vrouw met een snor aan een jammerklacht is begonnen, treedt, omgeven door lijfwachten, een man in een streepjespak binnen: president Edvard Kokoiti van Zuid-Ossetië. Een politiek statement op de geblakerde vloer van een massamoord. Zuid-Ossetië hoort officieel bij het naburige Georgië, maar wil zich bij Noord-Ossetië aansluiten. Kokoiti herhaalt dat nog maar eens ter plaatse. Hij geeft de Georgische president Michail Saakasjvili de schuld van de slachtpartij, want, zo legt Kokoiti uit, die heeft banden met de Tsjetsjeense rebellenleider Aslan Maschadov. Een oude vrouw hervat haar jammerklacht. Camera's volgen Kokoiti's rondgang door de zaal, maar de rouwenden hebben daar geen aandacht voor, zij huilen, schreeuwen en proberen herinneringen aan hun kinderen te vinden; een schoentje in de sportzaal, een rugzakje aan de kapstok, een schrift in het klaslokaal, of een leeskaart in de grote hoop in de bibliotheek.

De begraafplaats, opnieuw. Alina Choebetseva wordt begraven. Elf werd ze één dag voor het gijzelingsdrama begon. Nu wordt ze begraven. Haar grootmoeder schikt de kleren van Alina's poppen, die in de open kist worden gelegd. Concentrische cirkels van rouwende inwoners staan rond het graf van de 32-jarige Anzjela Varzijeva. Zij bracht vorige week woensdag haar zevenjarige zoon Mairbek naar school nummer één. Na het begin van de gijzeling stapte Mairbek op een terrorist af. Hij bood hem tien roebel (30 eurocent) aan – al het geld dat hij en zijn moeder bij zich hadden – in ruil voor hun vrijlating. In de chaos van vrijdag gooide Anzjela haar zoon uit het raam. Hij kon wegrennen, hij werd gewond, maar overleefde. Anzjela overleefde niet: zij werd vrijdag in de rug geschoten. Mairbek kan haar begrafenis niet bijwonen, hij ligt in het ziekenhuis.

    • David Jan Godfroid